Kerkbank

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zicht op de preekstoel vanuit de kerkbanken

Een kerkbank is een onderdeel van het kerkmeubilair. Het zijn gewoonlijk lange, eikenhouten knielbanken die in rijen staan opgesteld in het schip van een kerk. Ze dienen zicht te bieden op het altaar en/of de kansel in een kerkzaal. Men moet in de banken kunnen zitten en staan. Banken bestemd voor een eredienst die dit verlangt bieden ook gelegenheid tot knielen. Vaak zijn er dan -voor het knielen- vilten kussentjes aanwezig die aan een koperen haakje hangen, voor elke zitplaats een. In de rugleuning vaak is een soort van lessenaar verwerkt, waarop de achterliggende rij mensen hun gebedenboeken en/of gezangenbundels kunnen plaatsen.

Kerkbanken zijn gewoonlijk in twee rijen geplaatst. Er was vroeger vaak een mannenkant en vrouwenkant, maar dat gebruik is in de meeste kerken -afgezien van sommige bevindelijke groeperingen- opgeheven.

Tot in de jaren vijftig van de 20e eeuw bestond er in veel kerken een systeem van pachtplaatsen. Tegen een bepaald bedrag kon men een plaats in de kerkbank pachten, waarbij de naam van de pachter bij de zitplaats kwam te staan. Wie geen vaste plaats kon huren was welkom op de armenbank. Dit leidde echter tot standsverschillen, daar de notabelen op deze wijze van een plaats voor in de kerk verzekerd waren. Ook dit gebruik bestaat niet meer.

Vooraanstaande families hadden vaak de beschikking over een eigen bank, een zogenoemde herenbank, deze was gewoonlijk met een deurtje afgesloten.

Afbeeldingen[bewerken]