Inode

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een inode is een manier om bestanden op te slaan op een harde schijf. De naam komt van index-node. Aangezien grote bestanden in kleine blokjes (zogenaamde sectoren) moeten worden verdeeld, is er een administratie nodig die bijhoudt welke sectoren door een bestand in gebruik zijn. De meest eenvoudige vorm is de File Allocation Table-structuur, die binnen Windows wordt toegepast. Maar voor Unix en later ook Linux werd een complexer systeem gehanteerd.

  • De eerste 10 blokken staan in een lijst.
  • Als een bestand langer is dan 10 blokken staat er een "eerste-niveau-i-node". Dit is een verwijzing naar een sector met 170 verwijzingen.
  • Als een bestand langer is dan 10 + 170 blokken staat er een "tweede-niveau-i-node". Dit is een twee-dimensionale structuur die verwijst naar eerste-niveau-i-nodes.
  • Als een bestand langer is dan 10 + 170 + (170 * 170) blokken staat er een "derde-niveau-i-node". En dit is een drie-dimensionale structuur die verwijst naar tweede-niveau-i-nodes.

Dit is een zeer complex systeem, maar het had als voordeel dat bestanden bijzonder groot konden worden, en het is voor grote systemen vele malen efficiënter dan de File Allocation Table. Een bestand kon maar liefst een omvang van 2,5 GB hebben. Tegenwoordig wordt 32-bits systemen gehanteerd en is de maximale grootte exponentiëel.

Je kan het inode-nummer van een bestand onder Linux of Unix opvragen met het commando:

ls -i bestandsnaam

Zie ook[bewerken]