Payment Services Directive

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

De Payment Services Directive (PSD)[1] is een Europese richtlijn die in 2007 werd aangenomen door de Europese Commissie om betaaldiensten en payment service providers binnen de Europese Unie (EU) en de Europese Economische Ruimte (EER) te reguleren. Het doel van de richtlijn was om concurrentie binnen de EER te verhogen en deelname in de financiële sector te faciliteren, ook voor niet-bancaire instellingen. Ook lag de focus op het creëren van een geharmoniseerd speelveld met betrekking tot consumentenbescherming en rechten en verplichtingen voor de betaalinstelling en haar gebruikers[2].

De PSD biedt het juridische kader voor het betalingsverkeer binnen de EER om een uniforme betaalmarkt te creëren. Het doel van de PSD is om de pan-Europese competitie in de betaalmarkt te verhogen, waarbij ook niet-bancaire instellingen deelnemen. De focus ligt op het creëren van een geharmoniseerd speelveld met betrekking tot consumentenbescherming en rechten en verplichtingen voor de betaalinstelling en haar gebruikers. Het doel van de PSD, met betrekking tot consumenten, is om consumentenrechten te verbeteren, snellere betalingen te faciliteren, rechten omtrent storneringen te beschrijven en transparantere informatie te verschaffen over betalingen. Vanaf 1 januari 2012 dienden betalingen niet later dan de volgende dag verwerkt te zijn[3]. Alhoewel de PSD een harmoniserende richtlijn is, geven bepaalde elementen voor individuele landen diverse opties[4].

Op 8 oktober 2015 nam het Europese Parlement het voorstel van de Europese Commissie aan om het Europese betalingsverkeer veiliger en innovatiever te maken middels PSD2. De nieuwe richtlijnen hebben als doel om consumenten beter te beschermen tijdens online betalingen, om de ontwikkelingen en gebruik van innovatieve online en mobiele betalingen te bevorderen en om grensoverschrijdende Europese betalingen veiliger te maken[5]. Op 16 november 2015 nam de Raad van de Europese Unie PSD2 aan. De lidstaten hebben twee jaar de tijd om de richtlijn in hun nationale wet- en regelgeving door te voeren[6][7].

Richtlijnen[bewerken]

De PSD bestaat uit twee hoofdonderwerpen:

  1. De richtlijnen die ingaan op de markt beschrijven welk type organisaties betaaldiensten mogen leveren. Naast de kredietinstellingen (i.e. banken) en bepaalde autoriteiten (bijvoorbeeld Centrale banken) noemt de PSD ook instellingen voor elektronisch geld. Dit is gebaseerd op de prudentiële vereisten van Richtlijn 2000/46/EG van het Europees Parlement. Aan de hand hiervan is een nieuwe categorie van betaalinstellingen geïntroduceerd. Organisaties die geen kredietinstelling of instelling voor elektronisch geld zijn, kunnen zich aanmelden voor een vergunning voor betaalinstellingen, als zij voldoen aan bepaalde kapitaal- en risicobeheer eisen. Dit kan in elk EU-land naar keuze waar de desbetreffende instelling is gevestigd. Vervolgens kunnen deze instellingen hun betaaldiensten in andere EU-lidstaten aanbieden zonder verdere vereisten.
  2. De richtlijnen die ingaan op rechten en plichten van betalingsdiensten specificeren in hoeverre betaalinstellingen transparant dienen te zijn. Deze transparantie heeft betrekking op kosten, wisselkoersen, transactie referenties en de maximale uitvoeringstermijn. Het bepaalt de rechten en plichten voor zowel betaalinstellingen als gebruikers; hoe transacties worden geautoriseerd, hoe transacties worden uitgevoerd, de aansprakelijkheid in het geval van ongeoorloofd gebruik van betaalmiddelen, het uitvoeren van storneringen, het intrekken van betaalopdrachten en de valutering van betalingen.

Elk land moest een 'bevoegde autoriteit' aanwijzen voor het prudentiële toezicht op de betaalinstellingen en de naleving van de richtlijnen die ingaan op rechten en plichten van betalingsdiensten, zoals doorgevoerd in nationale wetgeving[8].

Sommige zaken zijn nog niet opgelost:

  1. De PSD is alleen van toepassing op transacties binnen de Europese Economische Ruimte, waardoor transacties van of naar derde landen buiten de scope vallen.
  2. Uitzonderingen met betrekking tot betaalactiviteiten laten gebruikers onbeschermd.
  3. De PSD-optie voor handelaren om een vergoeding te geven of een korting, in combinatie met de mogelijkheid voor landen om deze optie te beperken, heeft geleid tot extreme heterogeniteit in de markt.

Geschiedenis[bewerken]

De PSD werd aangepast in 2009 (EC richtlijn 924/2009) en in 2012 (EC richtlijn 260/2012). Een implementatierapport uit 2013, dat ingaat op de aanpassingen van 2009, gaf aan dat de PSD het aanbieden van uniforme betaalproducten in de hele EU en verminderde juridische en productiekosten voor veel betaalinstellingen faciliteert[9].

Belangrijke data[bewerken]

  • Maart 2000: de strategie van Lissabon wordt aangenomen en dient als actie- en ontwikkelingsplan van en voor de Europese Unie (EU) met een looptijd van 10 jaar.
  • December 2001: Richtlijn EC 2560/2001 met betrekking tot grensoverschrijdende betalingen in euro’s wordt aangenomen.
  • 2002: de European Payments Council (EPC) wordt opgericht door banken. Zij stellen het Single Euro Payments Area initiatief op.
  • 2001-2004: overleg- en voorbereidingsperiode van de PSD.
  • 25 december 2007: PSD treedt in werking.
  • 1 november 2009: de deadline voor het doorvoeren van aanpassingen in nationale wetgeving.
  • 2009: verschillen in kosten voor grensoverschrijdende en binnenlandse betalingen in euro worden geschrapt (EC richtlijn 924/2009).
  • Juli 2013: EPC publiceert voorstellen voor aanpassing PSD[8].
  • Februari 2014: ECB publiceert een opiniestuk over PSD2.
  • December 2014: Europese Commissie keurt de PSD2 tekst goed.
  • Juni 2015: het inspraakproces voor PSD2 wordt afgerond.
  • 16 november 2015: De Raad van de Europese Unie neemt PSD2 aan en geeft lidstaten twee jaar de tijd om de richtlijn in hun nationale wet- en regelgeving door te voeren.
  • 13 januari 2018: PSD2 treedt in werking.

Zie ook[bewerken]