Pluk van de Petteflet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pluk van de Petteflet
Auteur(s) Annie M.G. Schmidt
Land Nederland
Taal Nederlands
Onderwerp kinderen
Genre jeugdboek
Uitgever Em. Querido's Uitgeverij B.V.
Uitgegeven 1971
ISBN-code 9789054446354
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Pluk van de Petteflet is een kinderboek van schrijfster Annie M.G. Schmidt met tekeningen van Fiep Westendorp. Dit boek, dat in 1971 verscheen, gaat over een jongetje genaamd Pluk. Hij rijdt rond in een rood kraanwagentje en beleeft samen met onder meer het meisje Aagje en de familie Stamper allerlei avonturen.

Inhoud[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het jongetje Pluk rijdt in zijn kraanwagentje rond op zoek naar onderdak, maar vindt niets. Dan hoort hij van Dollie de duif dat er in het torentje van de Petteflet nog een kamertje vrij is. Hier laat Pluk geen gras over groeien en hij rijdt meteen naar de Petteflet, om vervolgens zijn intrek te nemen in dit kamertje.

Pluk sluit in zijn nieuwe onderkomen al snel veel vriendschappen, zowel met dieren als met andere bewoners van de flat: Zaza de kakkerlak, de winkelier meneer Pen, het lange paard Langhors, de Majoor en zijn adjudant, de familie Stamper, de eekhoorn Duizeltje en het nette meisje Aagje. Minder goed kan Pluk overweg met Aagjes moeder, mevrouw Helderder, die een obsessie voor schoonmaken en netheid heeft, de portier die hem uit de flat probeert te krijgen, en de Flattekat die Dollie wil opeten.

Als Aagje zich een keer vuil maakt en haar jurk beschadigt, lukt het om alles in een speciale "hou maar aan"-stomerij – een stomerij waar je kleren gestoomd worden terwijl je ze aanhoudt in plaats van dat je ze daar afgeeft – te herstellen nog voordat haar moeder iets merkt. Mevrouw Helderder probeert Zaza met vergif op te ruimen, maar de kakkerlak kan nog net worden gered. Later probeert ze zelfs met hulp van de portier Pluks kamertje in te pikken als naaikamertje, zodat Pluk noodgedwongen in het magazijn van meneer Pen moet slapen. Met hulp van zijn vriend de meeuw Karel-met-de-houten-poot die een heleboel andere meeuwen optrommelt weet Pluk zijn kamertje terug te krijgen, mevrouw Helderder wordt door de meeuwen verjaagd.

Als Pluk te eten wordt gevraagd bij de familie Stamper, blijkt dat alle kinderen in dat gezin mazelen hebben. Pluk heeft de mazelen vroeger zelf al eens gehad en hoeft dus niet bang te zijn dat hij wordt aangestoken. Ook Aagje krijgt de mazelen. Om beter te worden gaan Stampertjes en Aagje op advies van de dokter een tijdje naar zee. Pluk en de dokter weten mevrouw Helderder zover te krijgen dat Aagje met de Stampertjes mee mag. Ze willen in de oude auto van vader Stamper gaan, maar die slaat niet aan. Langhors en de Majoor schieten te hulp door iedereen naar Egwijk aan Zee te brengen. Pluk neemt alle bagage en meneer Stamper mee in zijn kraanwagentje.

Pluk blijft zelf ook een weekje bij hen in Egwijk aan Zee. Daar redden ze eerst de meeuw Leentje uit de olie. Vervolgens redden ze ook haar nest eieren bij de Eierkoekenbakker, door in een muziektent een concert te geven waar onder anderen de bakker op afkomt, zodat Pluk en Aagje stiekem naar binnen kunnen gaan bij de bakkerij. Ze vinden tussen de meeuweneieren ook een vreemd groot oranje ei dat niet van Leentje is. Pluk laat dit ei bij een bevriend echtpaar uitbroeden, omdat hij geen enkele vogel kan vinden die dit wil doen. Pluk vindt daar ook de Lispeltuut, een sprekende schelp die hem de weg kan wijzen, zodat hij niet bang hoeft te zijn dat hij verdwaalt als hij de weg niet meer weet.

Terug in de Petteflet blijkt dat er plannen zijn om de Torteltuin achter het park weg te bulldozeren en er een tegelpleintje aan te leggen. De dieren in de Torteltuin zijn in groot gevaar. Mevrouw Helderder vindt het een prima idee want ze vindt de Torteltuin met alle dieren maar vies. Gelukkig kent meneer Pen iemand die kan helpen, een 'kluizelaar' die in de Hasselerwaard woont. Dankzij de Lispeltuut kan Pluk de weg daarheen vinden. Na een lange tocht en een overtocht over de rivier de Waas met de pont van de 'heen-en-weer-wolf', wacht Pluk een teleurstelling. De kluizelaar lijkt niet te luisteren en geeft hem een bijna dood plantje mee. Pluk en meneer Pen planten het toch maar bij het park. De volgende dag blijkt de plant tot een grote bramenstruik te zijn uitgegroeid. En iedereen die van de bramen eet, gaat spelen, want hasselbramen zijn speelbramen. De werkmannen eten ervan en gaan spelen, en gebruiken al het materiaal voor hun spelletjes en om kunstwerken te maken. Tot mevrouw Helderders woede gelast de burgemeester het werk af omdat hij geen nieuw materiaal wil kopen en eigenlijk de Torteltuin niet wil wegbulldozeren en de kunstwerken heel mooi vindt. De Torteltuin is dus gered, maar het loopt vervolgens helemaal uit de hand; al snel eet de hele stad de bramen en gaat spelen, zodat het hele dagelijks leven plat komt te liggen. Uiteindelijk besluit Pluk de hasselbramenstruik te vernietigen en gooit hem in een vreugdevuur dat in het park is aangestoken. Nadat de struik is verbrand komt iedereen eindelijk weer bij zinnen.

Aagje en Stampertjes zijn inmiddels terug uit Egwijk. Mevrouw Helderder wil Aagje nu in een box zetten zodat ze het huis niet vuil maakt. Pluk is woedend en meneer Pen besluit met haar te praten. Meneer Pen ziet dat ze jam heeft gemaakt van de hasselbramen en overreedt haar met een list ervan te eten. Hierdoor gedraagt ze zich eerst als een baby en gaat zelf in de box zitten, maar als Aagje terugkomt is ze als een schoolmeisje en speelt met haar en de Stampertjes, en is vriendelijk en aardig. Meneer Pen raadt haar aan iedere dag een lepeltje jam te nemen. Tegen de tijd dat de jam op is, is Aagje al groot. Sindsdien is mevrouw Helderder een ander mens.

Inmiddels is het ei uit Egwijk uitgekomen: het was het ei van een krullevaar, een bijna uitgestorven vogel met haren in plaats van veren en hele lange poten. Maar een museumdirecteur wil de zeldzame vogel opzetten in zijn museum en met een list heeft hij de vogel weggehaald bij het echtpaar dat het ei had uitgebroed. Pluk en zijn vriendjes weten de krullevaar - die al in het museum stond maar nog niet was gedood - te redden, waarna de meeuw Karel de krullevaar de weg wijst naar zijn familie die toch nog in leven blijkt te zijn. Het lukt de krullevaar eerst niet om te vliegen, maar later wel.

Het boek eindigt met de verjaardag van Pluk. Met al zijn vriendjes gaan ze er een dag op uit maar hij weet niet waar ze naartoe moeten. Maar de Lispeltuut weet het wel: naar de Waas, naar de heen-en-weerwolf.

Personages[bewerken]

Mensen[bewerken]

  • Pluk; de hoofdpersoon, een jongen van een jaar of tien die niet naar school gaat maar desondanks geheel zelfstandig en ontwikkeld is. Zijn achternaam wordt nergens in het verhaal genoemd. Evenmin komt de lezer iets te weten over zijn persoonlijke voorgeschiedenis, zoals wie zijn ouders zijn, waar hij vandaan komt en waarom hij aan het begin van het verhaal rondrijdt in een kraanwagen.
  • Aagje; een meisje met wie Pluk bevriend raakt en dat ongeveer even oud is als hijzelf. Zij is erg ongelukkig met de manier van leven die haar moeder haar opdringt.
  • Mevrouw Helderder, Aagjes moeder. Zij is gedurende het grootste deel van het verhaal een nogal onvriendelijke en heel erg maltentige dame met een extreme obsessie voor schoonmaken.
  • Meneer Pen, een winkelier met wie Pluk goed kan opschieten en die Pluk in tijden van nood geregeld te hulp schiet.
  • Vader Stamper, een alleenstaande vader met zes kinderen, de Stampertjes. Ze zijn slordig en houden van spelen, rommel en lawaai maken.
  • De portier
  • De dokter die Aagje en de Stampertjes behandelt
  • De majoor en zijn adjudant
  • De parkmeester
  • De burgemeester
  • De heer en mevrouw De Vries, zij broeden het oranje ei uit Egwijk aan Zee uit, omdat geen enkele vogel hiertoe bereid bleek te zijn. Het bleek het ei van de Krullevaar te zijn.
  • Meneer Plomp, de directeur van het vogelmuseum, die de Krullevaar wil opzetten en tentoonstellen
  • Liezebetje, een vals meisje dat samen met haar moeder voor een beloning van 100 gulden de plek verraadt waar de Krullevaar zich verbergt
  • De Eierkoekenbakker (aan het strand)
  • De Kluizelaar, die in feite een kluizenaar is maar zelf vindt 'dat een kluizelaar iets heel anders is'

Dieren[bewerken]

  • Duizeltje, een eekhoorn met hoogtevrees
  • De duif Dikke Dollie. Zij maakt Pluk erop attent dat er in de Petteflat nog een kamertje vrij is.
  • De meeuw Karel met de Houten Poot
  • De meeuw Leentje, de zus van Karel
  • De kakkerlak Zaza. Hij mag bij Pluk wonen en Pluk geeft hem zijn appelschilletjes te eten. Zaza is erg bang voor Dollie en Karel.
  • Langhors, het paard van de Majoor en het langste (en aanstellerigste) paard ter wereld.
  • De heen- en weerwolf, een veerman in de gedaante van een wolf. Om hem te roepen voor een overtocht moet je driemaal fluiten. Omdat iedereen vanwege zijn naam denkt dat hij een weerwolf is, komt er nooit iemand op zijn pontje. Hij is dus erg eenzaam en droevig kan zijn geluk niet op als Pluk komt voor een overtocht. Als Pluk terugkomt van zijn bezoek aan de kluizelaar heeft de wolf zijn boot helemaal versierd met bloemen en wil hij een enorme tocht met Pluk gaan maken, terwijl Pluk dan juist erge haast heeft. Pluk belooft de wolf ooit nog eens terug te komen, en die belofte lost hij met behulp van de Lispeltuut op zijn verjaardag in door met al zijn vrienden naar zijn pontje te gaan.
  • De Flattekat, een rode kater die het het grootste deel van het verhaal op Dollie heeft gemunt
  • De Lispeltuut, een schelp die de weg wijst.
  • De Krullevaar, een vogel met hele lange poten en krulhaartjes in plaats van veren met de roep "Prrrr...... ta lie loe!!!" Omdat de museumdirecteur dit zegt denkt hij dat hij de laatste van zijn soort is en raakt hij depressief, maar op het eiland Hork wonen de andere krullevaren.

Achtergrond[bewerken]

Het Nederlandse tijdschrift Margriet publiceerde de avonturen van Pluk tussen september 1968 en januari 1970. Een aantal van deze verhalen werden door Annie M.G. Schmidt herschreven tot een nieuw geheel en gebundeld in boekvorm. In 2004 werden door dezelfde uitgever de resterende verhalen uit het tijdschrift Margriet gebundeld in een nieuw boek, onder de titel Pluk redt de dieren.

Bewerkingen[bewerken]

  • Het boek is in het Engels vertaald als Tow-Truck Pluck.

Merchandising[bewerken]

  • Er bestaat een bordspel gebaseerd op het verhaal, Het Grote Pluk van de Petteflet Bordspel.[1]

Varia[bewerken]

  • De fictieve plaatsnaam Egwijk is waarschijnlijk een toespeling op Egmond aan Zee en Wijk aan Zee of een andere plaatsnaam.
  • De eveneens fictieve naam van de rivier de Waas is hoogstwaarschijnlijk een toespeling op de echte rivieren de Waal en de Maas.
  • De naam "hasselbraam" doet enigszins denken aan hasj, wat rond 1970 een populaire drug was geworden.
  • De Lispeltuut wijst Pluk de weg als hij dreigt te verdwalen. Het principe hiervan doet denken aan een routenavigatiesysteem, zoals de TomTom, waarmee mensen tegenwoordig niet meer kunnen verdwalen als ze de weg niet weten om bij hun bestemming te komen.

Externe link[bewerken]