Inkapselen (netwerk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Inkapselen wordt bij computernetwerken gebruikt om een Upper Layer Protocol in te sluiten in een Lower Layer Protocol. Dit is een abstracte methode om toe te laten dat de verschillende lagen functionaliteit bijvoegen.

Het internet is bijvoorbeeld gebaseerd op het Internet Protocol (IP — meer bepaald IPv4) en de meeste toepassingen gebruiken zowel het User Datagram Protocol (UDP) of Transmission Control Protocol (TCP). Dus, een stukje van de gebruikersgegevens wordt geëncapsuleerd in een UDP datagram dat dan weer wordt geëncapsuleerd in een IP pakket die vervolgens verzonden wordt over een data link layer protocol (bijvoorbeeld, ethernet). De data link layer is verantwoordelijk voor de fysieke transmissie van de data; IP voegt daar de addressing van de individuele computers aan toe; UDP voegt er de "Adressering van de Toepassing" aan toe (namelijk: de poort specifieert de service zoals een web of FTP server).

Zowel het OSI model en internet protocol suite gebruiken encapsulatie.

Bij het inkapselen wordt de meer abstracte laag de the "upper layer protocol" (ULP) terwijl de meer specifieke laag de "lower layer protocol" (LLP) genoemd wordt. In het voorbeeld UDP is de ULP ten opzichte van IP terwijl ethernet de LLP ten opzichte van IP.