Informatie- en Adviescentrum inzake Schadelijke Sektarische Organisaties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Informatie- en Adviescentrum inzake Schadelijke Sektarische Organisaties (IACSSO) is een Belgische instantie die de regering-Dehaene II met de wet van 2 juni 1998 in het leven riep als gevolg van de aanbevelingen van een parlementair onderzoek.[1] Het centrum valt onder de Federale Overheidsdienst Justitie.

Het IACSSO is sinds de zomer van 2000 in de gebouwen van de 'espace Jacqmotte' gevestigd in de Hoogstraat 139 in het centrum van Brussel.

In de periode 1999 tot 2005 was Adelbert Denaux (Katholieke Universiteit Leuven) de voorzitter en Henri de Cordes de plaatsvervangende voorzitter. De liberaal Henri de Cordes (MR) werd voorzitter in 2005 en Viviane Geuffens (CD&V) werd als plaatsvervangend voorzitster aangeduid. Zij werden onder de vaste leden gekozen door de kamer.

De huidige voorzitter is Luc Willems (Open Vld). Ronald Planchard is plaatsvervangend voorzitter.[2]

Veroordeling[bewerken]

Eind 2005 dagvaardt de vzw Sahaja Yoga België het centrum omdat ze niet akkoord gaat met de inhoud van een advies[3] over Sahaja Yoga International en de publicatie ervan op de website van het IACSSO. In december 2005 oordeelt de rechter in kort geding dat de vordering ontvankelijk, doch niet gegrond is. Hiertegen werd door Sahaja Yoga België vrijwel onmiddellijk beroep aangetekend. In juni 2006 oordeelt het Hof van Beroep dat de vordering ontvankelijk en gegrond is omdat het advies niet was voorbereid met de nodige objectiviteit en motivatie.[4][5] Dit werd bevestigd door de rechtbank van eerste aanleg in februari 2008, maar het vonnis werd niet betekend en uitgevoerd gelet op het hoger beroep van de Belgische Staat in maart 2008.[6] In zijn arrest van 12 april 2011 heeft het Hof van Beroep te Brussel, eerste kamer, vastgesteld dat de vzw Sahaja Yoga België geen afdoende bewijs kon leveren voor deze zogenaamde fouten begaan door het IACSSO, en heeft derhalve beslist dat haar klacht ongegrond was. Als antwoord op de argumenten van de vzw heeft het Hof vastgesteld dat de manier waarop het Centrum in zijn advies de aandacht had gevestigd op de risico's in verband met de praktijken en leringen van Sahaja Yoga niet foutief was. Het Hof heeft ook geoordeeld dat het advies van het Centrum in overeenstemming was met het beginsel van vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst vastgelegd in artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Bij ontbreken van beroep in Cassatie is deze uitspraak definitief.[7]