Koninkrijk Saba

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

██ De Sabanen in de 3e eeuw n.Chr.

De Sabanen, Sabaërs of Sabeeërs, inwoners van het Koninkrijk Saba (Arabisch: ‘السبأيون’ - ‘as-Saba’iyūn’) waren een volk uit de oudheid die een van de oorspronkelijke Zuid-Arabische talen spraken, en in het huidige Jemen woonden, dat in het zuidwesten van het Arabisch Schiereiland ligt.[1]

Geleerden suggereren een link tussen de Sabanen en de inwoners van Sheba of Seba, het legendarische land uit de bijbel vanwaar de Koningin van Seba kwam, die koning Salomon in Jeruzalem een bezoek bracht. De meningen zijn verdeeld of de Sabanen hun afstammelingen zijn. De Sabanen worden genoemd in het boek van Job en Jesaja.

Geschiedenis[bewerken]

Het oude Sabaanse koninkrijk kwam aan de macht rond 1000 v.Chr. Het werd veroverd door de Himyarieten in de 1e eeuw v.Chr. Na de val van het eerste Himyaritische rijk, herstelden de koningen van Saba hun macht in de 2e eeuw n.Chr.[2] Het koninkrijk Saba werd uiteindelijk voor de tweede en laatste keer veroverd door de Himyarieten tegen het eind van de 3e eeuw, na inname van de toenmalige hoofdstad, Ma’rib.

De Sabanen behoorden tot de Zuid-Arabische volkeren. Elk van hen hadden hun territoria in het oude Jemen, met de Mineeërs in het noorden in Wadi al-Jawf, de Sabanen in het zuidwestelijke punt, een gebied dat zich uitstrekte van het hoogland tot de zee, de Qatabanen ten oosten van hen, en de Hadramieten daar weer ten oosten van.

De Sabanen waren, net als veel andere Jemenitische volkeren in dezelfde periode, betrokken bij de zeer lucratieve specerijenhandel, waarbij voornamelijk wierook en mirre verhandeld werden.[3]

De Sabanen worden genoemd in het Boek van Job, waar ze zijn vee en dienaren afslachtten.[4] In de Res Gestae Divi Augusti (een biografie van het leven van Augustus) schrijft Augustus:

„Op mijn bevel en op mijn tekenen werden twee legers ongeveer op hetzelfde moment Ethiopia en Arabia, dat de Zalige wordt genoemd, binnengeleid. Grote legers van elke vijand werden verslagen op het slagveld, en verscheidene dorpen en steden werden ingenomen. In Ethiopia drongen we zo ver door als het dorp van Nabata, in de buurt van Meroë; In Arabia bereikte het leger het gebied van de Sabanen en de stad Ma’rib… ”
— vertaald van Wikisource[5]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Stuart Munro-Hay, Aksum: An African Civilization of Late Antiquity, 1991.
  2. Andrey Korotayev. Pre-Islamic Yemen. Wiesbaden: Harrassowitz Verlag, 1996. ISBN 3-447-03679-6.
  3. Yemen
  4. Job 1:14-15
  5. Res Gestae Divi Augusti, paragraph 26.5, Res Gestae Divi Augusti, vertaling van Wikisource

Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.