Lieven Bauwens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Standbeeld van Lieven Bauwens in Gent

Lieven Bauwens (Gent, 14 juni 1769Parijs, 17 maart 1822) was een Zuid-Nederlands ondernemer en industrieel spion.

Jeugd[bewerken]

Bauwens werd geboren in de Waaistraat als zoon van George Jean Bauwens en Jeanne van Peteghem, leden van de gegoede Gentse burgerij, die een leerlooierij en wijnhandel dreven. De jongen was al vroeg bezeten van machines. Op dertienjarige leeftijd ging hij van school af om het vak van het leerlooien aan te leren. Op zijn zeventiende werd hij door zijn vader naar Groot-Britannië gestuurd, waar hij zich gedurende drie jaar in de nieuwste leerlooitechnieken bekwaamde. Na zijn terugkeer in 1789 begon hij een nieuwe modelfabriek met 550 looikuipen in de lokalen van een opgeheven klooster op het Nieuwland. De kwaliteit van de afgeleverde producten was zo hoog dat hij zelfs kon uitvoeren en concurreren op de Engelse markt. Na de dood van vader Bauwens werden de zaken overgenomen door Lieven, zijn moeder, en François, de zoon van George Jean uit een eerder huwelijk.

Revolutie[bewerken]

Bij de bezetting en vervolgens de aanhechting bij Frankrijk werd de firma Bauwens leverancier voor het Franse leger van schoenen, leer en textiel voor het maken van uniformen; deze producten kwamen niet enkel uit de eigen fabrieken. Het bedrijf groeide exponentieel, en Bauwens zag de gevaren hiervan in. Om hun vermogen veilig te stellen kochten de gebroeders Bauwens in 1796 het opgeheven klooster van de Minderbroeders in Passy om daar een leerlooierij in te richten. Later kocht Bauwens ook het "Hôtel Richelieu" in Parijs.

Bauwens wilde diversifiëren en kreeg het idee om in Passy naast de leerlooierij een katoenspinnerij en -weverij op te richten. De markt in katoenen stoffen werd toen gemonopoliseerd door Groot-Britannië, waar de Mule Jenny in 1779 was uitgevonden. In plaats echter van de op het continent bekende technologie te perfectioneren, besloot hij de technologische kennis die Groot-Britannië ter zake bezat te importeren. Dit was niet zonder risico, gelet op de staat van oorlog tussen Groot-Britannië en Frankrijk.

Onder de dekmantel van een handel in koloniale waren smokkelde Bauwens in de periode 1797-1798 gedurende 32 reizen de onderdelen van een Mule Jenny en andere machines voor de katoennijverheid, verborgen in kisten suiker of balen, via Hamburg het continent in. Bij het smokkelen van gekwalificeerd personeel uit Engeland liep het echter bijna fout. Bauwens werd in Engeland bij verstek ter dood veroordeeld en zijn goederen werden verbeurd verklaard. Terug in Frankrijk slaagden Bauwens en zijn broer erin de spinmachines te monteren, te analyseren en op grote schaal te kopiëren. Weldra was het niet meer nodig om gekwalificeerd personeel uit Engeland aan te trekken.

Terug in Gent[bewerken]

In 1800 keerde Bauwens terug naar Gent. Hij had eerder in Gent al het Kartuizerklooster gekocht, en in Drongen de gebouwen van de Norbertijnerabdij, en had er wolweverijen en vlasspinnerijen ingericht. Zowel in Gent als in Drongen begon hij nu een constructie-atelier voor de bouw van katoenspinmachines, en vervolgens een katoenspinnerij. Hij sloot vennootschappen met al dan niet aangetrouwde industriëlen, waarbij Bauwens de technologie inbracht, en zijn compagnons het bedrijfskapitaal. Gent groeide snel uit tot een "Belgisch Manchester."

Op 10 juli 1800 was Bauwens benoemd tot "maire" (burgemeester) van Gent, maar hij nam nog geen jaar later ontslag, op 28 april 1801. Op 22 mei 1805 kreeg hij een gouden medaille van de stad Gent. Hij werd door Napoleon op 9 mei 1810 gedecoreerd met het kruis van het Legioen van Eer. Hij was lid van de algemene raad van het Scheldedepartement en luitenant-kolonel van de Erewacht te paard.

In 1804 liet Bauwens zijn belangen in de fabrieken te Passy, Valençay en Dinant over aan zijn broer François.

Ondergang[bewerken]

Bauwens stond echter financieel zwak. Vanaf 1811 deden de gevolgen van het Continentale blokkade zich gevoelen. De val van het Franse Keizerrijk sleepte Bauwens mee. Hij werd failliet verklaard en op 2 november 1814 werden zijn bezittingen, met de fabrieken in het kartuizersklooster en in Drongen, openbaar verkocht.

Daarna ging hij zich toeleggen op het verwerken van vlas en vlokzijde, maar zijn voorstellen over de textielindustrie die hij richtte aan de Spaanse, Nederlandse en Franse overheden kregen geen gehoor.

Hij trok zich terug in Parijs en stierf er op 52-jarige leeftijd.

Na zijn dood[bewerken]

Reeds in 1849 dacht men er aan hem een standbeeld te geven. In 1866 plaatste men een ontwerp in plaaster op de huidige plaats (het Lieven Bauwensplein). Uiteindelijk kwam het huidige bronzen standbeeld, van de hand van Pieter De Vigne, er in 1885.

In 2005 eindigde hij op nr. 178 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg, buiten de officiële nominatielijst.

Zie ook[bewerken]

Bronnen
  • Nationaal Biografisch Woordenboek