Johannes Cornelis Frankevoort

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Johannes Cornelis Frankevoort (Den Helder, 2 juli 1912 – aan boord van de Cap Arcona, 3 mei 1945) was een Nederlands politieagent en actief Jodenjager.

Opleiding en werk[bewerken | brontekst bewerken]

Frankevoort werkte sinds 1941 bij de Hengelose politie. Daar werd hij door zijn NSB-achtergrond, hij was al lid vanaf oktober 1940[1],  door zijn chef Wuijster gevraagd de speciale functie van opsporing en arrestatie van Joden. Als beloning werd hem een officiersfunctie in het vooruitzicht gesteld. Vanaf april 1941 was hij aangesloten bij de SS en vanaf april 1942 bij Rechtsfront. Daarnaast was hij Sturmbahnfuhrer. Hij volgde een opleiding aan de SS-Schule Avegoor waarna hij in februari 1944 nog een SS-opleiding deed. [2]

Gewelddadig[bewerken | brontekst bewerken]

Frankevoort viel op in zijn behandeling van mensen. Getuigenisverklaringen geven aan dat hij opvallend agressief en gewelddadig was. Hij deed zijn opsporingen niet alleen, hij werkte onder andere samen met Bronsema. Ondanks dat Bronsema zijn meerdere was nam Frankevoort de leiding in situaties als opsporingen en verhoren. Hierbij schuwde hij geweld niet. Hij gebruikte zowel lichamelijk geweld, dreigde met zijn dienstwapen of schoot mensen neer. Hij deed deze activiteiten ook buiten zijn werktijd. Daarnaast bracht Frankevoort eigenhandig mensen naar Westerbork.  [3][2]

Na de oorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Frankevoort werd naar concentratiekamp Neuengamme [4]gebracht nadat hij was opgepakt nadat hij in 1944 tegen de lamp liep nadat hij een inbeslagname in scène had gezet om er zelf met de goederen vandoor te kunnen gaan. Uiteindelijk stierf hij aan boord van de Cap Arcona toen deze op 3 mei 1945 gebombardeerd werd door de Royal Air Force. Langere tijd waren deze gegevens echter niet bekend en werd er gedacht dat Frankevoort nog leefde. Op 2 juni 1949 werd hij bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar.