Graafschap Leiningen-Guntersblum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het graafschap Leiningen-Guntersblum was een tot de Boven-Rijnse Kreits behorend graafschap binnen het Heilige Roomse Rijk.

Guntersblum bij Oppenheim in Rijnland-Palts was een vroege bezitting van het graafschap Leiningen.

kaart van de graafschappen in 1789

Guntersblum maakte deel uit van het graafschap Leiningen-Dagsburg-Falkenburg. Na de dood van graaf Emich XII in 1657 vond er een verdeling plaats onder zijn drie zonen:

  • Georg Willem te Heidesheim. Heidesheim had Falkenburg als residentie van het graafschap vervangen. Uitgestorven in 1766
  • Emich Christiaan kreeg het halve graafschap Dagsburg (Frans: Dabo), uitgestorven in 1709
  • Johan Lodewijk te Guntersblum, uitgestorven in 1774

Toen de hoofdtak in 1766 was uitgestorven werden het graafschap Leiningen-Falkenburg en het halve graafschap Dagsburg onder graaf Frederik Theodoor te Guntersblum herenigd. Na zijn dood in 1774 werden de meeste bezittingen weer herenigd met het graafschap Leiningen-Dagsburg-Hardenburg.

De onwettige tak Leiningen-Guntersblum[bewerken | brontekst bewerken]

De broers Willem Karel en Wenzel Josef van Leiningen-Guntersblum waren nakomelingen van graaf Johan Lodewijk uit een buitenechtelijke verbinding. Zij maakten aanspraak op de erfenis van hun voorvader en een proces bij de Rijkshofraad in Wenen leidde in 1782, 1783 en 1784 tot uitspraken die hun aanspraken erkenden. Dit leidde in 1787 tot een vergelijk met de vorst van Leiningen, waarbij ze in het bezit gesteld werden van 2 ambten van het voormalige graafschap Leiningen-Falkenburg, namelijk Guntersblum voor Willlem Karel en Heidesheim voor Wenzel Josef. De rest van het voormalige graafschap bleef deel van het graafschap Leiningen-Dagsburg-Hardenburg. Hiermee is er een nieuw graafschap Leiningen-Guntersblum ontstaan.

In 1797 wordt het graafschap deel van Frankrijk. In de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 wordt de graaf in artikel 20 schadeloos gesteld door de kellerij Billigheim van het voormalige keurvorstendom Mainz. Dit graafschap Leiningen-Billigheim is echter niet zelfstandig, want het valt onder de landshoogheid van het vorstendom Leiningen.

In de Rijnbondakte van 12 juli 1806 wordt in artikel 24 het ambt Billigheim onder de soevereiniteit van het groothertogdom Baden gesteld: de mediatisering.

Regenten[bewerken | brontekst bewerken]

regering naam geboren overleden familie
1658-1687 Johan Lodewijk 26-2-1643 2-3-1687 zoon van Emich XII
1687-1719 Emich Leopold 6-11-1685 28-1-1719 broer
1719-1766 Emich Lodewijk 22-12-1709 23-9-1766 zoon
1766-1774 Frederik Theodoor 7-9-1715 30-9-1774 broer
1787-1797/1806 Willem Karel 5-7-1737 26-1-1809 achterkleinzoon van Johan Lodewijk