Rijkskanselier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Otto von Bismarck, de eerste Rijkskanselier van Duitsland

Rijkskanselier was tussen 1871 en 1945 de titel van de Duitse regeringsleider. Daarvoor, in de Noord-Duitse Bond vanaf 1867, was de titel Bondskanselier. Hij was tot 1918 de enige verantwoordelijke minister. Omdat er geen collegiale regering bestond gebruikte men daarvoor vaak de uitdrukking Reichsleitung. Het ambtskantoor was vanaf 1878 de rijkskanselarij.

In 1919, dankzij de Grondwet van Weimar, ontstond een collegiale Rijksregering met de rijkskanselier als regeringsleider. In 1933 werd Adolf Hitler tot rijkskanselier benoemd. Na de dood van de rijkspresident gaf hij zich via een onvrij referendum de titel Führer und Reichskanzler. Bij die gelegenheid nam hij ook de macht van de rijkspresident over. Sinds 1945 was er een Duitse regering meer.

In de Bondsrepubliek Duitsland (sinds 1949) is de term bondskanselier. Dezelfde titel heeft ook de Oostenrijkse regeringsleider.

Rijksministerpresident[bewerken]

In de korte tijd tussen de afdanking van de keizer op 9 november 1918 en het in werking treden van de Grondwet van Weimar op 11 augustus 1919 had de regeringsleider een andere titel. De Raad van Volkscommissarissen had twee voorzitters, en de regeringsleider van de provisorische regering sinds 13 februari 1919 was de Reichsministerpräsident.

Zie ook[bewerken]