Lipoproteine(a)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Lipoproteïne(a) of Lp(a) is een atypisch lipoproteïne met nog onbekende functie. Het werd in 1963 voor het eerst door de Noor Kåre Berg geïdentificeerd. Lp(a) is via een deeltje Apolipoproteïne B gekoppeld aan een deeltje Low-density-lipoproteïne (LDL). De hoeveelheid is sterk erfelijk bepaald.

Transvetzuren verhogen de concentratie van lipoproteïne(a) en triglyceriden in het bloed.[1]

Lp(a) is genoemd als een onafhankelijke risicofactor voor het ontwikkelen van atherosclerose; verhoogde Lp(a)-spiegels correleren sterk met het voorkomen van hart- en vaatziekten, herseninfarct, TIA en nefropathie.[2][3] Het vergroot de kans op aortaklepverkalking.[4]

Momenteel is Lp(a)-verlaging alleen mogelijk met nicotinezuur[5], acetosal en Lp(a)-aferese. Nieuwe geneesmiddelen die de concentratie Lp(a) verlagen, zijn in ontwikkeling. Statines blijken niet te verlagen.[6]

Bronnen, noten en/of referenties