Parijs-Geschut

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Parijs-Geschut
Een Parijs-kanon wordt over de sporen vervoerd
Een Parijs-kanon wordt over de sporen vervoerd
Type Superzwaar veldbelegeringsgeschut (werd vervoerd op sporen)
Land van oorsprong Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Rijk
Dienstgeschiedenis
Gebruikt door Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Rijk
Oorlogen Eerste Wereldoorlog
Productiegeschiedenis
Ontwerper Fritz Rausenberger
Producent Krupp
Specificaties
Gewicht 256 ton
Lengte 34 m
Kaliber 211 mm, later 238 mm
Projectielsnelheid 1640 m/s
Effectief bereik 130 km
Voedingssysteem Horizontale schuifblokkering

Het Parijs-Geschut (Duits:Paris-Geschütz) was een Duits lange-afstand kanon waarmee in de Eerste Wereldoorlog Parijs beschoten werd (van maart tot augustus 1918). Toen de Parijzenaars hoorden over granaatinslagen in hun stad, dachten ze dat een Duitse Zeppelin de stad vanaf grote hoogte bestookte, omdat er noch vliegtuigen, noch kanonnen werden gehoord. In werkelijkheid werd Parijs beschoten door de grootste stukken artillerie van de oorlog, met een groot kaliber en een zeer lange loop. Het Parijs-Geschut neemt ook een belangrijke plaats in in de geschiedenis van de ruimtevaart, omdat hun granaten de eerste door de mens gemaakte objecten waren die de stratosfeer bereikten.

Maquette van een Parijs-kanon in stelling

Ze werden ook wel Keizer Wilhelmgeschut genoemd. Tevens worden ze vaak verward met de Dikke Bertha, de zware houwitser, ingezet om de forten rond Luik te vernietigen. Ze werden ook vaak verward met de Lange Max. De enige gelijkenis tussen deze wapens is dat deze door eenzelfde fabrikant (Krupp), geproduceerd werden.

Het Parijs-Geschut was, strategisch gezien geen succes. Het laadvermogen was klein, de loop eiste frequente vervanging en de nauwkeurigheid was slechts goed genoeg om grote plaatsen te bombarderen (zoals Parijs). De Duitsers zetten dit wapen enkel in om het moreel van de Parijzenaars te breken, niet om de stad zelf te vernietigen.