Posttrombotisch syndroom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een belangrijke langetermijncomplicatie van een diepe veneuze trombose van het been is het posttrombotische syndroom (PTS). Dit syndroom ontstaat zonder preventieve maatregelen in ongeveer 30-50 procent van de patiënten. Dit syndroom wordt gedefinieerd als een complex van klachten volgend op een diepe veneuze trombose, waarbij veneuze reflux en belemmerde veneuze afvloed centraal staan.

Symptomen[bewerken | bron bewerken]

De symptomen zijn: zwelling, persisterende pijn of een zwaar gevoel in het been. Ook treedt atrofie en verkleuring van de huid op, soms ulceratie tot gevolg.

Preventie[bewerken | bron bewerken]

De kans op het ontwikkelen van een post-trombotisch syndroom wordt gereduceerd door het dragen van een therapeutische elastische kous gedurende ten minste twee jaar.