Kabouterbeweging

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kabouters vergaderen in het Vondelpark (4 juni 1970).
Verkiezingsbord voor de Kabouterpartij in Amsterdam in 1970

De Kabouterbeweging was een ludieke Nederlandse en Belgische protestbeweging en lokale politieke partij uit de periode 1969-1974 rond ex-provo's Roel van Duijn en Robert Jasper Grootveld. De kritiek van de beweging richtte zich op zaken als consumentisme, woningnood en aantasting van natuur en milieu.

De beweging richtte op 5 februari 1970 de Oranjevrijstaat op. De grenzen van deze staat vielen samen met die van Nederland. De Oranjevrijstaat kreeg een eigen (schaduw)regering compleet met departementen die zich bezighielden met kraakpanden, winkels voor tweedehandsgoederen en biologische voedingswinkels. Tijdschrift Aloha gaf eenmalig de Staatscourant der Oranje Vrijstaat uit, een krantje 'in dienst van de Kabouters'. Op 3 juni 1970 namen de Kabouters onder leiding van Roel van Duijn met de partij Amsterdam-Kabouterstad deel aan de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen en werd met vijf zetels de vierde partij in de raad. De fractie viel op door ludieke acties, zoals het roken van wiet tijdens raadsvergaderingen en een nieuwe, fonetische spelling, maar viel uiteindelijk door interne conflicten uiteen.[1]

In België was de Kabouterbeweging zeer actief in Mechelen, waar Provo en kunstenaar Frans Croes (alias Paps Kabouter) hun voorman was. In 1970 namen de Kabouters er met hun Nieuwe Partij en de leuze 'Louter Kabouter' deel aan de gemeenteraadsverkiezingen, maar slaagden er niet in een zetel in de wacht te slepen. Het symbool van de Mechelse kabouters waren de roze handjes, die op allerlei symbolen van de burgermaatschappij in de stad gekleefd werden.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

De geschiedenis van de kabouterbeweging is beschreven door Coen Tasman in het boek Louter kabouter, kroniek van een beweging (Amsterdam, Babylon/De Geus, 1996).