Lapscheurse Gat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Het Lapscheurse Gat is een kreek ten zuiden van Sluis, die ontstaan is ten gevolge van de inundatie van 1583 als een zijarm van het Zwin. De zeegeul liep aanvankelijk tot Heille, maar in 1591 brak ook dáár de dijk door, waarop de geul verder het land indrong tot 1,5 km voorbij Middelburg. Aldus ontstonden de Papenkreek en de Meulekreek. Een zijgeul van het Lapscheursche Gat, de huidige Stierskreek, reikte en reikt tot Aardenburg. Aan de Belgische zijde vindt men nog de Verloren Kreek, ten oosten van het dorp Sint-Rita.

De oorspronkelijke zeearm is de grens gaan vormen tussen de Staatse en Spaanse Nederlanden en vormt tegenwoordig de Belgisch-Nederlandse grens.

Het Lapscheurse Gat, vernoemd naar de nabijgelegen plaats Lapscheure, werd geleidelijk ingepolderd, te beginnen met de Middelburgsche polder en de Papenpolder (1700). In 1739 werd het Lapscheurse Gat afgedamd. De dam bezweek echter om in 1747 definitief van de zee te worden afgesneden door afdamming van het Paswater, de toenmalige haventoegang tot Sluis. Toen werd ook de Lapscheurse Gatpolder ingedijkt.

2 km ten zuidwesten van de stad Sluis ligt, aan de Belgische zijde van het Lapscheurse Gat, de Blauwe Sluis. Deze werd aangelegd in 1746 en diende ertoe om het overtollige water vanuit Lapscheure op het Lapscheurse Gat te lozen, van waar het via de Passluis bij Sluis naar het Zwin zou worden afgevoerd. Dit leidde echter nogal eens tot internationale strubbelingen, vooal tijdens de nasleep van de Belgische Revolutie (1830-1839). Vanaf 1843 werd echter het Leopoldkanaal gegraven, dat in 1847 de uitwateringsfunctie van de Blauwe Sluis overnam. De Blauwe Sluis werd gesloten, maar bleef wel bestaan en werd in 1976 geklasseerd als monument, en gerestaureerd.