Kasjmirgeit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Kasjmirgeit leeft in het gebied Kasjmir in India, Pakistan en China. Uit dit gebied komen de oorspronkelijke geitenrassen. De Kasjmirgeit produceert het woltype Kasjmier of kasjmir.

De Kasjmirwol is een fijne (19 tot onder 12 µm) en zeer zachte, soepele vezel. Ze wordt traditioneel gewonnen door de ondervacht van de geit te kammen, maar in de moderne bedrijven worden de geiten geschoren. De hoogste kwaliteit Kasjmier is afkomstig van de nek en kin van de geit. De geiten hebben de kleuren wit, grijs, bruin en zwart. De gewenste fijne vezels zitten alleen in de ondervacht. De stuggere vezels van de bovenvacht moeten verwijderd worden. Dit gebeurt machinaal. Per dier is de opbrengst ongeveer 150 gram per keer.

Kasjmir is een van de duurste natuurvezels en wordt daarom vaak gemengd met merino of andere wol. De prijs is vooral afhankelijk van de fijnheid van de wol. Verder spelen de vezellengte, de mate van kroezing en de kleur een rol. Kasjmir kan net zoals schapenwol verwerkt en geverfd worden. Als gevolg van de fijne vezels hebben artikelen van Kasjmirwol zeer goede warmte-isolerende eigenschappen bij een laag gewicht.

Productielanden[bewerken]

De voornaamste productielanden waren oorspronkelijk China, Mongolië, Iran en het hoogland van Centraal-Azië. Op het ogenblik worden echter ook grote kuddes Kasjmirgeiten gehouden in Australië, Nieuw Zeeland en Schotland. In de oorspronkelijke landen wordt de vezel vooral tot mutsen en sjaals verwerkt. In de overige landen wordt vezel verwerkt in bovenkleding variërend van truien tot mantels.