Korstdeeg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een frambozen-peren taart in korstdeeg

Korstdeeg of harde wener is deeg dat gebruikt wordt om een stevige korst te maken voor een met zachte of losse vulling op te vullen taart. Korstdeeg bestaat in twee hoofdvarianten:

  • Zoet korstdeeg
  • Zout korstdeeg

De zoete variant wordt gebruikt voor bijvoorbeeld appeltaart. De zoute versie wordt gebruikt voor hartig gebak zoals quiche.

Korstdeeg wordt gemaakt door bloem, boter en eieren samen te kneden, met respectievelijk zout of suiker. Eventueel kan bakpoeder worden toegevoegd zodat de korst toch iets rijst. Omdat de korst nooit erg dik wordt, is korstdeeg snel te bakken. 10-15 minuten in een hete oven van 220 °C is voldoende.

Als de korst voor een taart apart wordt gebakken om later te vullen, verdient het de voorkeur om blind te bakken. Dat wil zeggen dat de bodem belegd wordt met een zware laag bakbonen.

Harde wenerdeeg wordt ook wel gebruikt voor kleinere gevulde bakjes.

Varianten[bewerken]

Het verschil met zanddeeg is dat het laatste in elk geval geen eieren bevat. Een eenvoudig en snel te maken variant van bladerdeeg wordt ook wel Frans korstdeeg genoemd.