Huisdier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een huisdier is een gedomesticeerd dier dat door mensen in of om hun huizen wordt verzorgd.
Te onderscheiden zijn:

Oorspronkelijk werden huisdieren voornamelijk gehouden vanwege hun nuttige functie, als vee, maar ook bijvoorbeeld als waakdier (waakhond), of om ongedierte te verjagen, zoals bij een kat tegen de muizen. Tegenwoordig worden veel huisdieren ook om andere redenen gehouden, als gezelschapsdier en soms om wedstrijdsport mee te bedrijven. In Nederland werden in 2009 ongeveer 2,1 miljoen honden en 3,6 miljoen katten gehouden.[1] In België had in 2006 48% van de gezinnen een huisdier. In Wallonië hebben gemiddeld meer gezinnen een huisdier dan in Brussel en in Vlaanderen.[2]

Soorten gezelschapsdieren[bewerken]

Leashed pitbull, lunging.jpg
Gretel with rabbit.jpg
Huisdieren kunnen ook nadelen hebben: honden kunnen bijten en katten brengen soms dode dieren mee naar huis.

De meest gebruikelijke gezelschapsdieren in Nederland en België zijn: de hond, de kat, het konijn en de goudvis, maar ook hamsters, muizen, tamme ratten, cavia's, fretten, parkieten, kanaries en vele andere dieren kunnen voor gezelschap gehouden worden. Sinds oktober 2009 is er voor België een positieflijst waarop alle zoogdieren staan die in België gehouden mogen worden als huisdier. Elk Gewest mag zijn eigen regels vaststellen, waardoor deze per gewest kunnen afwijken. Zo is er geen verbod voor de Aziatisch gestreepte grondeekhoorn in Brussel, zijn er voorwaarden in Wallonië, terwijl deze soort in Vlaanderen niet als huisdier mag worden gehouden. Ook voor de halfwilde Bengaalse kat en de Amerikaanse bizon verschillen de regels.[3]

Per 1 februari 2015 geldt een soortgelijke huisdierenlijst in Nederland.[4] Deze positieflijst[5] is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek van Wageningen Universiteit en kan op grond van nieuwe beoordelingen nog uitgebreid worden. Voor bestaande gevallen geldt een overgangsregeling en een registratieplicht.

Exotische gezelschapsdieren[bewerken]

Een huisdier is in de regel tam en van jongs af aan door mensen grootgebracht. Exotische huisdieren zijn niet altijd eenvoudig te temmen, en soms in het wild gevangen. Over het in huis mogen houden van deze dieren bestaat veel discussie, zeker als het gaat om diersoorten die in het wild niet meer algemeen voorkomen of sterk zijn bedreigd. Enkele soorten vogelspinnen zijn hiervan een goed voorbeeld, maar ook voor papegaaien, reptielen en amfibieën kan dit opgaan.

In Nederland, België en sommige andere landen is het verboden om sommige soorten dieren als huisdier te houden. Meestal gaat het om exotische dieren, zoals apen en zeldzame vogels. Bedreigde diersoorten mogen vrijwel nergens als huisdier gehouden worden, maar ook schadelijke soorten zoals de muskusrat zijn verboden als huisdier, omdat ze te veel schade kunnen veroorzaken aan de omgeving indien ze ontsnappen. Sommige dieren zijn bovendien gevaarlijk, zoals giftige slangen en schorpioenen.

Veel dieren worden gehouden in speciale ruimten, zoals reptielen en amfibieën in een terrarium, vissen of andere waterbewoners in een aquarium, schildpadden in een paludarium, mieren in een formicarium en kreeften in een homarium.

Gezondheidsaspecten voor mensen[bewerken]

Gezelschapsdieren hebben een ruimere functie dan het verschaffen van gezelligheid en kunnen op verschillende manieren de geestelijke en lichamelijke gezondheid van mensen beinvloeden..

Verbeteren van geestelijke gezondheid[bewerken]

  • Angst, eenzaamheid en depressie kunnen afnemen als de lijder een huisdier neemt. Hierdoor kan de ontwikkeling van aandoeningen die door stress worden veroorzaakt, op zijn minst worden vertraagd: bloeddruk kan afnemen, de hartslag minder gejaagd worden.[6]
  • Een huisdier kan voorzien in de behoefte om aan te raken en aangeraakt te worden.
  • Het bezit van een hond kan menselijk isolement doorbreken: de eigenaar komt op zijn uitlaatwandeling regelmatig dezelfde hondenbezitters tegen.
  • Bij alzheimerpatiënten lijken regelmaat van leven, welbevinden en contactuitingen te verbeteren door aanwezigheid van een huisdier. Daarbij is het soort dier van minder belang: een goudvis kan soms even efficiënt zijn als een hond.[7]

Ontwikkeling[bewerken]

  • Gezelschapsdieren kunnen het leergedrag bij kinderen stimuleren. Hiervoor is een tweetal redenen aangegeven:
    • Emotionele betrokkenheid stimuleert het leerproces.
    • Hetzelfde geldt voor relaties die als zinvol worden ervaren.
  • Er zijn aanwijzingen dat bij kinderen die met huisdieren leren omgaan, de zorgzaamheid jegens medemensen gemakkelijker tot ontwikkeling komt. Dit houdt niet noodzakelijkerwijs in dat zij ook beter voor anderen leren zorgen.
  • Hoewel juist ook eenzame ouderen baat kunnen vinden bij het houden van een huisdier, komt het bezit ervan in vele landen frequenter voor in gezinnen met opgroeiende kinderen.[8]

Verslechtering van lichamelijke en geestelijke gezondheid[bewerken]

Nadelige aspecten van gezelschapsdierbezit kunnen op verschillende terreinen liggen.

  • Verwonding van mensen. Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 150.000 mensen gebeten door een hond.[9] Hiervan worden er 40.000 per jaar behandeld door hun huisarts.[10] Jaarlijks overlijden enkele mensen aan een hondenbeet, tussen 1982 en 2006 (25 jaar) overleden 29 mensen aan de gevolgen van een hondenbeet.[11]
  • Irritatie. Honden hebben een eigen geur en niet iedereen kan hun gedrag waarderen.
  • Allergie bij mensen. Diverse gezelschapsdieren kunnen allergieën veroorzaken of activeren.
  • Ziekten of parasieten bij mensen. Katten en honden hebben parasieten die soms ook op mensen kunnen overgaan, zoals vlooien.
  • Verdriet bij mensen. De dood van een gezelschapsdier leidt doorgaans tot verdriet, niet zelden ook tot stress.

Nadelige effecten voor dieren en natuur[bewerken]

  • Schade aan natuur. Ontsnapte katten of honden kunnen verwilderen en dit heeft invloed op de natuur in de omgeving, zoals bij zwerfkatten. Katten kunnen doorgaans vrij struinen en doden grote aantallen vogels, amfibieën en hagedissen.
  • Schade aan dieren zelf. Niet in de laatste plaats kunnen huisdieren zelf de nadelige gevolgen van verwaarlozing of mishandeling ondergaan.

Zie ook[bewerken]