Pepijnse Schenking

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schilderij van abt Fulrad die Pepijns geschreven garantie overhandigd aan paus Stefanus II.

De zogenaamde Pepijnse Schenking, ook wel het verdrag van Quiery genoemd, voorzag in 756 een wettelijke basis voor de oprichting van de Pauselijke Staten, die de wereldlijke macht van de Pausen tot ver buiten het hertogdom Rome zou uitbreiden.

Voorgeschiedenis[bewerken]

In 751 veroverde, Aistulf, koning van de Longobarden, wat overbleef van het exarchaat Ravenna, het laatste bolwerk van het Romeinse Rijk in Noord-Italië. In 752, eiste Aistulf de onderwerping van Rome en een tribuut van één gouden solidus per capita. Paus Stefanus II en een Romeinse gezant, Johannes de Silentiarius, trachtten door onderhandelingen en steekpenningen Aistulf te overtuigen op te geven. Toen dit faalde, stuurde Stefanus gezanten naar Pepijn de Korte, koning van de Franken, met een brief om hem om zijn steun te verzoeken en het voorzien van een Frankische escorte zodat Stefanus naar Pepijn kon gaan om te overleggen. In die tijd stonden de Franken op goede voet met de Longobarden.[1]

In 753 keerde Johannes de Silentiarius terug naar Rome met een keizerlijk bevel (iussio) dat paus Stefanus hem moest vergezellen om Aistulf te ontmoeten in de Lombardische hoofdstad Pavia. De paus vroeg en ontving een vrijgeleide van de Longobarden. Samen met de Frankische gezanten die tegen dan waren aangekomen, vertrokken de paus en de keizerlijke gezant op 14 oktober 753 naar Pavia. De Romeinse magnaten vergezelden hen niet tot voorbij de grens. Te Pavia ontzegde Aistulf de verzoeken van Stefanus en Johannes om het veroverde exarchaat terug te geven aan het Byzantijnse Rijk, maar hij verhinderde Stefanus niet om met de Frankische gezanten verder te trekken naar het hof van Pepijn. Johannes de Silentiarius zou hen niet vergezellen. Dit was de eerst keer dat een paus de Alpen had overgestoken.[1]

Ontmoeting van paus Stefanus II met Pepijn[bewerken]

Paus Stefanus ontmoette in 753 Pepijn de Korte (die te Soissons met de zegen van paus Zacharias was gekroond) te Quierzy-sur-Oise. De paus werd ontvangen door Pepijns elf jaar oude zoon, Karel, die hem begeleid naar zijn vader in Ponthion. In Quierzy gaven de Frankische edelen tenslotte hun instemming voor een campagne in Lombardije. Rooms-katholieke traditie stelt dat het daar en dan was dat Pepijn een belofte op schrift stelde dat hij bepaalde gebieden die zouden worden ontnomen aan de Longobarden zou toevertrouwen aan de paus. Er is geen origineel document bewaard gebleven, maar latere 8e-eeuwse bronnen citeren uit dit document en het Fragmentum Fantuzzianum baseerden zich er vermoedelijk op.

Op 28 juli 754 zalfde paus Stefanus Pepijn, alsook zijn twee zonen Karel en Karloman, te Saint-Denis in een memorabele ceremonie waarnaar werd verwezen in de kroningsrites van de Franse koningen tot het einde van het ancien régime in 1792.

In ruil hiervoor dwongen Pepijn en zijn Frankische leger in 756 de laatste Longobardenkoning zijn veroveringen over te geven, en Pepijn droeg officieel de gebieden behorend aan Ravenna over, waaronder zelfs steden als Forlì met hun hinterland, de (eigendoms)aktes van en sleutels tot de steden legend op de graftombe van Sint-Pieter, aldus traditionele later verslagen. De Schenking omvatte de Longobardische veroveringen in Romagna en in de hertogdommen Spoleto en Benevento, en de Pentapolis in Marche (de "vijf steden": Rimini, Pesaro, Fano, Senigallia, Ancona). De Schenking maakte voor de eerste keer een wereldlijk heerser van de paus. Deze strook land strekte zich diagonaal uit over Italië van de Tyrrheense tot de Adriatische Zee. De middeleeuwse pausen waren niet in staat om over deze uitgestrekte en bergachtige gebieden effectieve soevereiniteit uit te oefenen, daar ze toentertijd andere zaken aan hun hoofd hadden, en de nieuwe Pauselijke Staten behielden de oude Longobardische erfenis van verscheidene kleine graafschappen en markizaten, elke gecentreerd rond een gefortificeerde rocca.

Pepijn bevestigde zijn Schenking te Rome in 756, en in 774 zou zijn zoon Karel de Grote opnieuw de Schenking bevestigen en herverzekeren.

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. a b P. Partner, The Lands of St. Peter: The Papal State in the Middle Ages and the Early Renaissance, Berkeley - Los Angeles, 1972, pp. 1819, W. Ullmann, The Growth of Papal Government in the Middle Ages: A Study in the Ideological Relation of Clerical to Lay Power, Londen - New York, 1970³ (= 2010), pp. 5455.

Referenties[bewerken]

  • Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
  • T.F.X. Noble, The Republic of St. Peter: The Birth of the Papal State, 680–825, Philadelphia, 1984 (= 2010).
  • P. Partner, The Lands of St. Peter: The Papal State in the Middle Ages and the Early Renaissance, Berkeley - Los Angeles, 1972.
  • W. Ullmann, The Growth of Papal Government in the Middle Ages: A Study in the Ideological Relation of Clerical to Lay Power, Londen - New York, 1970³ (= 2010).