Lambert Ehrlich

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lambert Ehrlich

Lambert Ehrlich (Camporosso (sl.: Žabnice), 18 september 1878Ljubljana, 26 mei 1942) was een Sloveens priester, theoloog en politicus. Nadat Ehrlich het gymnasium had doorlopen in Klagenfurt (Celovec), studeerde hij theologie in Innsbruck (1897-1902) en Rome (1903), later volgde een studie etnologie in Oxford en Parijs (1920-1921).

Lambert Ehrlich werd in 1919 lid van de Joegoslavische delegatie bij de vredesonderhandelingen in Parijs. Zoals de meeste Sloveense geestelijken, week hij na het mislukken van het Karinthisch plebisciet (over aansluiting van Karinthië bij Joegoslavië) uit naar Ljubljana. Ehrlich ervoer de consequenties van Versailles als pijnlijk, omdat zijn geboortestreek Karinthië, maar ook West-Slovenië (het voormalige kroonland Küstenland) voor de Slovenen verloren leken te zijn. De les van Versailles was voor Ehrlich, dat de Slovenen te weinig gewicht hadden om successen te boeken op de omliggende landen, die groter gewicht hadden (Italië en Oostenrijk). In de periode rond 1940-1941 formuleerde hij mogelijkheden voor een confederatie van Slavische volkeren, dat hij het Intermariumproject noemde, soms ook bekend onder de naam "Slovenski problem" (Het Sloveense probleem) en waarin hij de Slovenen beter bescherm zag tegen vreemde mogendheden.

In Ljubljana werd hij werkzaam in het bisdom en aan de theologische faculteit. Sinds de jaren 1930 produceerde Ehrlich een stroom publicaties tegen het communisme, dat hij als de grootste bedreiging voor de Slovenen zag. Met onder meer Ciril Žebot richtte Ehrlich de groep "Straža" (De Wacht) op, die in haar lijfblad "Straža v viharju" (De wacht in de storm) antisemitische, anticommunistische en profascistische beschouwingen opnam. Lambert Ehrlich was aan het eind van de jaren 1930 een exponent van de rechtervleugel van de Sloveense Volkspartij geworden. Tijdens de bezetting van West-Slovenië door de Italianen in 1941 werkte Ehrlich samen met de bezetter, zo stimuleerde hij de oprichting van de Milizia volontaria anticomunista en domobranci. Hij wees het verzet van het Sloveense Bevrijdingsfront af, omdat het door communisten zou worden overheerst. Het anticommunisme was voor Ehrlich belangrijker dan de gewapende strijd tegen de bezetters. Daarin ging hij zover, dat hij in april 1942 aan de Italiaanse bezetter voorstellen deed toekomen voor de vernietiging van de Sloveense partizanen. Ehrlich werd op 26 mei 1942 op straat in Ljubljana door partizanen doodgeschoten.

Na de Sloveense onafhankelijkheid in 1991 is er een publiek debat op gang gekomen over Ehrlich, zijn denkbeelden en vooral zijn handelwijze tijdens de bezetting. Hoewel de moord op Ehrlich in 1942 over het algemeen wordt betreurd en afgewezen, is er weinig steun voor een volledige rehabilitatie.

Het retraitehuis in Monte Santo di Lussari (Svete Višarje) niet ver van zijn geboorteplaats Camporosso is naar Ehrlich vernoemd.