Nat-in-nat schilderen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoogstwaarschijnlijk nat-in-nat-schilderij door Alfred Sisley uit 1887
Nat-in-nat-schilderij door Frans Koppelaar uit 2001

Nat-in-nat schilderen of alla prima is een schildertechniek waarbij nieuwe verf wordt toegevoegd aan voorafgaande lagen nog natte verf. Bij deze techniek dient het werkstuk in korte tijd te worden voltooid.

De traditionele kunstschilders gebruikten glaceringen, of laag over laag verven, waarbij de onderliggende lagen volkomen moesten zijn gedroogd. Dat drogen duurde heel lang, zeker vóór de uitvinding van siccatieven, enkele dagen tot enkele weken. Vanaf ruwweg de periode van het impressionisme ontstond de behoefte om sneller te schilderen. Zo maakten bijvoorbeeld Monet, maar ook een schilder als Vincent van Gogh hun schilderijen vaak binnen een dag.

De populaire schildertechniek van Bob Ross is ook een voorbeeld van nat-in-nat werken. Hij mengde kleuren op het doek in elkaar, en schilderde bijvoorbeeld bomen met dikkere verf op een ondergrond die nog niet droog was. Ook bij aquareltechniek wordt vaak, maar niet altijd, nat-in-nat gewerkt.

De moeilijkheid bij nat-in-nat werken is dat de kleuren soms ongewenst mengen, en dat het risico bestaat dat de kleuren minder fris en minder sprekend worden. Het voordeel is het effect van mooie kleurovergangen, die bij de glaceertechniek moeilijk te realiseren zijn. Een voorbeeld daarvan is de lucht in het hier afgebeelde schilderij van Sisley.

Nat-in-nat als therapie[bewerken]

Een minder bekende vorm van nat-in-nat schilderen wordt gebruikt in de kunstzinnige therapie. Bij deze techniek wordt er een poreus vel papier (onbedrukt krantenpapier of speciaal "therapeutisch" papier) doordrenkt met water en op een kunststof ondergrond gespannen. Er wordt enkel van aquarel (watergedragen pigment) gebruikgemaakt, bij voorkeur is deze verf op plantaardige basis.

Ook bij deze techniek wordt ervaren dat de kleuren in elkaar overvloeien en het lastig is om tot vorm te komen. Dit wordt in de kunstzinnige therapie echter niet gezien als een hinder maar als een van de therapeutische werkingen van de techniek. Door het uitvloeiende karakter van de techniek leert men de resultaatgerichtheid los te laten en plaats te maken voor het geduldig tot vorm komen.

Ook krijgen de kleuren (een van de belangrijkste werktuigen van de therapeut) een 'glans' die, volgens de kunstzinnige therapie "de mens zou aanspreken in de ziel".[bron?]