Overleg:Bambocheur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Ik snap hier geen jota van. Aan de zwier? Pierewaait? Flep??? Welk bargoens is dit? In een artikel van vier zinnen kom ik drie totaal onbekende uitdrukkingen tegen: een record tot dusverre. Ik wou alleen dat ik begreep wat ze betekenden. Lord P (Audiëntie) 2 mrt 2006 00:46 (CET)

Studentikoos lijkt het. De geschiedenis verklaart [1] waarom het behouden is gebleven. Google: 0 hits (op dit artikel zelf en wat Franse links na) Het bralfabet. Wat mij betreft mag het een tweede {weg} ronde doorlopen. Wellicht wordt dan het één en ander duidelijk. Willemo 2 mrt 2006 00:58 (CET) Lijkt me nu wel duidelijk. Onzin. Willemo 2 mrt 2006 01:04 (CET)
"Aan de zwier" en "pierewaaien" zijn woorden die behoren tot de algemene woordenschat. Ik vrees, Lord P, dat gij de uitgebreidheid van uw vocabulair dermate overschat dat ge meent het als norm te kunnen gebruiken ;o). Ook zou ik willen suggereren dat de aanmaker bewust een wat archaïserend woordgebruik heeft willen toepassen, om te verwijzen naar het tijdperk waarin men de echte bambocheur nog kon tegenkomen. Dat het woord tegenwoordig zeldzaam is, pleit er juist voor het lemma te handhaven: men raadpleegt een encyclopedie wel eens om de betekenis onbekende termen uit het verleden op te zoeken. Iets anders is het of dit lemma zich toch niet teveel tot een zuivere woordenboekfunctie beperkt.--MWAK 2 mrt 2006 11:39 (CET)
Goed, kan ik inkomen. In deze vorm overstijgt het het woordenboekniveau wel enigszins; men late het betijen! Overigens ken ik wel de uitdrukking 'op zwier zijn', vergelijkbaar met 'de bloempjes buiten zetten', doch 'pierewaaien' lijkt mij een vreemde activiteit te zijn. Lord P (Audiëntie) 2 mrt 2006 23:17 (CET)
Het is een typisch Hollands zeemanswoord, opduikend in de 17e eeuw en wel gezien als afkomstig uit het Russisch waar pirowat hetzelfde betekent.--MWAK 3 mrt 2006 09:08 (CET)
Interessant, dank u. Ja, laat maar staan. Lord P (Audiëntie) 3 mrt 2006 22:39 (CET)
Ernest Claes schreef in 1956: „Al die smalers en foeteraars en teuteraars, [gaat zo verder voor 2 bladzijden] snollige trottoirhelden en spannende zwemblazen, gefaisandeerde pierewaaiers en gluiperige wizzewessen, vlooientoreadoren [gaat nog een hele tijd door], o gij bronstige pimpelmezen en jachtende rekels, slokkerige lampetters en roestige bamboucheurs, loense prikketiters, die u koestert aan de Sint-Jansvuren van uw erotische scheldeverbeeldingen, —“. En wie ben ik om Ernest Claes' woordenschat in twijfel te trekken? Lord P (Audiëntie) 5 mrt 2006 01:28 (CET)