Kwijtschelding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kwijtschelding is het vrijwillig prijsgeven van een vordering op iemand. Meestal is de reden hiervan dat het met deze (rechts)persoon financieel zo slecht gaat, dat het bijna zeker is dat deze toch niet zal betalen. Er blijft een zogenaamde natuurlijke verbintenis over.

Kwijtschelding krijgt men niet zomaar. Bedrijven zijn niet snel geneigd dit te doen: ze geven liever hun vorderingen in één groot pakket uit handen aan een incassobureau. Incassobureaus bestaan van het innen van als oninbaar afgeschreven vorderingen, en zullen het zeker niet snel opgeven. Meestal is er een zekere relatie tussen debiteur en crediteur, zoals een familierelatie, of een aandeelhoudersrelatie. Fiscaal zal men dan de kwijtschelding heel goed moeten motiveren, anders zal de fiscus de kwijtschelding negeren, als winst bij de debiteur aanmerken, of als verkapte schenking of kapitaalstorting aanmelden. Men zal aannemelijk moeten maken dat er zakelijke motieven voor de kwijtschelding waren.

Ook kwijtschelding van belastingen is mogelijk. Gemeenten hebben als beleid om bij ingezetenen onder een bepaalde inkomens- en vermogensgrens (vaak de bijstandsnorm) hun gemeentelijke belastingen kwijt te schelden. Kwijtschelding van rijksbelastingen komt zeer zelden voor.