Imperial overstretch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Met imperial overstretch wordt bedoeld dat een wereldrijk groter wordt dan het aan kan, waardoor het niet langer in staat is om de militaire en economische verplichtingen die daarbij horen na te komen, laat staan om verder te groeien. Doordat op te veel plaatsen moet worden opgetreden, kan dat niet meer overal voldoende effectief gebeuren.

Ontstaan[bewerken | bron bewerken]

Het begrip "imperial overstretch", dat vertaald kan worden met overbelasting of verrekking van een imperium, werd geïntroduceerd door de Britse historicus Paul Kennedy. Hij schreef in een artikel,[1] en later in zijn boek De wisselkoers van de macht uit 1987:

The United States now runs the risk, so familiar to historians of the rise and fall of Great Powers, of what might be called "imperial overstretch": that is to say, decision-makers in Washington must face the awkward and enduring fact that the total of the United States's global interests and obligations is nowadays far too large for the country to be able to defend them all simultaneously.
[1]
De Verenigde Staten lopen nu het risico van wat 'imperial overstretch' genoemd zou kunnen worden, een bij geschiedschrijvers van opkomst en verval van grootmachten o zo vertrouwd begrip: anders gezegd, beslissers in Washington moeten het nare maar blijvende feit onder ogen zien, dat het totaal aan Amerikaanse belangen en verplichtingen, verspreid over de hele wereld, tegenwoordig veel te groot is voor het land om ze allemaal tegelijk te kunnen verdedigen.
[1]

Analyse van Paul Kennedy[bewerken | bron bewerken]

In "De wisselkoers van de macht" (The rise and fall of the great powers) analyseerde Paul Kennedy de wereldgeschiedenis van de laatste 500 jaar. Centraal in zijn beschouwing staat dat op de lange duur de economische ontwikkeling van een land bepaalt hoe sterk het politiek en militair kan optreden. In de loop van de geschiedenis blijken er altijd verschuivingen in economische groei te zijn. Daardoor kan een land gedurende een bepaalde periode veel rijker worden dan andere en zich dan als een wereldrijk laten gelden. Maar na verloop van tijd zijn er altijd andere landen die hun achterstand inhalen. Er zijn dan veel hogere kosten gemoeid met het overal behouden van overwicht, wat op zichzelf weer de economische ontwikkeling van het wereldrijk onder druk zet. Zo ontstaat er uiteindelijk een situatie waarin het geheel van politieke en militaire verplichtingen de economische mogelijkheden van een wereldmacht te boven gaat: imperial overstretch.[2]

Historische voorbeelden[bewerken | bron bewerken]

  • Sommige auteurs achten de term imperial overstretch inmiddels ook van toepassing op de Verenigde Staten.

Bronnen[bewerken | bron bewerken]

  • Paul Kennedy, De wisselkoers van de macht. De economische en militaire opkomst en neergang van de grote mogendheden tussen 1500 en 2000, Bruna, (Utrecht-Antwerpen, 1989).ISBN 9022955478. - Nederlandse vertaling van: Paul Kennedy, The Rise and Fall of the Great Powers. Economic Change and Military Conflict from 1500 to 2000, Random House (New York, 1987).ISBN 0679720197.

Noot[bewerken | bron bewerken]

  1. a b c Paul Kennedy The relative decline of America, in The Atlantic Monthly, August, 1987.
  2. Paul Kennedy, The Rise and Fall of the Great Powers, p.515, samenvattende epiloog op p.536