Jules Kayser

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jules Kayser

Jules Kayser (Venlo, 2 oktober 1879 - aldaar, 20 oktober 1963) was een Nederlands architect die voornamelijk werkzaam was in Limburg. Hij ontwierp vooral kerken, huizen en scholen.

Achtergrond[bewerken]

Jules is de zoon van architect Johannes Kayser. Hij volgde de HBS in Maastricht. Daarna ging hij naar de Polytechnische School te Delft, waar hij in 1906 het diploma bouwkundig ingenieur behaalde. Vervolgens werkte hij een tijd bij zijn vader en deed ervaring op bij een aantal architecten. Hierna vestigde hij zich als zelfstandig architect in Venlo. Daar ontwierp Kayser zeer veel gebouwen, o.a. de brandweerkazerne in (1916) en het pand Bervoets in (1919).

Kerkenbouw[bewerken]

Net als zijn vader ontwierp Kayser een aantal kerken, waaronder de Heilig Hartkerk te Venlo uit 1921. Belangrijk in zijn oeuvre is de Sint-Hubertuskerk te Maastricht uit 1925. Tevens maakte hij furore als restauratie-architect. De stijl van Kayser was aanvankelijk sterk geïnspireerd op het expressionisme van de Amsterdamse School. Later neigde zijn stijl sterk naar het traditionalisme.

Werkwijze[bewerken]

Kayser bouwde vaak met baksteen, in combinatie met hoge zadeldaken. Voor de oorlog bouwde Kayser vooral nieuw, na de oorlog lag het accent meer op restauratie. Dit was mede ingegeven door de verwoestingen rondom zijn woonplaats en zijn positie als stadsarchitect van Venlo.

Wederopbouw[bewerken]

In 1948 maakte hij het wederopbouwplan voor Venlo en bemoeide zich intensief met de uitvoering hiervan en met de stadsuitbreidingen in Blerick. Bovendien kreeg Kayser de opdracht tot diverse restauraties. Hij herbouwde diverse kerken, waaronder De Martinuskerk te Venlo en de Sint-Petrus' Bandenkerk te Venray.

Vanaf 1945 fungeerde Kayser als deken van de Bisschoppelijke Bouwcommissie in Roermond. In hetzelfde jaar werd hij tot voorzitter benoemd van de net opgerichte Academie van Bouwkunst in Maastricht. Tevens was hij voorzitter van de WGA van 1947 tot 1960. Hij bleef tot op hoge leeftijd werkzaam, zijn laatste ontwerpen stammen uit de jaren 50.

Zie ook[bewerken]