Poème du Feu (Gotkovsky)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Poème du Feu
Componist Ida Gotkovsky
Gecomponeerd voor harmonieorkest
Compositiedatum 1978
Duur ± 15 minuten
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Poème du Feu is een compositie voor harmonieorkest (symfonisch blaasorkest) van de Franse componiste Ida Gotkovsky.

Geschiedenis[bewerken]

Reeds van oudsheer heeft de mens een bijzonder respect betoond voor het vuur. Er bestaan tal van legenden over de herkomst van het vuur, die het een sacraal karakter geven. In de legenden wordt het vuur vaak gezien als een schakel tussen schepper en mens. Uit de Keltische traditie stamt een mythe, die dicht bij die van Zarastro staat. Tijdens de voorjaarsrituelen staken de mannen twee vuurhaarden aan. Terwijl de eerste, die gedurende het hele jaar onderhouden en aanbeden was geweest, stilaan uitdoofde, diende de tweede om het nieuwe vuur op te wekken, volgens een oeroud en magisch ritueel waarin hemel en aarde tot symbiose kwamen.

Terwijl het vuur hoog oplaaide, trok het ganse dorp, mensen en kudden, in een lange stoet tussen de twee vuren door (de twee bewegingen van het Poème). De componiste werd door dit beeld geïnspireerd.

Muziek[bewerken]

Het Poème du Feu[1][2] is een originele compositie voor groot harmonieorkest. Het werk bestaat uit twee delen:

Deel 1: Maestoso[bewerken]

Het eerste deel, Maestoso, roept een gigantisch vuur op, bron van het leven, de evocatie van de schepping. De inleiding is majestatisch. De fortissimo zet daar zelfs kracht achter. De talrijke subtiele wentelingen van halve noten brengen een mysterieuze sfeer in dit voorspel. In het tweede systeem komen de trillers reeds een virtuoos spel voorstellen. De vele versieringsnootjes van tweeëndertigste noten eisen eveneens een virtuoos.

  • Letter A (maat 9 - 13): In dit A-deel zit de moeilijkheid vooral in de talrijke kruisen en de toonafstanden. Het ritme bestaat afwisselend uit vierde noten en gepuncteerde vierde noten en is dus niet zo bijzonder moeilijk. Bepaalde noten klinken tegen elkaar op, maar worden telkens opgelost in de volgende maat.
  • Letter B (maat 14 - 25): In het B-deel komen trompet, hoorns en slagwerk niet veel aan het woord. De klarinet met haar warm timbre is hier heel belangrijk, als begeleidend instrument. De dwarsfluit speelt een licht melodietje, waaruit toch de volle klank naar voren komt; eerst in stijgende lijn en het volgend systeem in dalende lijn. De klarinet begeleidt met synkopen. Als de bovenste stemmen zwijgen neemt het eufonium de melodie voor zijn rekening. Met een kleine crescendo en veel expressie vervult hij zijn taak. In de laatste maat van deel B komen ook de hoge stemmen weer in actie en vormen met zwoel-klinkende triolen een overgang naar letter C.
  • Letter C (maat 26 - 31): Het crescendo, de zestiende noten en de versieringsnoten geven dit deel een vrolijker karakter, dat met ritenuto overgaat in de grootse fortissimo van letter D.
  • Letter D (maat 32 - 37): D begint erg triomfantelijk. Plots gaat het tutti echter over in piano. Dit duurt echter niet lang. De sluimersfeer gaat via crescendo opnieuw over naar een fortissimo.
  • Letter E (maat 38 - 47): Als wij de titel van het werk bekijken, dan is het niet moeilijk om je de opflakkerende vlammen voor te stellen. Het tragische, machteloze van de mens tegenover vuur klinkt je in de oren, vanwege het sostenuto en de fortissimo. De triolen verzachten dit enigszins. Letter E eindigt opnieuw met een piano, maar er blijft een grillige sfeer hangen.
  • Letter F (maat 48 - 61): Het dolce van letter F is erg welkom en wordt sterk beklemtoond. Maar de klarinetten beginnen opnieuw mysterieuze gevoelens te verspreiden. Het handig gebruik van de mollen en de marcato's brengen ons naar een crescendo. De tweeëndertigste noten en het stringendo komen zo snel en onstuitbaar opdagen, dat een paniekerig karakter ontstaat.
  • Letter G (maat 62 - 70): Letter G vloeit eruit voort. De herhaling van dezelfde figuren - een toon hoger of een toon lager - maken aan het mysterieuze een angstaanjagende nog lang geen einde. De fortissimo gaat in stijgende lijn en mondt uit in trillers. Deze climax is enorm en schijnt iets af te zwakken voor het ritenuto.
  • Letter H (maat 71 - 91): Doch de fortissimo is overgegaan in fortefortissimo met dezelfde melodie als in de inleiding. Een halve tijd rust is voldoende om in pianissimo verder te gaan. Het legato van slechts een deel van de harmonie brengt kalmte. De mollen zorgen wel nog voor een melancholieke sfeer. Het tutti komt de rust weer verstoren met zestiende en tweeëndertigste noten en een crescendo. Trillers en triolen passen volledig in het virtuoze patroon van deze muziek. Dit wordt volgehouden tot het einde van het eerste deel. De woeligheid is er nog steeds en ieder geoefend oor zal ondervinden dat dit werk nog niet beëindigd is.

Deel 2: Prestissimo[bewerken]

Het tweede deel, Prestissimo, geeft eerder een bevrijdende, ongebreidelde kracht weer. Door de toenemende energie en drift eindigt het werk in een apotheose van vuur: Prometheus' bede gaat in vervulling. Deel 2 begint met een inleiding, die een veel pittiger en nerveuzer karakter heeft dan de inleiding van deel 1. Toch klinkt het nog mysterieus, dankzij de klarinetten die steeds blijven doorhameren op dezelfde figuur, al is het een solo. De versieringsnootjes zorgen voor opgejaagdheid.

  • Letter A (maat 7 - 23): In letter A gaan we over van pianissimo naar mezzoforte, waarbij ook dwarsfluit en hobo meespelen. Het blijft een pittige muziek. De kruisen en mollen geven een weemoedige bijklank, die echter niet beklemtoond wordt. Sommige tonen klinken tegen elkaar op. Trompet en hoorn begeleiden met dreunend effect.
  • Letter B (maat 24 - 31): De minder rustig wordende sfeer wordt nog versterkt in letter B. Een forte, waarna een relatief lange rust volgt, zorgt voor abrupte haltes en inzetten. Het afwisselend gebruik van sib en si schept een weemoedig gevoel. Op het einde van letter B komen we via een diminuendo in een hemels klinkende muziek terecht.
  • Letter C (maat 32 - 43): Deze celesta op het einde van letter B kan beschouwd worden als overgang naar letter C. Erg zacht en gebonden, deint de muziek verder op een pianissimo-zee. Af en toe komt een begeleiding in akkoordvorm van afwisselend grote en kleine terts een golf veroorzaken. Klarinetten spelen opnieuw een belangrijke rol.
  • Letter D (maat 44 - 50): Letter D zou eigenlijk één geheel kunnen vormen met letter C. De sfeer blijft dezelfde. De celesta op het einde van letter C vormt met de triolen de aanloop naar letter D, die de muziek laat uitlopen. Hierna worden letter C en letter D herhaald.
  • Letter E (maat 51 - 62): Letter E lijkt op het eerste gezicht een voortzetting van letter C en letter D, maar er zit meer leven in. Er is steeds een groep van 4 stijgende noten. De instrumenten vullen elkaar uitstekend aan. Waar de één zwijgt, speelt de ander. Dit blijft zo tot in letter F.
  • Letter F (maat 63 - 75): Nu spelen ze samen. Er komt een mooie volle klank uit. Deze mooie melodie wordt prachtig begeleid door het eufonium met zijn warme stem. De instrumenten zijn hoger gaan spelen, nog steeds in zestiende noten; met een geleidelijk aanzwellend crescendo gaan ze langs dalende en stijgende notengroepjes naar het dubbele forte van letter G.
  • Letter G (maat 76 - 83): De talrijke trillers zorgen voor een verhit karakter. Het tutti speelt in fortissimo. Een echt krachtig en groots gevoel wordt bereikt in deze passage! ook zestiende triolen en marcato's geven de sfeer een geladen en toch niet-lompe eigenschap. Als overgang naar letter H zijn de notenwaarden gehalveerd, wat dankzij de accenten op de 1ste van een groep noten een fleurige en speelse melodie schept.
  • Letter H (maat 84 - 94): De melodie en de begeleiding zijn geheel in elkaar verweven. Nog steeds geven trillers een opflakkerend karakter aan deze virtuoze muziek. In letter H blijft zowat dezelfde sfeer als in letter G behouden. De plotse overgang van piano naar fortefortissimo brengt een enorm krachtig einde teweeg. alsof de donder gevallen is.
  • Letter I (maat 95 - 113): De rust keert enigszins terug dankzij de piano en de staccato's van letter I. De geaccentueerde noten, gevolgd door een staccato zorgen ervoor dat er een speelser karakter op de voorgrond treedt. Op het einde van letter I wordt de sfeer vivanter vanwege het crescendo. Een ritenuto verwittigt ons voor een aankomende verandering.
  • Letter J (maat 114 - 120): De plotse forte in letter J is wel een totale omwisseling. Letter J start met een prachtige kanon die gevolgd wordt door een vlotte, ritmisch aangename melodie. Deze loopt breed uit. Elk instrument geeft alles wat het van klank en warmte in zich heeft.
  • Letter K (maat 121 - 125): Het begin van letter K zou evengoed het einde van letter J kunnen geweest zijn. Maar door de heel andere sfeer komt dit ritenuto deel bij letter K. Er is weer gejaagdheid. Triolen zaaien, met behulp van een crescendo, zenuwen over de muziek. Het pesante wekt een lomp gevoel, dat door de glissando's voorkomt alsof een zwaargewonde zich toch nog enkele meters probeert verder te slepen.
  • Letter L (maat 126 - 133): Letter L bezit hetzelfde tempo en dezelfde ritmes als het voorspel van deel 2. Mysterieus maar niet fataal gaat het in piano tot in letter M.
  • Letter M (maat 134 - 147): Letter M volgt hetzelfde patroon van letter C. Erg expressief, als in een toneel, vertolken de instrumenten deze muziek. De noten zijn erg gebonden, zodat de instrumenten bijna spreken. Er kan wel nadruk gelegd worden op de frasering.
  • Letter N (maat 148 - 154): Letter N is de uitloper van letter M. De muziek loopt uit. Letter M en letter N worden herhaald.
  • Letter O (maat 155 - 167): Letter O loopt parallel met letter E, opnieuw met andere notenwaarden. Elk instrument vormt een stukje van de muzikale puzzel. De voortdurende stijgingen en dalingen van de zestiende noten brengt een aangename sfeer teweeg. Na enkele maten loopt de muziek dan parallel.
  • Letter P (maat 168 - 175): In letter P geeft een fortissimo de start van een uitbundiger karakter. Trillers en marcato's schenken ongeveer dezelfde sfeer als in letter G. Er zit meer activiteit in. Het gevoel wordt vuriger. De niet-rustige sfeer met de trillers blijft behouden tot in letter Q.
  • Letter Q (maat 176 - 183): In letter Q zegevieren de triolen. De melodie loopt parallel in het tutti. Er is een gebonden karakter. De sfeer is rustiger, ook weemoediger.
  • Letter R (maat 184 - 189): In letter R blijft de weemoedigheid behouden en krijgt zelfs een tragisch accent. De trillers en mollen zorgen voor dit negatief effect.
  • Letter S (maat 190 - 196): Letter S is het laatste onderdeel van dit moeilijk stuk. Trillers en zestiende noten gaan naar het fortefortissimo, waarmee het werk eindigt. De eindmaat is groots. Dit is werkelijk het einde.

Poème du Feu is een machtig werk dat zeer veel virtuositeit vereist van de muzikanten. Het is erg aanbevelenswaardig voor een volklinkend harmonieorkest.

Discografie[bewerken]

Het werk werd op cd opgenomen door het Groot Harmonieorkest van de Belgische Gidsen te Brussel onder leiding van Norbert Nozy op het merk "René Gailly International Productions" CD 87 037 - Ida Gotkovsky - Works for Symphonic Band en door het Schweizer Armeespiel onder leiding van Jan Cober op het label "Molenaar Edition BV" MBCD 31.1071.72 - Masterpieces for Band - Poème du Feu; Ida Gotkovsky.

Orkestratie[bewerken]

Harmonieorkest[bewerken]

Houtinstrumenten Koperinstrumenten Strijkinstrumenten Toetseninstrumenten Slagwerk (Percussie)
piccolo in c trompetten I+II+III contrabassen celesta pauken
dwarsfluiten I+II hoorns I+II+III+IV grote trom, kleine trom
hobo's I+II trombones I+II+III crashbekkens, hangende bekkens
fagotten I+II bastrombone castagnetten
esklarinet bariton (vioolsleutel) I+II xylofoon
klarinetten in bes I+II+III eufonium
altklarinet tuba's I+II
basklarinetten I+II
contrabasklarinet
altsaxofoons I+II
tenorsaxofoon
baritonsaxofoon

Media[bewerken]