Pareto-principe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Paretoprincipe)
Naar navigatie springen Jump to search

Het Paretoprincipe, in de volksmond ook wel de 80-20-regel genoemd, is een economische regel die Vilfredo Pareto constateerde in zijn eerste paper "Cours d'économie politique" uit 1906[1]. Hij stelde vast dat 80% van de bezittingen in Italië in handen was van 20% van de Italiaanse bevolking. De bedrijfsadviseur Joseph Juran populariseerde deze term. Dit principe is ook nauw verbonden met de Pareto-efficiëntie.

Algemeen[bewerken]

Joseph Juran ontdekte dat de 80-20-verhouding op heel veel aspecten toepasbaar is en veralgemeende de regel door te stellen dat 80% van de uitkomsten verklaard kan worden door 20% van de oorzaken. Zo kan in een schoolklas 20% van de kinderen 80% van het lawaai veroorzaken, terwijl in de chemische industrie 20% van de processen 80% van de uitstoot veroorzaakt. Door dit te weten kan men de efficiëntie van de probleemaanpak verhogen, door zich meteen op die 20% te richten. Dit principe werd door Dorian Shainin en Keki Bhote verder uitgewerkt en toegepast: door zich te richten op de variabele die de grootste invloed heeft, kan men een probleem efficiënt aanpakken.

In de media komt het paretoprincipe onder de aandacht bij weblogs: 80% van de mensen bezoekt 20% van de blogs. Evenzo wordt van gecompliceerde software (zoals tekstverwerkers, spreadsheets, e.d.) gezegd dat 80% van de gebruikers 20% van de functionaliteit gebruikt. Niet altijd zijn dergelijke uitspraken gebaseerd op onderzoek.

Kritiek[bewerken]

Kritiek op dit paretoprincipe is dat het hier een versimpeling van de werkelijkheid betreft. Er is geen onderliggende wetmatigheid die suggereert dat 20% van de mensen 80% van de middelen dient te beheersen. In veel economische systemen is dit dan ook niet het geval. Zo kennen Scandinavische landen een veel gelijkmatigere verdeling en bijvoorbeeld Brazilië of de Verenigde Staten veel meer ongelijkheid. Evenmin is er een wetmatigheid die voorschrijft dat 20% van de oorzaken 80% van de gevolgen bewerkstelligt. Het kan evengoed zijn dat 30% van de oorzaken 70% van de gevolgen realiseert. De kritiek stelt dan ook dat gevonden verbanden dienen te worden beschouwd als toevalligheden, dan wel het gevolg zijn van perceptie of van "beeldend taalgebruik".

Zie ook[bewerken]