Marginale efficiëntie van kapitaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De marginale efficiëntie van kapitaal (Engels: marginal efficiency of capital) is de discontovoet, die de prijs van een eenheid vaste kapitaal-activa gelijk maakt aan de huidige contante waarde van de verwachte inkomsten.

De term "marginale efficiëntie van kapitaal" werd geïntroduceerd door John Maynard Keynes in zijn General Theory en door hem gedefinieerd als "de discontovoet die de contante waarde van een reeks van annuïteiten, die wordt gegeven door het verwachte rendement van het kapitaalgoed tijdens zijn leven, precies gelijk maakt aan haar aanbodsprijs."[1]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Voetnoten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Keynes, John Maynard; The General Theory of Employment, Interest, and Money (1936), blz. 135