Naar inhoud springen

Maas-en-Waals

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Het Maas-en-Waals [mɒːs-ə(m)-wɒːls] is het dialect dat men spreekt in het Land van Maas en Waal. Het dialect lijkt veel op de verschillende Brabantse en andere dialecten uit het Rivierengebied, met name het Nederbetuws en het Bommelerwaards. Traditioneel wordt het bij het Zuid-Gelders gerekend, men kan het evenwel bij het Brabants indelen.

Het Maas-en-Waals is duidelijk diepgaand beïnvloed door de Brabantse dialecten ten zuiden van de Maas. Men kent hier de Meierijse verkorting, dat wil zeggen dat sommige oorspronkelijk lange klinkers er kort geworden zijn (toren > torre). Ook de Oost-Brabantse umlaut in verkleinwoorden komt in het Maas-en-Waals terug. Het Nederbetuws en de meeste Bommelerwaardse dialecten kennen dit verschijnsel niet. De a verwijdt zich allengs tot aa.

Wat de klinkers betreft is er een kleine breuk met de Maaslandse dialecten die men ten zuiden van het Land van Maas en Waal spreekt. De typische gesloten uitspraak aldaar van woorden als been en boom, biejn respectievelijk boewm, treft men in het Maas-en-Waals niet aan. In plaats daarvan: enkelvoud 'boom' beum, mv. beum.[1] De ei/ij wordt tot èè, vaak verkort è, de ui tot ùw, eveneens vaak verkort; de Maaslandse klanken aai en oi zijn hier onbekend.

De uitspraken van de klinkers zijn, zoals in veel Germaanse dialecten, bijzonder fluïde. Waar men in velerlei dorpen voor AN <ui> /œ͡y/ [œ͡yi̯] kan rekenen, wordt deze rond Dreumel als [ɞ͡i̯] (klinkend als -oi-) gerealiseerd, zoals in <pruimen> ['pʁɞ͡i̯.mə(n)].

Het foneem dat met AN /ɑ/ (als in hand) correspondeert, wordt tot de diftong [ɛ̞͡ɵ] (vaak als -è(è)- geschreven, wier diftong als -è-a- kan klinken) of [æ͡ɐ̹], afhankelijk van de fonologische omgeving.[2][3]

AN WM evt.
hand ['ɦɛ̞͡ɵ̃nt] ['ɦæ͡ɐ̹̃nt]
kant ['kɛ̞͡ɵ̃nt] ['kæ͡ɐ̹̃nt]
land ['lɛ̞͡ɵ̃nt] ['læ͡ɐ̹̃nt]
kast ['kɛ̞͡ɵst]
jas ['jɛ̞͡ɵs] ['jæ͡ɐ̹s]
lamp ['lɛ̞͡ɐ̹̃:mp]

Door zijn geïsoleerde ligging en de afwezigheid van een bloeiende handel heeft het Land van Maas en Waal relatief veel typische klanken kunnen bewaren; anderzijds zorgden de grote armoede en het lage prestige van de streek ervoor dat men graag elementen van andere dialecten overnam.

In 1980 verscheen er te Beneden-Leeuwen een woordenboek van het Maas-en-Waals dialect.

[bewerken | brontekst bewerken]