Katholieke Volkspartij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Katholieke Volkspartij
K.V.P.-verkiezingsvergadering in 1966: premier Cals aan het woord.
K.V.P.-verkiezingsvergadering in 1966: premier Cals aan het woord.
Geschiedenis
Opgericht 22 december 1945
Opheffing 10 oktober 1980[1]
Opgegaan in CDA logo.svg CDA (gefuseerd met ARP, CHU)
Algemene gegevens
Actief in Nederland
Aantal leden 1955: 429.939
1972: 110.000
1980: 49.343[2]
Jongerenorganisatie Katholieke Volkspartij Jongeren Organisatie (KVPJO)
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

De Katholieke Volkspartij (KVP) was een Nederlandse politieke partij die in 1980 met de Christelijk-Historische Unie (CHU) en de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) is gefuseerd tot het Christen-Democratisch Appèl (CDA).

De KVP werd op 22 december 1945 opgericht als opvolger van de vooroorlogse Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP). De KVP was een brede volkspartij, waarvan zowel katholieke arbeiders als katholieke werkgevers, boeren, ambtenaren en onderwijzers lid waren. In 1947 werd de partij ook toegankelijk voor niet-katholieken.

In de jaren van haar bestaan heeft de KVP altijd deel uitgemaakt van de Nederlandse regering. Meestal leverde zij ook de minister-president. Onder de eerste partijleider Carl Romme werd langdurig samengewerkt met de Partij van de Arbeid van Willem Drees. Onder Norbert Schmelzer was de VVD de favoriete kabinetspartner.

Toelating niet-katholieken[bewerken]

De Katholieke Volkspartij was in eerste instantie alleen toegankelijk voor rooms-katholieken. In 1947, twee jaar na de oprichting, werd de partij opengesteld voor niet-katholieken. De reden was dat de KVP van mening was dat alleen met steun van 'buitenaf' de politieke macht gegrepen kon worden.[3]

Afsplitsingen[bewerken]

De partij kende driemaal in haar historie een interne breuk. In de jaren vijftig scheidde de Groep-Welter (de latere Katholiek Nationale Partij) zich af uit protest tegen de overdracht van de kolonie Nederlands-Indië. In 1968 was er de linkse afsplitsing van de christen-radicalen naar de Politieke Partij Radikalen (PPR) om daar een progressief-linkse koers te volgen. Tussen 1970 en 1972 opereerde een kleine groep katholieke conservatieve dissidenten in de Nieuwe Roomse Partij (NRP) die echter bij de verkiezingen van 1971 geen kamerzetels wist te behalen. In 1972 splitste een grotere groep conservatieve katholieken zich van de KVP af en vormde met NRP-politici de Rooms Katholieke Partij Nederland (RKPN, 1972-1982) die bij de Tweede Kamerverkiezingen 1972 één zetel in de Tweede Kamer verwierf. De RKPN stond onder politieke leiding van fractievoorzitter Klaas Beuker, oud-KVP-politicus die de KVP te links vond geworden. Ook oud-bewindslieden zoals voormalig minister en secretaris-generaal van de NAVO Joseph Luns verlieten de KVP gedurende de jaren 1970.

Aanhang[bewerken]

De KVP behaalde haar stemmen vrijwel uitsluitend onder het katholieke volksdeel, dat dan ook wel massaal op de partij stemde. In de provincies Noord-Brabant en Limburg stemden bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1959 74,04% respectievelijk 79,53% van de bevolking op de KVP.[4] In de landelijke gemeenten in de katholieke gebieden gingen bijna alle stemmen naar de partij. In de steden wist de PvdA echter stemmen van de KVP af te snoepen onder een deel van de katholieke arbeiders.

Vanaf de Tweede Kamerverkiezingen van 1971 werd de KVP verdrongen door de opkomst van nieuwe partijen (Boerenpartij, D66, PPR) en de doorbraak van bestaande partijen in katholieke gebieden (PvdA, VVD) ten gevolge van de ontzuiling. In de jaren zeventig werd de partij als gevolg van deze dramatische nederlagen gedwongen samenwerking te zoeken met de protestantse partijen ARP en CHU, hetgeen uitmondde in de oprichting van het Christen-Democratisch Appèl (CDA) in 1980.

Feiten en cijfers[bewerken]

Zetels in de Tweede Kamer[bewerken]

Van de honderd leden van de Tweede Kamer:

  • 1946 - 32 zetels (30,8%)
  • 1948 - 32 zetels (31,0%)
  • 1952 - 30 zetels (28,6%)

Van de honderdvijftig leden:

  • 1956 - 49 zetels (31,6%)
  • 1959 - 49 zetels (31,5%)
  • 1963 - 50 zetels (31,8%)
  • 1967 - 42 zetels (26,5%)
  • 1971 - 35 zetels (21,8%)
  • 1972 - 27 zetels (17,7%)

Bron: KVP en de Tweede Kamerverkiezingen tussen 1946 en 1980

Zetels in de Eerste Kamer[bewerken]

Van de vijftig leden van de Eerste Kamer:

Van de vijfenzeventig leden:

Bron: Zetelverdeling Eerste Kamer 1946-heden

Ledenontwikkeling[bewerken]

Leden KVP (1 jan)
Jaar Aantal leden Jaar Aantal leden Jaar Aantal leden
1948 409.084 1959 374.745 1970 97.300
1949 348.516 1960¹ 385.500 1971 87.136
1950 319.419 1961 375.500 1972 82.525
1951 295.736 1962 328.000 1973 67.494
1952 277.663 1963 312.000 1974² 62.234
1953 257.890 1964 276.000 1975 52.458
1954 269.376 1965 259.180 1976 51.729
1955 429.939 1966 233.134 1977 54.273
1956 428.599 1967 156.000 1978 58.800
1957 368.196 1968 120.000 1979 56.185
1958 379.081 1969 100.000 1980³ 49.343
¹ 01 oktober, ² 31 december, ³ 29 september

Bron: KVP - ledentallen (Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen)

Belangrijke personen[bewerken]

Ministers-presidenten:

Voor ministers zie lijst van bewindslieden voor de KVP.

Eerste Kamervoorzitter:

Tweede Kamervoorzitters:

Fractievoorzitters Tweede Kamer:

Fractievoorzitter Eerste Kamer:

Jongerenorganisatie[bewerken]

De KVP heeft vrij snel een politieke jongerenorganisatie gehad, meestal simpelweg de KVP-jongerenorganisatie genoemd (KVPJO). In 1968 ontstond een scheuring binnen de jongerenorganisatie, waarna een groot deel van het bestuur deelnam aan de Politieke Partij Radikalen (PPR). Na mislukte pogingen tot een samengaan van christendemocratische jongerenorganisaties hief ze zichzelf op in 1974. Korte tijd later werd ze heropgericht, net voordat ze in 1980 opging in het Christen Democratisch Jongeren Appèl (CDJA).

Externe link[bewerken]