Michael Rockefeller

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Michael C. Rockefeller)
Ga naar: navigatie, zoeken

Michael Clark Rockefeller (18 mei 1938 - Nederlands Nieuw-Guinea, vermist 18 november 1961) was een lid van de familie Rockefeller, de jongste zoon van gouverneur Nelson Rockefeller. Michael verdween gedurende een expeditie in de Asmat-regio van zuidwest Nieuw-Guinea.

De vermissing[bewerken]

Rockefeller verliet Harvard University met een cum laude in 1960. Na in het Amerikaanse leger te hebben gediend ging hij op expeditie voor het Harvard's Peabody Museum of Archaeology and Ethnology, dat de Dani bestudeerde in het Centrale Bergland van Nederlands Nieuw-Guinea. De expeditie produceerde "Dead Birds", een beroemde etnografische documentaire van Robert Gardner, waarvoor Rockefeller de geluidsman was. Rockefeller en zijn kompaan, René Wassing, een Nederlandse antropoloog, verlieten toen de expeditie zodat ze het Asmat-volk van zuidelijk Nieuw-Guinea beter konden bestuderen. René Wassing kwam terug, Rockefeller echter niet.

De meeste autoriteiten geloven dat Rockefeller verdronken is óf aangevallen door een haai of krokodil. Omdat in 1961 ook koppensnellen en kannibalisme nog steeds bestonden in sommige regio's van Asmat, speculeerden sommigen dat Rockefeller vermoord en opgegeten zou kunnen zijn door de lokale bevolking. Twee missionarissen die in het gebied werkzaam waren en de lokale taal kenden (Cornelius van Kessel en Hubertus von Peij) rapporteerden nauwkeurig wat de Asmat hun vertelden. Michael zou, nadat hij uitgeput de kust had bereikt, door Asmatkrijgers in hun kano's zijn opgevangen en daarna ritueel geslacht, onthoofd en geconsumeerd zijn. Bisschop Tillemans, hoogste baas van de twee missionarissen, verbood hen dit verhaal in de openbaarheid te brengen.[1][2]

Savage Harvest[bewerken]

In 2014 verscheen het boek Savage Harvest van de Amerikaanse journalist Carl Hoffman. Het boek is gebaseerd op uitgebreid onderzoek naar de beschikbare documenten, waaronder interne rapporten, brieven en verslagen van het (Nederlandse) koloniale gezag en de katholieke missie en met interviews met pater Von Peij en de ex-bestuursambtenaar Wim van de Waal. Verder het verslag van twee reizen naar het gebied in 2012. Maar desondanks komt Hoffman niet met een bekentenis van betrokkenen (of hun verwanten), of een schedel of ander voorwerp als direct bewijs. Een bril die van Rockefeller zou zijn geweest, wordt voor duizend dollar te koop aangeboden, maar blijkt een in de jaren 1990 gemaakte zonnebril.

Hoffman bezoekt de Asmat eerst in februari 2012 en dan een maand lang van eind november tot eind december 2012. In zijn boek maakt hij op grond van lange gesprekken duidelijk dat het Asmatvolk een reden had om een blanke te vermoorden. In februari 1958 waren vier Asmatkrijgers van hoog aanzien in het dorp Otsjanep neergeschoten bij een confrontatie met een patrouille van het Nederlandse koloniale gezag onder leiding van Max Lapré. Het was een soort strafexpeditie om een eind te maken aan koppensnellerij. Hoffman doet in het boek zijn uiterste best om de lezer in te wijden in de belevingswereld van de Asmat en de rol die hun houtsnijkunst en daarmee verbonden koppensnellerij speelde eind jaren 1950.

Nederland wilde in 1961, tegen de trend van die dagen in, het gezag over Nieuw-Guinea houden. Hoffman stelt vast dat de Nederlandse autoriteiten in die tijd geen enkel belang hadden bij uitgebreide publiciteit over de zwarte kanten van het koloniale bestuur. Omdat kort na de vermissing, ondanks uitgebreide zoekacties, geen enkel concreet bewijs voor moord kon worden geleverd, is de officiële verklaring altijd gebleven dat Michael was verdronken en/of door haaien of een zeekrokodil was opgegeten. Deze verklaring is ook door de familie Rockefeller altijd geaccepteerd.[2][3]

Trivia[bewerken]

  • Ooit heeft hij gezegd: "It's the desire to do something adventurous at a time when frontiers, in the real sense of the word, are disappearing."

Zie ook[bewerken]