Iwein van Aalst

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Iwein van Aalst
ca. 1117/- 1145
Heer (Graaf) van Aalst, Waas en Drongen
Voorganger Boudewijn III van Gent (Aalst)
Opvolger Diederik van Aalst
Vader Boudewijn II van Gent (Aalst)
Moeder Reinwif

Iwein van Aalst, bijgenaamd de Kale, was een belangrijke Vlaamse ridder en heer van Aalst. Hij werd vermeld van 1117 tot 1145.

Titels en bezittingen van Iwein van Aalst[bewerken]

Iwein van Aalst was net als zijn broer Boudewijn III van Gent, Peer van Vlaanderen en advocaat van de Sint-Pietersabdij van Gent. Beiden waren ze de zonen van Boudewijn II van Gent. In 1127 ontnam hij de bezittingen van zijn nichtje Beatrice en werd heer van Aalst. Hij noemde zich later zelfs "comes Alostanus" of graaf van Aalst. Hij werd vermoord op 8 augustus 1145. Zijn weduwe Lauretta van de Elzas, dochter van de graaf van Vlaanderen, overleed als non te Vorst rond 1175. Warlop somde een lijst op van de bezittingen van Iwein van Aalst. Naast Aalst had hij ook Waas, Drongen, Deinze en Ruiselede en was hij ook leenman van Liedekerke. Verder bezat hij gronden en rechten te Ronse, Deelstreep Brugge, Westvleteren, Ieper, Bikschote, Langemark, Komen, Veurne, Pollinkhove, Horebeke en Tourcoing.

Hoe kwam het huis van Aalst aan deze bezittingen? Enkel van Waas, Drongen en Ruiselede weten we dat zijn voorouders ze ontvingen van de graaf van Vlaanderen. Het andere kunnen we slechts gissen. Tot de mogelijkheden behoren erfenis, huwelijk, giften of inbezitneming door geweld. Rond Aalst zelf bezat het huis heel wat allodiale goederen. We mogen gerust veronderstellen dat Erembodegem, Hofstade, Gijzegem, Nieuwerkerken en Lede zijn bezit waren. Deze dorpen zijn later in bezit gekomen van de Graaf van Vlaanderen als erfgenaam van het huis van Aalst.

Iwein en het conflict met Willem Clito[bewerken]

Als Peer van Vlaanderen steunde hij Diederik van de Elzas als kandidaat-graaf. Niettemin werd Willem Clito van Normandië gekozen. In 1128 was er een conflict tussen de Gentenaars en graaf Willem Clito. Iwein van Aalst probeerde te bemiddelen. Omdat Iwein te vaak de zijde koos van de burgers, kwam hij in conflict met de graaf. Willem daagde Iwein uit tot een duel. Iwein weigerde het duel op basis dat ze niet van gelijke stand waren. Hij verbrak zijn leenmanschap en erkende Dirk van den Elzas als nieuwe graaf. Dirk werd op 21 juni 1128 verslagen en zocht zijn toevlucht tot Iwein en Daniël van Dendermonde. Het conflict escaleerde tot Willem met zijn leger optrok naar Aalst waarbij hij sneuvelde door een pijl, afgeschoten door een Aalstenaar. Diederik van de Elzas werd de nieuwe graaf. (1128)

Iwein en het conflict met de clan Bourbourg[bewerken]

Arnold II, graaf van Ardres, huwde daarna Gertrude de tante van Iwein. De geschiedschrijver Lambert van Ardres vertelde dat Iwein en Arnold van Ardres goede vrienden waren. In een tent tijdens een toernooi bedisselden ze samen het huwelijk. Hierdoor ontstond er een geducht machtsblok: Ardres-Waas-Gent-Aalst.

Iwein was de grote triomfator en held van Vlaanderen, maar hij had twee grote vijanden: de clan Bourbourg en de clan Beveren. Deze laatste pleitte recht te hebben op de bezittingen van Iwein in het Waasland. Diederik van Beveren maakte zijn aanspraak mogelijk door zijn huwelijk met een dochter van Boudewijn III van Aalst. De naam van het meisje is echter onbekend omdat geen enkele historische bron dit bevestigt.

De ruzie met de clan Bourbourg zou Iwein zijn dood worden: Rogier van Kortrijk, een bondgenoot van Bourbourg, zou hem vermoord hebben. Het kwam al een eerste maal tot een treffen in Aken, waar beide ridders de baden bezochten. Rogier zou er blijvend verwond geraken aan de handen door messteken. Bij een verzoeningspoging te Kassel werd Iwein door Rogier of door zijn toedoen vermoord in 1145.

Hij werd opgevolgd door zijn minderjarige zoon Diederik van Aalst.