Guillaume Lambert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Guillaume Lambert (Grand-Halleux, 6 april 1818 - 21 februari 1909) was een Belgisch professor mijnbouw aan de Katholieke Universiteit Leuven en ingenieur die een belangrijke rol heeft gespeeld bij het ontdekken van steenkool in het Kempens steenkoolbekken.

Hij schreef in 1876 een rapport waarin hij wetenschappelijk argumenteerde dat er, analoog met het Roerbekken, steenkool moest aanwezig zijn in Vlaanderen. Zijn oud-leerling, André Dumont schreef in 1877 een specifieker rapport waarin hij aangaf dat steenkool in de ondergrond van de Limburgse Kempen was afgezet. Reeds in 1806 verrichtten twee Franse mijningenieurs, de gebroeders Castiau, afkomstig uit Luik, in Meilegem zonder succes een proefboring naar steenkool.

Guillaume Lambert gaf van 1866 tot 1894 lezingen aan de Leuvense universiteit over mijnbouw. André Dumont was zijn opvolger.

Lambert herontdekte de bron van het mineraalhoudend water Bru waarvan de uitbating door de monniken van de abdij van Stavelot ten tijde van de Franse Revolutie was stopgezet.

In 1906 verkreeg Lambert twee concessies voor de winning van steenkool in Eisden: "Sainte Barbe" en "Guillaume Lambert", in totaal 5000 hectare groot die later werden samengevoegd en omgedoopt tot Limbourg-Meuse.

In Zwartberg, Genk, is een grote laan naar hem genoemd. In Heerlen, Nederland zijn zowel naar Lambert (de Prof. Lambertstraat) als naar Dumont (de Prof. Dumontstraat) een straat vernoemd.