IJslandse parlementsverkiezingen 2007

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
IJslandse parlementsverkiezingen 2007
Datum 12 mei 2007
Land Vlag van IJsland IJsland
Te verdelen zetels Alle 63 zetels van het Parlement van IJsland (Alding)
Opkomst 185.071
Resultaat
Grootste partij Onafhankelijkheidspartij
Nieuwe Minister-president Geir Haarde
Vorige Minister-president Geir Haarde
Begin regeerperiode 24 mei 2007
Opvolging verkiezingen
2003     2009
Portaal  Portaalicoon   Politiek

De parlementsverkiezingen van IJsland werden op 12 mei 2007 gehouden. De Onafhankelijkheidspartij bleef de grootste in het parlement en won 25 van de 63 zetels.

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

Aan deze verkiezingen deden 6 partijen mee: de 2 regeringspartijen, de Onafhankelijkheidspartij en de Progressieve Partij. Verder deden alle oppositiepartijen mee: de Alliantie, Links-Groen en de Liberale Partij. Ook de nieuwe partij: IJslandse beweging-Levend Land nam deel aan de verkiezingen.

Uitslagen[bewerken | brontekst bewerken]

Zetelverdeling[bewerken | brontekst bewerken]

Partij Partijleider Stemmen Zetels ±
Onafhankelijkheidspartij (Sjálfstæðisflokkurinn) Geir Haarde 66.754 25 +3
Alliantie (Samfylkingin) Ingibjörg Sólrún Gísladóttir 48.743 18 -2
Links-Groen (Vinstrihreyfingin - grænt framboð) Steingrímur J. Sigfússon 26.136 9 +4
Progressieve Partij (Framsóknarflokkurinn) Jón Sigurðsson 21.350 7 -5
Liberale Partij (Frjálslyndi flokkurinn) Guðjón Arnar Kristjánsson 13.233 4 0
IJslandse beweging - Levend Land (slandshreyfingin – lifandi land) Ómar Ragnarsson 5.953 0 -
Totaal 182.169 63

Opkomst en geldige stemmen[bewerken | brontekst bewerken]

2007
Kiesgerechtigde 221.330
Opkomst 185.071 (83,62%)
Niet verschenen 36.259 (16,38%)
Geldige stemmen 182.169
Ongeldige stemmen 385
Blanco stemmen 2.517

Na de verkiezingen[bewerken | brontekst bewerken]

Toen de verkiezingsuitslag vast stond werd als snel duidelijk dat de toenmalige coalitie nog maar kon rekenen op een kleine meerderheid van 32 tegen 31 zetels. Dit kwam vooral door het feit dat de Progressieve Partij 5 zetels verloren had, dit was dan ook de slechtste verkiezingsuitslag uit hun 90-jarige geschiedenis. Een ander opvallend detail was dat de partij IJslandse Beweging-Levend Land geen zetels haalden. Dit was te wijten aan de kiesdrempel van 5% die IJsland hanteert. Na enkele dagen van speculatie maakten de regering op 17 mei bekend af te treden en dat de coalitie tussen de Onafhankelijkheidspartij en de Progressieve partij na 12 jaar zou eindigen. Na een aantal dagen onderhandelen kwamen de Onafhankelijkheidspartij (OP) en de Sociaaldemocratische Alliantie (A) tot een akkoord en de nieuwe regering nam op 24 mei zitting. De ministersposten werden als volgt verdeeld:

De regering kon in het parlement, rekenen op een vaste meerderheid van 43 uit 63 zetels. In hun regeerakkoord schreven ze dat ze zich gingen focussen op kinderen, ouderen en het milieu.

Op 23 mei maakten de partijleider van de Progressieve Partij, Jón Sigurðsson, bekend af te treden, onder druk van de slechte verkiezingsuitslag. De vice- partijleider Guðni Ágústsson nam zijn post over.