Invoer (automatisering)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Invoer (vaak wordt hiervoor de Engelse term input gebruikt) is ieder gegeven dat een computer gebruikt om te verwerken.

Om iets te kunnen invoeren is er bepaalde apparatuur nodig. Bekende voorbeelden zijn een toetsenbord en een computermuis. Ook kan een cd-speler worden gebruikt, of een diskettestation (dat ook gebruikt voor de uitvoer van gegevens). Een microfoon met spraakherkenningssoftware kan ook een invoerapparaat zijn.

In de context van tekstinvoer is een invoermethode (Engels: input method) een programma dat de invoer van tekens mogelijk maakt die zich niet op het toetsenbord bevinden. Dit is bijvoorbeeld van belang bij het invoeren van Chinese karakters.

Bepaalde apparatuur die van oorsprong gebruikt wordt om uit te voeren kan worden gebruikt voor invoer, zoals het beeldscherm dat bij aanraking reageert.

Geschiedenis[bewerken]

In de begintijd van de computer was het niet gemakkelijk om gegevens in te voeren. Bij de eerste computers werd dat met schakelaars gedaan. Een flinke vooruitgang waren de ponskaarten. Pas toen de toetsenborden en harde schijven onderdeel van de computer uitmaakten kon men serieus gegevens invoeren en opslaan. Vaak werden gegevens meerdere keren ingevoerd omdat computers nog niet goed met elkaar konden communiceren.

Tegenwoordig worden veel gegevens automatisch verwerkt. Het invoeren van de gegevens gebeurt meestal nog maar één keer aan het begin van het traject.