Pleiotropie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Bij pleiotropie kan één gen meer dan één fenotypisch effect teweegbrengen. De term komt van het Oudgrieks πλείων, pleiōn, dat veel en tropo[bron?] dat veranderingen betekent. Waarschijnlijk werken bijna alle genen op deze manier. De oorzaak van pleiotropie ligt in de door transcriptie en translatie gevormde stoffen.

Bijvoorbeeld het gen dat in homozygote toestand sikkelcelanemie veroorzaakt, zorgt gelijktijdig voor de afbraak van rode bloedcellen (rbc); het samenklitten van rbc en de ophoping van rbc in de milt.

Een ander voorbeeld is fenylketonurie.

Het effect van zeer sterk gekoppelde genen kan ook lijken op pleiotropie.

Zie ook[bewerken]