Lucia Azzolina

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lucia Azzolina in 2020

Lucia Azzolina (Siracusea, 25 augustus 1982) is een Italiaans docent en politica. Van 10 januari 2020 tot 13 februari 2021 was zij minister van Onderwijs, Hoger Onderwijs en Onderzoek in het kabinet-Conte II.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Ze bezocht de middelbare school ‘Leonardo Da Vinci’ in Floridia en studeerde daarna filosofie aan de Universiteit van Catania en behaalde een masterdiploma in de geschiedenis van de filosofie. Vervolgens volgde ze een lerarenopleiding aan de Scuola di Specializzazione all'Insegnamento Secondario (SSIS), met als doel geschiedenis en filosofie te kunnen onderwijzen.

Na het eindexamen van de SSIS, begon zij les te geven op middelbare scholen in La Spezia en Sarzana. Ze specialiseerde zich in onderwijsondersteuning aan de Universiteit van Pisa. Vervolgens ging ze rechten studeren aan dezelfde universiteit, waar ze in december 2013 afstudeerde met een scriptie over administratief recht. Tegelijkertijd gaf ze les in de bovenbouw van het middelbaar onderwijs. In januari 2014 kreeg ze een vaste aanstelling bij de instelling voor hoger onderwijs ‘Quintino Sella’ in Biella. Na haar afstuderen volgde ze de opleiding tot advocaat en hield ze zich bezig met het onderwijsrecht.

Werkzaamheden voor de vakbond[bewerken | brontekst bewerken]

Azzolina was meerdere jaren actief binnen de Italiaanse Algemene Onderwijsbond, de Associazione Nazionale Insegnanti e Formatori (ANIEF), eerst in de regio Piëmont en daarna in de regio Lombardije. Na ontslag te hebben genomen bij de vakbond keerde ze in 2017 terug naar het onderwijs aan het I.I.S. ‘Quintino Sella’ in Biella, waar ze toetrad tot het schoolbestuur.

Politieke loopbaan[bewerken | brontekst bewerken]

Na haar werkzaamheden voor de vakbond, wijdde zij zich aan de politiek en sloot zich aan bij de Vijfsterrenbeweging (M5S). Bij de algemene verkiezingen van 2018 was zij kandidaat voor de Kamer van Afgevaardigden, de Italiaanse Tweede Kamer, in het kiesdistrict van de regio Piëmont, op de lijsten van de Vijfsterrenbeweging voor Verbania-Novara-Vercelli-Biella. Ze werd in eerste instantie niet verkozen.

Omdat er onvoldoende M5S-kandidaten waren in de regio Campania - er waren minder kandidaten dan de toegewezen zetels - heeft het Italiaanse Hof van Cassatie op 20 maart 2018 de vacante zetel in het kiesdistrict van de regio Campanië toegewezen aan Azzolina, die vervolgens lid werd van de Kamer van Afgevaardigden.

Als lid van de Commissie voor Cultuur, Onderzoek en Onderwijs van de Kamer van Afgevaardigden heeft zij verschillende parlementaire vragen gesteld met betrekking tot de onderwijssector.

Staatssecretaris van Onderwijs[bewerken | brontekst bewerken]

Op 13 september 2019 werd zij benoemd tot staatssecretaris van het ministerie van Onderwijs, Hoger Onderwijs en Onderzoek in het kabinet-Conte II.

Naar aanleiding van de goedkeuring van de Onderwijswet die zij had opgesteld, werd Azzolina in december 2019 bekritiseerd door enkele belangenverenigingen van Italiaanse onderwijzers, omdat zij in hun ogen de beloftes die zij tijdens de verkiezingscampagne had gemaakt niet was nagekomen. Een deel van deze kritiek is uitgemond in beledigingen en dreigementen. De toenmalige minister van Onderwijs Lorenzo Fioramonti en andere partijgenoten toonden zich solidair.

Minister van Onderwijs[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de eindejaarsconferentie op 28 december 2019 kondigde premier Giuseppe Conte haar aanstaande benoeming tot minister van Onderwijs aan. Op 10 januari 2020 legde zij de eed af en trad zij officieel in functie.

De botsing met de schoolvakbonden[bewerken | brontekst bewerken]

Op 2 februari 2020 beschuldigden alle schoolvakbonden Azzolina van het niet uitvoeren van een passend beleid voor tijdelijke leerkrachten en kondigden zij een nationale staking af.

Op 28 februari 2020 vroeg de vereniging Partigiani scuola pubblica (Partizanen openbare scholen) om haar ontslag na het intrekken van het wetsvoorstel over de afschaffing van de omstreden manier waarop leraren worden opgeroepen door schoolleiders. Dit wetsvoorstel was een van de programmapunten van het schoolprogramma van de Vijfsterrenbeweging.

Controverses[bewerken | brontekst bewerken]

In mei 2019 publiceerde het weekblad l'Espresso een reeks artikelen waarin haar deelname aan de selectieprocedure voor een aanstelling als schooldirecteur aan het licht werd gebracht. Deze selectieprocedure werd op 24 november 2017 aangekondigd en werd gehouden tussen 2018 en 2019. Er schreven zich 35.000 leerkrachten in, Azzolina kwam op de 2542e plaats op een totaal van 2900 beschikbare plekken. Zij schreef zich in ondanks het feit dat ze lid was van de parlementaire onderwijscommissie van de Kamer. Azzolina reageerde op de angst voor een mogelijke belangenverstrengeling door te stellen dat het een selectieprocedure betrof waar ze zich sinds 2017 al op aan het voorbereiden was.

Op 27 december 2019 trokken de voorzitter van de selectiecommissie voor de functie van schoolhoofd, Massimo Arcangeli, die de mondelinge test van Azzolina had beoordeeld, haar bekwaamheid om de rol van minister van Onderwijs te vervullen in twijfel op basis van de resultaten die zij tijdens de tests had behaald. De commissie kende haar voor het schriftelijk examen 80,5 punten van de 100 toe en voor het mondeling examen 75 punten van de 100.

Op 11 januari 2020 beweerde wederom Massimo Arcangeli in het dagblad La Repubblica dat sommige paragrafen van de scriptie die zij destijds voor het verkrijgen van de onderwijsbevoegdheid had geschreven, uit gespecialiseerde teksten zouden zijn overgenomen.

Na de publicatie van dit nieuws vroegen de oppositiepartijen, waaronder de populistische Italiaanse politieke partij Lega, om het ontslag van de minister. Lucia Azzolina antwoordde op de beschuldigingen door erop te wijzen dat het niet om een scriptie ging en dat het ook geen plagiaat was, aangezien het om een eenvoudig schriftelijk stageverslag ging.