Numerus fixus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Als voor een opleiding een numerus fixus bestaat wordt slechts een beperkt aantal studenten tot die opleiding toegelaten. De Latijnse term staat voor vastgesteld aantal. Dit inperken kan nodig zijn als er onvoldoende faciliteiten zijn om alle studenten aan te nemen die de opleiding willen volgen. Soms speelt ook een protectionistische reflex waarbij een beroepsgroep de instroom van nieuwe mensen ('concurrenten') probeert in te perken.[1] Het is daarom niet altijd duidelijk wat de werkelijke reden voor de instelling van een numerus fixus is.

De studenten kunnen op verschillende manieren worden geselecteerd, zoals op basis van een toelatingsexamen of de eindexamencijfers, of een (gewogen) loting.

Het systeem van "numerus fixus" wordt in Nederland gebruikt. Het kan zich in twee gevallen voordoen:

  • Er zijn landelijk meer aanmeldingen voor een opleiding dan er plaatsen beschikbaar zijn: een opleidingsfixus.
  • Er zijn meer aanmeldingen voor een opleiding bij één bepaalde instelling dan er plaatsen op die bepaalde instelling beschikbaar zijn, een instellingsfixus. In dit geval kunnen alle studenten de gewenste opleiding volgen, maar niet altijd aan de instelling van hun eerste keuze.

In Nederland is vooral de studie geneeskunde berucht om haar numerus fixus. De oorsprong hiervan ligt in de jaren 60 van de twintigste eeuw, toen de bestaande universiteiten de toestroom van nieuwe studenten geneeskunde niet meer aankonden.[2] Tussen 1975 en 1999 werd een gewogen lotingssysteem gehanteerd voor de universitaire studies geneeskunde, tandheelkunde en diergeneeskunde: kandidaten werden na een centrale aanmelding ingedeeld in vijf lotingsklassen, afhankelijk van hun gemiddelde eindexamencijfer, en kregen een lotnummer toegewezen. Het lotnummer en de lotingsklasse bepaalden samen de kans om ingeloot te worden.[3][4] In 1999 werd het systeem van decentrale selectie ingevoerd, hoewel de gewogen loting nog tot 2011 bleef bestaan en goed was voor de toewijzing van ten minste de helft van alle opleidingsplaatsen. Ook werden vanaf 1999 kandidaten die gemiddeld een acht of hoger op hun eindexamen haalden centraal ingeloot (de zogenaamde 8-plusplaatsen).[4] De centrale loting werd met ingang van het studiejaar 2017/2018 afgeschaft, zodat vanaf dat moment alle opleidingsplaatsen middels decentrale selectie worden toegewezen.[5]

Ook de studie bedrijfskunde heeft op enkele universiteiten een tijd lang een numerus fixus gekend. Tevens komt in het Hoger beroepsonderwijs de numerus fixus voor. Inzet van een numerus fixus was in de praktijk lang beperkt tot bedrijfskundige opleidingen, de geesteswetenschappen en geneeskunde. Bij technische opleidingen werd geen numerus fixus toegepast. Sinds 2011 past ook de TU Delft een numerus fixus toe bij een beperkt aantal bacheloropleidingen om de kwaliteit van het onderwijs te kunnen blijven garanderen.[6]

In Vlaanderen bestaat een numerus clausus.

Referenties[bewerken]

  1. Numerus clausus en het algemeen belang
  2. Zie "Numerus fixus afschaffen of uitbreiden?" uit Impuls nr 5, 2001 op artsennet.nl (laatst benaderd op 28 april 2007)
  3. Gewogen loting gewogen (rapport van de commissie Toelating Numerus Fixusopleidingen), Kelpen: Drukkerij Hub. Tonnaer 1997, p. 21.
  4. a b Kamerstukken II 2012/13, 33519, 3 (memorie van toelichting bij de Wet Kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs), p. 14.
  5. Laatste centrale loting voor tienduizenden studenten, Dienst Uitvoering Onderwijs z.d., laatst geraadpleegd op 25 januari 2017.
  6. Persbericht TU Delft: "Vanaf 2011 numerus fixus bij een aantal bacheloropleidingen" (laatst benaderd op 14 maart 2011)