Parlementaire enquête naar Maas en Zuid-Willemsvaart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

België onttrok water van de Maas voor het voeden van haar kanalen en om gronden vruchtbaar te maken, waardoor de Maas in Nederland deels onbevaarbaar werd. Daarover werd onderhandeld met België. Daarnaast waren er in de Zuid-Willemsvaart belemmeringen (sluizen) voor de scheepvaart. Drie liberale Kamerleden, onder wie Thorbecke, wilden in 1860 weten welke de middelen tot herstel zouden zijn, en hoeveel dat zou kosten.

De enquêtecommissie stond onder leiding van Gevers Deynoot, die naast Thorbecke en het Limburgse Kamerlid Strens, een van de initiatiefnemers was.

De commissie deed in haar verslag de aanbeveling krachtig verbetering van de vaarwateren op de Beneden Maas aan te pakken. België zou daaraan moeten bijdragen. Daarnaast moest er een verdrag met België komen over de wateraftappingen en dienden die aftappingen beperkt te worden.

Enquêtecommissie[bewerken | brontekst bewerken]