Spaans voetbalelftal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Spanje
Vlag van Spanje
Bijnaam La Selección, La Furia Roja, La Roja
Kledingsponsor Adidas
FIFA-ranglijst 11 Stabiel (september 2017)
Hoogste ranking 1e (jul 2008-jun 2009, nov 2009-maa 2010, jul 2010-jul 2011, sep 2011-jun 2014)
Laagste ranking 25e (maart 1998)
Associatie Koninklijke Spaanse Voetbalfederatie (RFEF)
Bondscoach Julen Lopetegui
Meeste interlands Iker Casillas (167)
Topscorer David Villa (59)
Wedstrijden
Eerste interland:
Vlag van Spanje (1785-1931) Spanje 1 – 0 Denemarken Vlag van Denemarken
(Brussel, België; 28 augustus 1920)
Grootste overwinning:
Vlag van Spanje (1931-1939) Spanje 13 – 0 Bulgarije Vlag van Bulgarije
(Madrid, Spanje; 21 mei 1933)
Grootste nederlaag:
Vlag van Spanje (1785-1931) Spanje 1 – 7 Italië Vlag van Italië (1861-1946)
(Amsterdam, Nederland; 4 juni 1928)
Wereldkampioenschap
Optredens 14 (eerste keer: 1934)
Beste resultaat Winnaar (2010)
Europees kampioenschap
Optredens 9 (eerste keer: 1964)
Beste resultaat Winnaar (1964, 2008, 2012)
Confederations Cup
Optredens 2 (eerste keer: 2009)
Beste resultaat Tweede plaats (2013)
Thuis
Uit

Het Spaans voetbalelftal is een team van voetballers dat Spanje vertegenwoordigt in internationale wedstrijden. De nationale selectie heeft als bijnamen La Selección (De Selectie), La Furia Roja (De Rode Woede) en La Roja (De Rode). De Koninklijke Spaanse Voetbalfederatie (RFEF) werd in 1913 opgericht. Op 28 augustus 1920 debuteerde Spanje met een 1-0-overwinning tegen Denemarken. Het land werd eenmaal wereldkampioen, driemaal Europees kampioen en won eenmaal goud op de Olympische Spelen.

Geschiedenis[bewerken]

1920 - 1936 de beginjaren[bewerken]

Ricardo Zamora

In 1920 speelde Spanje zijn eerste, internationale wedstrijd en dat was meteen op het belangrijkste, internationale toernooi van dat moment, de Olympische spelen in Brussel. In de eerste ronde werd met 1-0 van Denemarken gewonnen, maar In de kwartfinale was België met 3-1 te sterk. Spanje speelde als verliezend kwartfinalist een extra toernooi om zilver te halen. Na zeges op Zweden, Italië en Nederland werd dit doel bereikt. In 1924 en 1928 was een wedstrijd tegen Italië het eindstation op de Olympische Spelen, in 1928 leed Spanje zijn grootste nederlaag tot op heden, tegen de Italianen. Symbool voor dit team was doelman Ricardo Zamora, bijgenaamd "de Goddelijke" en hij werd gezien als de beste doelman van de wereld.

In 1934 plaatste Spanje zich voor het eerste WK, in Madrid boekte Spanje een ruime zege op Portugal (9-0), waarna de replay een formaliteit was. In de achtste finale tegen Brazilië nam Spanje al na een half uur een 3-0 voorsprong om uiteindelijk met 3-1 te zegevieren, José Iraragorri scoorde twee maal. De tegenstander van de kwartfinale, het gastland Italië stond onder hoogspanning, omdat dictator Benito Mussolini alleen genoegen nam met de wereldtitel. Er waren twee wedstrijden nodig om een winnaar aan te wijzen, beide wedstrijden kenmerkten zich door ruw spel. De eerste wedstrijd eindigde in 1-1, Zamora viel uit door een blessure en zou niet meer in actie komen gedurende het toernooi. In de replay vielen nog eens drie Spanjaarden uit, Italië won door een doelpunt van Giuseppe Meazza, de Zwitserse scheidsrechter Rene Mercet werd voor het leven geschorst vanwege partijdig fluiten. Twee jaar later brak de Spaanse burgeroorlog uit en Spanje kon niet deelnemen aan de Olympische Spelen van Berlijn en het WK in Frankrijk, twee jaar later.

1949 - 1962 Spanje blijft achter op wereldwijde hegomonie Real Madrid[bewerken]

WK 1950[bewerken]

Spanje plaatste zich opnieuw ten koste van Portugal voor een eindtoernooi, het WK van 1950 in Brazilië. Spanje had pech met de loting, het werd ingedeeld met Engeland, dat voor de eerste keer mee deed, slechts één ploeg zou zich plaatsen voor de finale-poule. Op de Eindronde begon Spanje met overwinningen op de Verenigde Staten en Chili en omdat Engeland volslagen onverwachts verloor van de Verenigde Staten zou Spanje genoeg hebben aan een gelijkspel. Voor 74.000 toeschouwers in het zojuist gebouwde Maracană stadion zorgde Telmo Zarra vlak na rust voor de beslissing: 1-0 voor Spanje. In de finale-poule begon Spanje met een 2-2 gelijkspel tegen Uruguay, waarbij Estanislau Basora beide doelpunten scoorde. Kansloos was de ploeg tegen een ontketend Brazilië, dat voor 153.000 toeschouwers met 6-1 won. Spanje zou genoeg hebben aan een gelijkspel tegen Zweden om derde te worden, maar ook deze wedstrijd ging verloren: 3-1. Het zou zestig jaar duren voor Spanje weer de halve finale van een WK-toernooi zou bereiken.

WK 1954[bewerken]

Voor de loting in de kwalificatie voor het WK van 1954 leek Turkije geen groot obstakel, maar na een duidelijke zege in Madrid volgde een nipte nederlaag in Istanboel. Aangezien het doelsaldo nog niet doorslaggevend was, volgde een beslissingswedstrijd in Rome, waar beide ploegen in de wedstrijd voorkwamen, maar uiteindelijk de wedstrijd eindigde in een 2-2 gelijkspel. Een 14-jarig jongetje bezegelde het lot van Spanje met een muntstuk, een zwarte bladzijde voor het Spaanse voetbal, wat een van de weinige landen leek die de favoriete Hongaren zou kunnen weerstaan.

WK 1958[bewerken]

Alfredo di Stefano

Ondertussen was Real Madrid uitgegroeid tot een grote club met de Argentijn Alfredo di Stefano als grote spelverdeler. Real Madrid won de eerste vijf edities van de Europa Cup der Landskampioenen, van 1956 tot en met 1960. Di Stefano, die zowel voor het Argentijnse als het Colombiaanse elftal had gespeeld naturaliseerde zich tot Spanjaard en was speelgerechtigd mee te doen voor de kwalificatie voor het WK in 1958. De ploeg kende een valse start met een gelijkspel thuis tegen Zwitserland en een nederlaag tegen Schotland. De twee overige wedstrijden tegen dezelfde tegenstanders werden beiden met 4-1 gewonnen, maar omdat Schotland tweemaal van Zwitserland won bleef Spanje thuis.

EK 1960[bewerken]

In de eerste editie van het EK was Polen de eerste tegenstander, met 2-4 en 3-0 zeges plaatste Spanje zich eenvoudig voor de kwartfinales. De tegenstander in de kwartfinale leverde echter een probleem op, de Sovjet-Unie was tijdens de Spaanse burgeroorlog een tegenstander van dictator Francisco Franco en het land had geen diplomatieke betrekkingen met Spanje. Terwijl de spelers op het vliegveld stonden om naar Moskou te vertrekken, besloot men van hogerhand (lees: Franco) de reis te annuleren en het team terug te trekken.

WK 1962[bewerken]

Voor het eerst in twaalf jaar plaatste Spanje zich voor een groot toernooi, het WK in Chili in 1962. Men versloeg eerst Wales door een zege in de uitwedstrijd en een gelijkspel in Madrid en daarna Marokko, twee keer met minimaal verschil. Tijdens dat WK liet ook de Hongaar Ferenc Puskás zich naturaliseren, het zou voor hem een nieuwe kans zijn op het behalen van de wereldtitel na de verrassende nederlaag tegen West-Duitsland, acht jaar eerder. Spanje begon het toernooi ongelukkig met een 1-0 nederlaag tegen Tsjecho-Slowakije dankzij een benutte strafschop vlak voor tijd. Ook tegen Mexico liep het stroef, in de laatste minuut scoorde Joaquín Peiró het winnende doelpunt. De wedstrijd tegen wereldkampioen Brazilië moest gewonnen worden, Brazilië was sterk gehavend door een blessure van zijn sterspeler, Pelé. Spanje kwam in de eerste helft voor door een doelpunt van Abelardo en had kansen op meer succes. In de slotfase richtte de wereldkampioen zich op en na voorzetten van Zagallo en Garrincha scoorde uitgerekend de vervanger van Pelė Amarillo, bijgenaamd de bezetene twee maal. Doordat Mexico verrassend van Tsjecho-Slowakije won eindigde Spanje zelfs op de laatste plaats in deze groep. Het had weinig aan de genaturaliseerde sterspelers van Real Madrid, Di Stafano was geblesseerd en Puskas speelde alle wedstrijden, maar wist niet te scoren.

1962 - 1980 EK-titel in eigen land spaarzame lichtpunt[bewerken]

EK 1964[bewerken]

Luis Suárez
Amancio

Na deze nieuwe teleurstelling nam Spanje afscheid van de genaturaliseerde spelers, de ploeg werd nu omgebouwd rond Luis Suárez, de spelverdeler van Inter Milan, in 1964 won hij met de ploeg de Europa Cup der landskampioenen ten koste van Real Madrid. Via play-off wedstrijden tegen Roemenië, Noord-Ierland en Ierland plaatste Spanje zich voor het EK en mocht het toernooi organiseren. De Sovjet-Unie was één van de vier deelnemers, er waren nog steeds geen diplomatieke betrekkingen, maar nu stond Franco toe de Sovjet-Unie toe te laten. Spanje had een verlenging nodig om Hongarije te verslaan, Amancio scoorde vijf minuten voor tijd het winnende doelpunt. In de finale was de Sovjet-Unie de tegenstander, Franco was aanwezig tijdens de finale. Na twee snelle goals van beide teams was de wedstrijd lang in een patstelling en leek opnieuw op verlenging af te stevenen, maar vijf minuten voor tijd scoorde Marcelino Martínez het winnende doelpunt. Het was de eerste internationale titel voor Spanje, het zou nog 44 jaar duren voor het volgende succes werd behaald.

WK 1966[bewerken]

Dat deelname aan een wereldkampioenschap met zestien landen een ander verhaal is dan een EK in eigen land met vier deelnemers ondervond Spanje in 1966. Spanje speelde in de kwalificatie alleen tegen Ierland, omdat Syrië zich terugtrok. Spanje won met 4-1 in Madrid, maar verloor met 1-0 in Dublin en aangezien het doelsaldo niet toereikend was moest er een beslissingswedstrijd gespeeld worden. In Parijs kwalificeerde Spanje zich door een doelpunt van José Ufarte vlak voor tijd. Op het WK werd alleen van Zwitserland gewonnen, tegen zowel Argentinië als West-Duitsland werd een voorsprong weggegeven en met 2-1 verloren.

1966 t/m 1976[bewerken]

Als titelverdediger voor het EK van 1968 begon Spanje zwak, in de drie uitwedstrijden werden geen overwinningen geboekt, van de belangrijkste concurrent Tsjecho-Slowakije werd verloren. Doordat Ierland in de laatste minuut volslagen onverwachts in Praag won, was Spanje alsnog gekwalificeerd voor de kwart-finales. In die kwartfinales was wereld kampioen Engeland twee keer te sterk: 1-0 en 1-2.

Voor het WK van 1970 was Spanje al na drie van de zes wedstrijden kansloos voor kwalificatie, na twee gelijke spelen was een nederlaag tegen België noodlottig. Het absolute dieptepunt was een 2-0 nederlaag tegen Finland. Voor het EK van 1972 was de Sovjet-Unie de enige concurrent voor kwalificatie, in Moskou werd met 2-0 verloren en in Mallorca kwam de ploeg niet verder dan een doelpuntloos gelijkspel. Kwalificatie voor het WK van 1974 moest afgedwongen worden via beslissingswedstrijden, de wedstrijden tegen Joegoslavië leverde geen winnaar op, beide landen wonnen van Griekenland met dezelfde cijfers, de beslissingswedstrijd in Frankfurt eindigde in een 1-0 nederlaag.

Spanje overleefde de groepsfase voor kwalificatie voor het EK van 1976 door als enige een keer te winnen van de naaste concurrenten Schotland en Roemenië, het begon de cyclus met een 1-2 overwinning in Glasgow. In de beslissende wedstrijd tegen Roemenië was een 2-2 gelijkspel genoeg om zich te plaatsen voor de kwartfinales. In de kwartfinale was Wereld kampioen West-Duisland te sterk, 1-1 in Madrid, 2-0 in München.

WK 1978[bewerken]

Spanje zat in een sterke groep met Joegoslavië en Roemenië, het won beide thuiswedstrijden en verloor met 1-0 in Roemenië. Spanje zou in de laatste wedstrijd genoeg hebben aan een 1-0 nederlaag om zich te plaatsen. Voor 60.000 toeschouwers in Belgrado liet Spanje zich niet gek maken en won met 0-1 door een doelpunt van Cano en plaatste zich voor het eerst sinds 1966 voor een internationaal toernooi. Op het WK in Argentinië beleefde de ploeg een valse start met een 2-1 nederlaag tegen Oostenrijk. In de tweede wedstrijd verzuimde Spanje Brazilië te verslaan, het schoot op de lat en Cardeñosa miste op onvoorstelbare wijze een niet te missen kans. Spanje won de laatste wedstrijd van Zweden, maar omdat Brazilië van Oostenrijk won had de zege geen waarde meer.

EK 1980[bewerken]

Joegoslavië en Roemenië waren op nieuw tegenstanders voor kwalificatie, ze kregen gezelschap van Cyprus voor kwalificatie voor het EK van 1980. De strijd was snel beslist in het voordeel van Spanje dankzij een uitoverwinning op Joegoslavië en een overwinning en gelijkspel tegen Roemenië. Men zag het EK vooraf een generale repetitie voor het komende WK, wat het land zelf zou organiseren. Spanje begon het EK in Italië verdienstelijk met een 0-0 gelijkspel tegen het gastland, maar nederlagen tegen België en Engeland zorgden voor een voortijdige uitschakeling.

1980 - 1990 WK-flop in eigen land, 12-1 tegen Malta[bewerken]

WK 1982[bewerken]

Miguel Muñoz

In 1982 was Spanje het gastland en werd het toernooi in 17 stadions door het hele land gehouden. Nooit eerder werd op een WK, georganiseerd door 1 land, in zo veel verschillende stadions gespeeld. Spanje had vooraf alles mee, het speelde in het chauvinistische Valencia, het zat in een zwakke poule met Joegoslavië, Noord-Ierland en Honduras en zou als het groepswinnaar zou worden in een gunstige positie komen om de halve finales te halen. Er was echter niet gerekend op het team zelf: dat was helemaal niet zo sterk, het laatste succes was van 1964 (EK-winnaar) en het stond stijf van de stress. In de eerste wedstrijd tegen Honduras ging het al bijna mis, men had een strafschop nodig om een gelijkspel te behalen. Er was twijfel over de strafschop, maar bij de strafschop, die men tegen Joegoslavië kreeg was geen enkele twijfel mogelijk: dat was een fout van de scheidsrechter, een struikelpartijtje van Alonso buiten het strafschoppartij beïnvloedde de scheidsrechter. De strafschop werd gehouden, maar moest opnieuw worden genomen, omdat de scheidsrechter vond, dat de keeper van Joegoslavië te snel bewoog. Dat was de gelijkmaker, de Joegoslaven kregen de beste kansen, maar Spanje scoorde de 2-1. De laatste groepswedstrijd werd verloren van Noord-Ierland, Spanje maakte alleen indruk door zware overtredingen. Spanje plaatste zich alleen voor de tweede ronde door meer doelpunten te scoren dan Joegoslavië. In de tweede ronde waren Engeland en West-Duitsland de tegenstanders, na een 1-2 nederlaag tegen de Duitsers was de ploeg al na één wedstrijd kansloos. Het deed nog wel zijn sportieve plicht door Engeland op 0-0 te houden (waardoor West-Duitsland de halve finales bereikte), maar de afgang was duidelijk, coach José Santamaría werd ontslagen.

EK 1984[bewerken]

Emilio Butragueño

Miguel Muñoz werd zijn opvolger en zijn eerste opdracht was zich te plaatsen voor het EK van 1984. De voornaamste tegenstanders, Nederland en Ierland werden thuis verslagen en na zes wedstrijden had Spanje met elf punten een ruime voorsprong op Nederland (vijf uit vier}. Door een onverwachte overwinning van Nederland tegen Ierland (2-3 uitzege na een 2-0 achterstand) werd de uitwedstrijd tegen Nederland cruciaal. Nederland won met 2-1 dankzij een treffer van een nog jonge Ruud Gullit en stond nu bovenaan dankzij een veel beter doelsaldo (+6), beide landen moesten hun laatste wedstrijd tegen Malta spelen. Nederland speelde als eerste, het won met 5-0 en vier dagen later moest Spanje met elf doelpunten verschil winnen. Na de eerste helft stond het 3-1 door drie goals van Santillana, Malta scoorde zelfs de gelijkmaker via Michael Degiorgio. Wat er in de catacomben van het stadion in Sevilla gebeurde, zou altijd een mysterie zijn. Spanje scoorde achter elkaar, de Maltese voetballers liepen als een kip zonder kop en in de 83e minuut scoorde Señor het twaalfde doelpunt en was Spanje geplaatst. Het EK in Frankrijk begon matig met gelijke spelen tegen Roemenië en Portugal. De laatste groepswedstrijd tegen West-Duitsland leek op een doelpuntloos gelijkspel af te stevenen mede door een gemiste strafschop van Carrasco. Bij deze stand waren beide landen geplaatst, maar toen Portugal voor kwam tegen Roemenië moest Spanje toch winnen. Spanje ging strijden voor hun laatste kans en in de laatste minuut scoorde Maceda de winnende treffer. Maceda scoorde ook de gelijkmaker in de halve finale tegen Denemarken, waarna Spanje de strafschoppenserie won. Voor de finale tegen Frankrijk waren zowel Maceda als Gordillo geschorst. Frankrijk (met Michel Platini als belangrijkste speler) was duidelijk favoriet, maar het stugge vetbal van Spanje hield lang stand, Santillana kreeg de beste kans met een kopkans. In de 57e minuut nam Michel Platini een matige vrije trap, waarbij doelman Luis Arconada het schot uit zijn handen liet glippen. In de slotfase werd het 2-0 voor Frankrijk en moest Spanje genoegen nemen met een tweede plaats.

WK 1986[bewerken]

Míchel

Inmiddels brak een talentvolle generatie door bij Real Madrid met aanvaller Emilio Butragueño en middenvelder Míchel als beroemdste exponenten. Voor kwalificatie voor het WK van 1986 leed Spanje zware nederlagen in Schotland en Wales, respectievelijk 3-1 en 3-0. Op de laatste speeldag had Spanje evenveel punten als Schotland en Wales, Spanje had een slechter doelsaldo dan de twee Britse teams. Terwijl Schotland en Wales tegen elkaar gelijkspeelden, won Spanje met 2-1 van IJsland. Het WK in Mexico begon ongelukkig, bij een 0-0 stand tegen Brazilië raakte Míchel de lat, waarbij de bal zichtbaar over de doellijn ging, de scheidsrechter keurde de treffer niet goed. Spanje verloor met 1-0, maar met relatief makkelijke overwinningen op Noord-Ierland en Algerije werd de knock-out fase gehaald. De achtste finale leverde de tegenstander van de halve finale van 1984 op: Denemarken. De Denen hadden in de eerste ronde veel indruk gemaakt met o.a. een 6-1 zege op Uruguay en waren uit op revanche van die verloren halve finale. Na een 1-0 voorsprong voor Denemarken strafte Butragueño een fout van Jesper Olsen af. In de tweede helft was het verzet van de Denen gebroken: 5-1 met nog drie doelpunten van Butragueño. In de kwartfinale tegen België ging het stukken moeizamer, invaller Señor scoorde vijf minuten voor tijd de gelijkmaker. In de strafschoppenserie miste alleen Eloy een strafschop en Spanje kon naar huis.

EK 1988[bewerken]

Spanje streed met het opkomende Roemenië om één EK-ticket, Míchel scoorde in de thuiswedstrijd het winnende doelpunt, in Boekarest werd kansloos verloren: 3-1. De beslissing viel in de uitwedstrijden tegen Oostenrijk, Spanje won daar met 2-3 door een doelpunt van Carrasco vlak voor tijd, waar Roemenië op de laatste speeldag op 0-0 bleef steken. Op het EK in Duitsland was er voor de derde achtereenvolgende keer op rij in een groot toernooi een duel tegen Denemarken. Ook nu was Spanje sterker en was met een 3-2 eindstand nog coulant. Nederlagen tegen Italië (1-0) en West-Duitsland (2-0) zorgden voor een voortijdig einde voor de Spanjaarden, Miquel Muñoz nam ontslag.

WK 1990[bewerken]

Oud-speler Luis Suárez werd zijn opvolger, Spanje plaatste zich makkelijk voor het WK in 1990, samen met het ook geplaatste Ierland had het een ruime voorsprong op Hongarije. Het WK in Italië werd geen succes, tegen Uruguay ontsnapte de ploeg aan een nederlaag, Ruben Sosa miste een strafschop. Door drie doelpunten van Míchel werd Zuid-Korea verslagen en na een zege op België was de ploeg groepswinnaar. De achtste finale tegen Joegoslavië was een weinig verheffend schouwspel, waar alleen het einde van Dragan Stojkovic en Julio Salinas werd gescoord. In de verlenging scoorde Stojkovic uit een vrije trap en Spanje verliet zonder indruk te maken het toernooi.

EK 1992[bewerken]

Voor de eerste keer sinds 1976 plaatste Spanje zich niet voor een groot toernooi. Na nederlagen tegen Tsjecho-Slowakije en Spanje werd Suárez vervangen door interim-coach Mierra, maar onder hem werd het absolute dieptepunt bereikt: 2-0 nederlaag tegen IJsland. De vierde uitwedstrijd tegen Albanië werd afgelast door de gespannen, politieke situatie in het land. Spanje eindigde op de derde plaats met een enorme achterstand op Frankrijk: tien punten. Een lichtpunt was de overwinning van het Spaanse jeugdteam op de Olympische Spelen in Barcelona. Kiko scoorde twee doelpunten in de finale tegen Polen, bekende spelers waren Josep Guardiola en Luis Enrique.

1992- 2004 Hoge verwachtingen nooit waar gemaakt[bewerken]

WK 1994[bewerken]

Javier Clemente

De Bask Javier Clemente werd de nieuwe bondscoach, hij stond bekend om het formeren van een collectief zonder vedetten. Hij nam afscheid van de generatie Butragueño/ Míchel en had een opvallende voorkeur voor Baskische spelers. De Bask Julio Salinas werd de aanvalsleider, terwijl hij zijn club FC Barcelona nauwelijks speelde. De start in de kwalificatie was dramatisch, doelpuntloze gelijkspelen tegen Letland, Noord-Ierland en Ierland en een 1-0 nederlaag tegen Denemarken noopte tot een achtervolging op Ierland en Denemarken. Spanje won op de voorlaatste speeldag met 1-3 van Ierland met twee doelpunten van Salinas. Op de laatste speeldag stond Spanje samen met Ierland één punt achter op Denemarken, Denemarken moest in een directe confrontatie bestreden worden. In de tiende minuut speelde de Spaanse doelman Andoni Zubizarreta de bal naar zijn ploeggenoot bij FC Barcelona Michael Laudrup, hij kon Laudrup alleen afstoppen via een overtreding net buiten het strafschopgebied en kreeg rood. Zijn vervanger Santiago Cañizares verrichtte veel reddingen en in de 63e minuut scoorde Fernando Hierro voor Spanje het winnende doelpunt. Op het WK in de Verenigde Staten haalde Spanje de kwartfinale na gelijke spelen tegen Zuid-Korea, Duitsland en overwinningen op Bolvia (3-1) en Zwitserland (3-0). In de kwartfinales was Italië de tegenstander, José Luís Caminero scoorde in de tweede helft de gelijkmaker en Spanje had het heft in handen. Nadat Salinas een grote kans miste, besliste Roberto Baggio voor Italië de wedstrijd. In de tumultueuze slotfase brak Luis Enrique zijn neus na een elleboogstoot van Mauro Tassotti, maar Tassotti mocht de wedstrijd vervolgen, hij zou later door de FIFA voor acht wedstrijden geschorst worden.

EK 1996[bewerken]

Spanje plaatste zich probleemloos voor het EK, in het begin van de cyclus werden de twee concurrenten duidelijk verslagen: 3-0 thuis tegen Denemarken, 1-4 uit tegen België. Alleen in de returns werd er twee keer gelijk gespeeld, voor de rest had Spanje een foutloze campagne. In zijn selectie voor het EK in Engeland koos Clemente weer voor een stug team met een Baskisch accent, grote talenten als Raúl werden genegeerd. In de eerste wedstrijden tegen Bulgarije en Frankrijk begon Spanje pas aan te vallen, wanneer een achterstand werd opgelopen, beide wedstrijden eindigde in 1-1. De laatste groepswedstrijd tegen Roemenië moest gewonnen worden om de kwartfinale te halen, Guillermo Amor scoorde vlak voor tijd het winnende doelpunt. In de kwartfinale had Spanje pech met de arbitrage, een doelpunt van Salinas werd geïntepeteerd als buitenspel en een overtreding van Alfonso werd gezien als een valpartij. In de beslissende strafschoppenserie stopte de Engelse doelman David Seaman een strafschop van Nadal en Spanje was uitgeschakeld.

WK 1998[bewerken]

Raùl

Spanje was voor de kwalificatie voor het WK van 1998 ingedeeld met verliezend finalist van het laatste EK Tsjechië en het voormalige Joegoslavië, dat weer mocht meedoen na de Bosnische oorlog. Tsjechië speelde geen rol van betekenis en de onderlinge wedstrijden tegen Joegoslavië waren beslissend. In Valencia won Spanje met 2-0 door doelpunten van Raùl en Guardiola, in Belgrado bleef het 1-1. Voor het WK in Frankrijk was Spanje ingedeeld in een zware groep met Olympisch kampioen Nigeria, nummer twee van de Zuid-Amerikaanse kwalificatie Paraguay en de nummer vier van het laatste WK Bulgarije. Tegen Nigeria nam Spanje een 2-1 voorsprong met kans op meer, totdat veteraan doelman Zubizareta een blunder maakte en een eigen doelpunt maakte [1]. Vlak daarna besliste Sunday Oliseh de wedstrijd met een vlammend schot. Spanje kon daarna niet winnen van Paraguay en had nu een serieus probleem, het moest winnen van Bulgarije en hopen dat Paraguay niet van het al geplaatste Nigeria zou winnen. Spanje won ruim van het verouderde Bulgarije (6-1), maar omdat Paraguay met 3-1 won van het met veel reserves spelende Nigeria had de overwinning geen waarde meer. Spanje had na Frankrijk de meeste doelpunten van alle deelnemers in de voorronde gemaakt, maar moest toch naar huis, Zubizareta nam afscheid met een record van 126 interlands.

EK 2000[bewerken]

Na dit echec bleef Clemente aan als bondscoach, maar na een 3-2 nederlaag tegen Cyprus was zijn situatie onhoudbaar geworden [2], de vermaarde voorstopper van de jaren tachtig José Antonio Camacho werd zijn opvolger. De volgende zeven wedstrijden werden allemaal gewonnen met liefst veertig treffers in zeven wedstrijden. Meest indrukwekkende overwinning was een 9-0 zege op Oostenrijk, Raûl scoorde vier keer. De start op het EK in Nederland en België was vals, Spanje verloor door mistasten van doelman José Francisco Molina, de doelman kwam te ver uit zijn doel en miste de bal, waardoor Steffen Iversen ongehinderd kon scoren[3]. Molina zou nooit meer spelen voor het Spaanse team. Na een overwinning op Slovenië moest ook gewonnen voor Joegoslavië. In de blessure-tijd stond Spanje met 3-2 achter, maar een benutte strafschop van Gaizka Mendieta en een treffer van Alfonso zorgde voor een plaats in de kwartfinale. In de kwartfinale kreeg Spanje in de laatste minuut een strafschop bij een 2-1 achterstand tegen Frankrijk, Raûl schoot de strafschop huizenhoog over en Spanje kon naar huis.

WK 2002[bewerken]

Fernando Morientes

In 1999 veroverde het jeugdteam de wereldtitel, een jaar later werd het jeugdteam tweede op de Olympische Spelen in Sydney achter Kameroen, die de strafschoppen beter benutte. Doelman Iker Casillas en middenvelder Xavi stroomden door naar het seniorenelftal. Spanje had opnieuw een probleemloze kwalificatie, opnieuw was het veel sterker dan Oostenrijk (4-0 met twee treffers van Fernando Morientes). Op het WK in Zuid-Korea en Japan greep Casillas zijn kans door een blessure van eerste doelman Caňizares. Spanje had in de eerste ronde weinig problemen met Slovenië, Paraguay en Zuid-Afrika. In de achtste finale tegen Ierland verloor Spanje steeds meer het iniatief na een vroege voorsprong door een doelpunt van Morientes, na een eerder gemiste strafschop van de Ieren maakte Roy Keane in de laatste minuut de gelijkmaker uit een strafschop. In de strafschoppenserie mistne twee Spanjaarden een strafschop, maar Casillas werd de held van de avond met drie gestopte strafschoppen. In de kwartfinale tegen Zuid-Korea had Spanje groot nadeel van de arbitrage, een doelpunt werd afgekeurd, omdat de bal bij een voorzet van Joaquín buiten de doellijn was geconstateerd, hetgeen niet het geval was. Dezelfde Joaquim miste als enige een strafschop, waardoor Spanje uitgeschakeld was, Camacho nam na afloop ontslag.

EK 2004[bewerken]

Opvolger van Camacho werd Iñaki Sáez, die doorschoof vanuit het jeugdteam. Spanje leek zich soeverein te plaatsen voor het EK, in de uitwedstrijden werd gewonnen van Griekenland (0-2) en gelijk gespeeld tegen de Oekraïne. Na een thuisnederlaag tegen de Grieken en een gelijkspel tegen nummer laatst Noord-Ierland raakte Spanje zijn voordeel kwijt ten gunste van Griekenland. In de Play-Off wedstrijden was Noorwegen de tegenstander, de thuiswedstrijd werd nipt gewonnen door een eigen doelpunt, maar in Oslo kwam de ploeg niet in de problemen: 0-3. Op het EK in Portugal maakte Spanje weinig indruk, er werd met 1-0 gewonnen van Rusland en met 1-1 gelijk gespeeld tegen Griekenland. Ondanks zijn achtergrond als jeugdtrainer gaf Sáez de aanstormende jeugd weinig kansen, Fernando Torres, Xabi Alonso en Xavi moesten het doen met invalbeurten. Tegen Portugal had Spanje genoeg aan een gelijkspel, de ploeg speelde defensief en kon na de treffer van Nuno Gomes de wedstrijd niet meer omkeren. Sáez werd ontslagen en keerde terug naar de jeugd, Raúl stelde opnieuw teleur op een groot toernooi, hij scoorde geen enkel doelpunt.

2004 t/m 2012 Tikkie takka voetbal verovert de wereld en twee maal Europa[bewerken]

WK 2006[bewerken]

Viering Europees kampioenschap 2008 met op de foto aanvoerder Iker Casillas, Álvaro Arbeloa, Sergio Ramos met de beker, Rubén De la Red, Fernando Navarro, Raúl Albiol en Fernando Torres.
Het Spaanse elftal viert de wereldtitel in 2010

Luis Aragonés werd de nieuwe coach, hij gad de vaak genegeerde talenten een basisplaats en onder zijn leiding debuteerden Andrés Iniesta en David Villa in het Spaanse team. De kwalificatie voor het WK van 2006 verliep moeizaam, van de tien wedstrijden werd vijf keer gelijk gespeeld, het eindigde twee punten achter Servië en Montenegro. De tweede plaats werd veilig gesteld door een 0-2 overwinning op België, Fernando Torres scoorde twee maal. In de Play-Offs was Slowakije na de eerste wedstrijd al kansloos na een 5-1 overwinning in de thuiswedstrijd, Luis García scoorde drie doelpunten. Met een surplus aan talent werd Spanje gezien als een kanshebber voor de titel, zelfs Raǘl was niet zeker meer van een basisplaats, Casillas werd de nieuwe aanvoerder. Het WK in Duitsland werd overtuigend begonnen met een 4-0 overwinning op de Oekraïne, David Villa scoorde twee keer. In de twee resterende groepswedstrijden werden Tunesië en Saoedi-Arabië met respectievelijk 3-1 en 1-0 verslagen. In de achtste finale was het talentrijke team nog niet opgewassen voor de routine van het Frankrijk van Zinedine Zidane. Spanje nam nog een 1-0 voorsprong door een benutte strafschop van David Villa, maar na een 1-1 ruststand trok Frankrijk in de slotfase de wedstrijd naar zich toe: 3-1.

EK 2008[bewerken]

Aragonés baarde opzien door na het WK Raúl niet meer te selecteren voor het nationale team, Torres en Silva waren nu het spitsenduo van Spanje. De kritiek nam toe, zeker na een slechte start voor het EK-kwalificatietoernooi met nederlagen tegen Noord-Ierland (3-2) en Zweden (2-0). Na de nederlaag tegen de Noord-Ieren wilde Aragonés zelfs opstappen, de Spaanse bond belette hem dat[4]. In de volgende wedsrijden werd alleen gelijk gespeeld tegen IJsland, alle andere wedstrijden werden gewonnen en Spanje plaatste zich met Zweden voor het EK met een ruime voorsprong op Noord-Ierland en Denemarken. In de eerste wedstrijd op het EK in Zwitserland en Oostenrijk bevestigde Spanje zijn ambities door Rusland met 4-1 te verslaan, David Villa scoorde drie maal. Met overwinningen op Zweden en Griekenland bereikte de ploeg zonder puntverlies de kwartfinales. De wedstrijd in Wenen tegen wereldkampioen Italië leverde alleen spektakel op tijdens de strafschoppenserie, nadat Casillas twee strafschoppen had gestopt benutte Cesc Fàbregas de beslissende strafschop. In de halve finale was opnieuw Rusland de tegenstander, in de kwartfinale hadden de Russen met de Nederlandse bondscoach Guus Hiddink verrassend Nederland verslagen. Na een 0-0 russtand boekten de Spanjaarden opnieuw een ruime zege op Rusland: 3-0 en voor het eerst sinds 1984 haalde Spanje de finale van een groot internationaal toernooi. In die finale tegen Duitsland scoorde Fernado Torres het winnende doelpunt tegen Duitsland, de overwinning kwam in de tweede helft niet meer in gevaar. Voor de eerste keer sinds 1964 behaalde het vaak in twee kampen verdeelde land (lees: FC Barcelona - Real Madrid) een grote internationale prijs, Xavi werd uitgeroepen tot speler van het toernooi, Aragonés stapte op en werd gezien als de grondlegger van het Tikkie takka voetbal van de nationale ploeg.

Vicente del Bosque werd de nieuwe bondscoach, de ploeg plaatste zich soeverein voor het WK van 2010, de voorsprong was elf punten op Bosnië en Herzegovina. Meest imponerende overwinning was een 5-0 overwinning op België. Minder succesvol was de Spanje op de Confederations Cup, in de halve finale werd met 2-0 van de Verenigde Staten verloren. Ondanks een overvloed aan kansen begon Spanje het WK in Zuid-Afrika met een nederlaag tegen Zwitserland (1-0). Via overwinningen op Honduras en Chili werd alsnog de achtste finales gehaald. In zowel de achtste finale tegen Portugal als in de kwartfinale tegen Paraguay scoorde David Villa het winnende doelpunt. In de wedstrijd tegen Paraguay misten beide teams een strafschop, Xabi Alonso scoorde in eerste instantie, maar de strafschop werd afgekeurd vanwege te vroeg inlopen.

Na het gewonnen EK 1964 in eigen land presteerde het Spaans elftal jarenlang over het algemeen matig op de grote eindtoernooien, hoewel de Spanjaarden voorafgaand aan de toernooien vaak getipt werden als een van de topfavorieten. De Spaanse jeugdelftallen behaalden vanaf de tweede helft van de jaren tachtig wel diverse Europese titels. Op mondiaal niveau waren goud op de Olympische Spelen van Barcelona in 1992 en de wereldtitel op het WK Onder-20 in 1999 de beste prestaties. Ook was Spanje drie keer verliezend finalist op het WK Onder-17 en twee keer verliezend finalist op het WK Onder-20. In 2008 maakte het A-elftal voor het eerst in vele jaren de verwachtingen waar door het EK 2008 . Twee jaar later volgde op het WK 2010 de eerste wereldtitel in de historie en in 2012 wonnen ze nogmaals het EK. Hiermee werd het Spaans voetbalelftal het eerste elftal dat drie kampioenschappen op rij won.

Spanje heeft aan 13 WK's deelgenomen. In 2010 werden ze het 8e land dat de wereldtitel veroverde. Het was het eerste Europese land dat buiten Europa wereldkampioen werd door het Nederlands elftal na verlenging met 0-1 te verslaan. Na het gewonnen WK werd ‘La Roja’ bekroond met grote sportprijzen. Zo won het team de Laureus World Sport Award in 2011 en de Prins van Asturië-sportprijs in 2010. Ook werd het land in 2012 voor het vijfde jaar op rij uitgeroepen tot beste team van het jaar door de FIFA. In 2012 wonnen de spelers Xavi Hernández en Iker Casillas samen nog een keer de Prins van Asturië-sportprijs voor hun rol in het bijeenbrengen van het Spaanse nationale elftal. In het verleden zorgde de rivaliteit tussen FC Barcelona en Real Madrid vaak tot grote spanningen binnen de selectie. Xavi (FC Barcelona) en Casillas (Real Madrid) hebben hier verandering in gebracht.

Het Spaanse elftal is aangesloten bij de confederatie UEFA. Het land heeft negen keer deelgenomen aan het Europees Kampioenschap. Drie keer werd het kampioen, in 1964, 2008 en 2012. Daarmee is Spanje samen met Duitsland recordhouder. Spanje werd bij haar eerste deelname in 1964 meteen kampioen door in de finale met 2-1 te winnen van de Sovjet-Unie. Op het eerste Europees kampioenschap in 1960 weigerde Spanje het in de kwartfinales op te nemen tegen de Sovjet-Unie, omdat regeringsleider Francisco Franco vanwege politieke verschillen niet wilde dat zijn land tegen de Sovjet-Unie uitkwam. Spanje werd hierom gediskwalificeerd en de Sovjet-Unie kreeg een walk-over. In 1984 was Spanje verliezend finalist. Het verloor in de finale met 2-0 van gastland Frankrijk. In 2008 werd het land na 44 jaar eindelijk weer Europees kampioen door Duitsland in de finale met 1-0 te verslaan. Na deze overwinning bereikte Spanje voor het eerst de koppositie van de FIFA wereldranglijst. In 2012 werd Spanje het eerste land dat erin slaagde de Europese titel te prolongeren door Italië in de finale met 4-0 te verslaan. Dit was tevens de grootste uitslag ooit in een finale van een groot toernooi. Spanje kreeg slechts 1 doelpunt tegen in het gehele toernooi en scoorde zelf 12 keer. Hiermee had het het beste doelsaldo ooit op een EK.

In de zomer van 2013 mocht Spanje dankzij het gewonnen wereldkampioenschap voor de tweede keer in de historie meedoen aan de Confederations Cup. Na de derde plaats in 2009 behaalde het team van del Bosque nu de tweede plaats. In de finale bleek gastland Brazilië te sterk in het legendarische Maracanã stadion in Rio de Janeiro.

Spanje kwalificeerde zich ongeslagen en als groepswinnaar voor het WK 2014 in Brazilië. Het werd de tiende achtereenvolgende deelname van het Spaanse elftal aan een WK. Het team van del Bosque werd getipt om zichzelf als wereldkampioen op te volgen en telde 17 spelers die ook al in Zuid-Afrika speelden. De eerste wedstrijd van het toernooi werd een heruitgave van de vorige WK-finale tegen Nederland. Nederland was na een mislukt EK 2012 het zelfvertrouwen kwijt en telde nog maar vier spelers van het vorige WK. Tegen alle verwachtingen in walste Oranje over de Spanjaarden en wonnen ze met 1-5. Ook in de tweede wedstrijd tegen Chili werd het makke Spanje met 2-0 overklast. In de laatste wedstrijd redde Spanje de eer door met een gewijzigd elftal 3-0 van Australië te winnen. Spanje eindigde als derde in de poule en was uitgeschakeld. Dit werd gezien als het einde van een gouden tijdperk. Veel spelers van deze gouden generatie namen afscheid van het Spaanse elftal, waaronder topscorer aller tijden David Villa.

Prestaties op internationale toernooien[bewerken]

Erelijst[bewerken]

OS
1920 · Zilver
1992 · Goud
2000 · Zilver

WK
A-elftal 2010
Onder-20 in 1999

EK
A-elftal in 1964, 2008, 2012
Onder-21 in 1986, 1998, 2011, 2013
Onder-19 in 1995, 2002, 2004, 2006, 2007, 2011, 2012, 2015
Onder-17 in 1986, 1988, 1991, 1997, 1999, 2001, 2007, 2008, 2017

Andere prijzen[bewerken]

FIFA Team of the Year
2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013
World Team of the Year
2008, 2010, 2012
Laureus World Team of the Year
2011

Prince of Asturias Award for Sports
2010, 2012
FIFA Fair Play Award
1991
FIFA WK Fair Play Award
2006, 2010

FIFA Confederations Cup Fair Play Award
2013

Confederations Cup[bewerken]

Confederations Cup overzicht
Jaar Ronde Wed. W G V DV DT
Vlag van Zuid-Afrika 2009 Derde 5 4 0 1 11 4
Vlag van Brazilië 2013 Tweede 5 3 1 1 15 4
Vlag van Rusland 2017 Geen deelname

WK voetbal[bewerken]

Wereldkampioenschap voetbal overzicht
Jaar Ronde Wed. W G V DV DT Kwal Tegenstanders
Vlag van Italië (1861-1946) 1934 Kwartfinale 3 1 1 1 4 3 (Kwal.) Portugal, Brazilië, Italië
Vlag van Frankrijk 1938 Teruggetrokken
Vlag van Brazilië 1950 Vierde 6 3 1 2 10 12 (Kwal.) Portugal, Engeland, Chili, Verenigde Staten, Uruguay, Brazilië, Zweden
Vlag van Zwitserland 1954 Niet gekwalificeerd Turkije
Vlag van Zweden 1958 Niet gekwalificeerd Zwitserland, Schotland
Vlag van Chili 1962 Groepsfase 3 1 0 2 2 3 (Kwal.) Wales, Marokko, Brazilië, Tsjecho-Slowakije, Mexico
Vlag van Engeland 1966 Groepsfase 3 1 0 2 4 5 (Kwal.) Ierland, Zwitserland, West-Duitsland, Argentinië
Vlag van Mexico 1970 Niet gekwalificeerd Finland, België, Joegoslavië
Vlag van de Bondsrepubliek Duitsland 1974 Niet gekwalificeerd Griekenland, Joegoslavië
Vlag van Argentinië 1978 Groepsfase 3 1 1 1 2 2 (Kwal.) Roemenië, Joegoslavië, Zweden, Oostenrijk, Brazilië
Vlag van Spanje 1982 Tweede ronde 5 1 2 2 4 5 Joegoslavië, Honduras, Noord-Ierland, West-Duitsland, Engeland
Vlag van Mexico 1986 Kwartfinale 5 3 1 1 11 4 (Kwal.) Schotland, Wales, IJsland, Noord-Ierland, Algerije, Denemarken, Brazilië, België
Vlag van Italië 1990 Achtste finale 4 2 1 1 6 4 (Kwal.) Ierland, Hongarije, Noord-Ierland, Malta, België, Uruguay, Zuid-Korea, Joegoslavië
Vlag van Verenigde Staten 1994 Kwartfinale 5 2 2 1 10 6 (Kwal.) Ierland, Denemarken, Noord-Ierland, Litouwen, Letland, Albanië, Zuid-Korea, Bolivia, Zwitserland, Duitsland, Italië
Vlag van Frankrijk 1998 Groepsfase 3 1 1 1 8 4 (Kwal.) Joegoslavië, Tsjechië, Slowakije, Faeröer, Malta, Bulgarije, Nigeria, Paraguay
Vlag van Zuid-KoreaVlag van Japan 2002 Kwartfinale 5 3 2 0 10 5 (Kwal.) Oostenrijk, Israël, Bosnië Herzegovina, Liechtenstein, Paraguay, Zuid-Afrika, Slovenië, Ierland, Zuid-Korea
Vlag van Duitsland 2006 Achtste finale 4 3 0 1 9 4 (Kwal.) Bosnië Herzegovina, België, Litouwen, San Marino, Slowakije, Oekraïne, Tunesië, Saoedi-Arabië, Servië en Montenegro, Frankrijk
Vlag van Zuid-Afrika 2010 Kampioen 7 6 0 1 8 2 (Kwal.) Bosnië Herzegovina, Turkije, België, Estland, Armenië, Chili, Zwitserland, Honduras, Portugal, Paraguay, Duitsland, Nederland
Vlag van Brazilië 2014 Groepsfase 3 1 0 2 4 7 (Kwal.) Frankrijk, Finland, Georgië, Wit-Rusland, Australië, Nederland, Chili
Vlag van Rusland 2018 Gekwalificeerd (Kwal)

Europees kampioenschap voetbal[bewerken]

Europees kampioenschap voetbal overzicht
Jaar Ronde Wed. W G V DV DT Kwal Tegenstanders
Vlag van Spanje (1945-1977) 1964 Kampioen 2 2 0 0 4 2 (Kwal.) Roemenië, Noord-Ierland, Ierland, Hongarije, Sovjet-Unie
Vlag van Italië 1968 Niet gekwalificeerd Tsjecho-Slowakije, Ierland, Turkije, Engeland
Vlag van België 1972 Niet gekwalificeerd Noord-Ierland, Cyprus, Sovjet-Unie
Vlag van Joegoslavië 1976 Niet gekwalificeerd Roemenië, Schotland, Denemarken, West-Duitsland
Vlag van Italië 1980 Groepsfase 3 0 1 2 2 4 (Kwal.) Joegoslavië, Roemenië, Cyprus, België, Italië, Engeland
Vlag van Frankrijk 1984 Tweede plaats 5 1 3 1 4 5 (Kwal.) Nederland, Ierland, IJsland, Malta, Portugal, West-Duitsland, Roemenië, Denemarken, Frankrijk
Vlag van de Bondsrepubliek Duitsland 1988 Groepsfase 3 1 0 2 3 5 (Kwal.) Roemenië, Oostenrijk, Albanië, Denemarken, West-Duitsland, Italië
Vlag van Zweden 1992 Niet gekwalificeerd IJsland, Albanië, Frankrijk, Tsjecho-Slowakije
Vlag van Engeland 1996 Kwartfinale 4 1 3 0 4 3 (Kwal.) Denemarken, België, Macedonië, Cyprus, Armenië, Bulgarije, Roemenië, Frankrijk, Engeland
Vlag van BelgiëVlag van Nederland 2000 Kwartfinale 4 2 0 2 7 7 (Kwal.) Israël, Oostenrijk, Cyprus, San Marino, Joegoslavië, Noorwegen, Slovenië, Frankrijk
Vlag van Portugal 2004 Groepsfase 3 1 1 1 2 2 (Kwal.) Oekraïne, Armenië, Noord-Ierland, Rusland, Griekenland (2 keer), Portugal,
Vlag van OostenrijkVlag van Zwitserland 2008 Kampioen 6 5 1 0 12 3 (Kwal.) Zweden (2 keer), Noord-Ierland, Denemarken, Letland, IJsland, Liechtenstein, Rusland (2 keer), Griekenland, Italië, Duitsland
Vlag van OekraïneVlag van Polen 2012 Kampioen 6 4 2 0 12 1 (Kwal.) Tsjechië, Schotland, Litouwen, Liechtenstein, Italië (2 keer), Kroatië, Ierland, Frankrijk, Portugal
Vlag van Frankrijk 2016 Achtste finale 4 2 0 2 5 4 (Kwal.) Slowakije, Oekraïne, Wit-Rusland, Luxemburg, Macedonië, Turkije, Tsjechië, Kroatië, Italië

Interlands[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Interlands Spaans voetbalelftal 2010-2019 voor de meest actuele gespeelde en komende interlands van Spanje.

FIFA-wereldranglijst[5][bewerken]

1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Red Arrow Down.svg 15 Green Arrow Up.svg 4 Red Arrow Down.svg 7 Straight Line Steady.svg 7 Green Arrow Up.svg 3 Straight Line Steady.svg 3 Red Arrow Down.svg 5 Straight Line Steady.svg 5 Red Arrow Down.svg 12 Green Arrow Up.svg 4 Green Arrow Up.svg 1 Straight Line Steady.svg 1 Straight Line Steady.svg 1 Straight Line Steady.svg 1 Straight Line Steady.svg 1 Straight Line Steady.svg 1 Red Arrow Down.svg 9 Green Arrow Up.svg 3 Red Arrow Down.svg 10

Hierboven zijn de eindstanden per jaar van de FIFA-wereldranglijst te zien. Het team dat het jaar als nummer 1 afsluit krijgt de FIFA Team of the Year Award uitgereikt. Spanje eindigde tussen 2008 en 2013 zes jaar achter elkaar als nummer 1 van de wereld.

Hieronder volgt het overzicht van de positie op de FIFA-wereldranglijst sinds het jaar 2000. Het aantal punten staat tussen haakjes.

Jaar/Maand Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December
2000 4e (753) 4e (751) 4e (747) 4e (743) 4e (736) 4e (728) 4e (744) 5e (743) 5e (740) 5e (745) 6e (742) 7e (735)
2001 7e (734) 7e (732) 7e (727) 7e (725) 6e (724) 6e (733) 6e (715) 8e (716) 6e (730) 6e (730) 7e (731) 7e (730)
2002 7e (730) 7e (727) 7e (728) 8e (715) 8e (713) -- 4e (774) 3e (775) 3e (774) 3e (779) 3e (779) 3e (779)
2003 3e (780) 3e (783) 2e (780) 2e (785) 2e (784) 3e (762) 3e (755) 3e (748) 3e (767) 3e (777) 3e (785) 3e (798)
2004 3e (798) 3e (795) 3e (791) 3e (790) 3e (784) 3e (785) 3e (792) 3e (790) 3e (788) 4e (774) 4e (755) 5e (765)
2005 5e (764) 5e (764) 5e (759) 7e (755) 8e (752) 9e (747) 8e (744) 8e (739) 8e (750) 8e (764) 6e (771) 5e (768)
2006 5e (768) 6e (765) 6e (763) 5e (759) 5e (756) -- 7e (1.309) 7e (1.309) 10e (1.255) 10e (1.198) 12e (1.154) 12e (1.154)
2007 12e (1.154) 10e (1.161) 10e (1.161) 9e (1.237) 9e (1.238) 7e (1.273) 9e (1.144) 8e (1.165) 7e (1.178) 6e (1.226) 4e (1.349) 4e (1.349)
2008 4e (1.349) 4e (1.352) 4e (1.355) 4e (1.319) 4e (1.323) 4e (1.353) 1e (1.557) 1e (1.557) 1e (1.565) 1e (1.643) 1e (1.657) 1e (1.663)
2009 1e (1.663) 1e (1.693) 1e (1.666) 1e (1.729) 1e (1.729) 1e (1.761) 2e (1.590) 2e (1.590) 2e (1.588) 2e (1.629) 1e (1.622) 1e (1.627)
2010 1e (1.627) 1e (1.642) 1e (1.602) 2e (1.565) 2e (1.565) -- 1e (1.883) 1e (1.883) 1e (1.824) 1e (1.881) 1e (1.920) 1e (1.887)
2011 1e (1.887) 1e (1.887) 1e (1.880) 1e (1.857) 1e (1.857) 1e (1.871) 1e (1.855) 2e (1.563) 1e (1.605) 1e (1.624) 1e (1.564) 1e (1.564)
2012 1e (1.564) 1e (1.566) 1e (1.561) 1e (1.442) 1e (1.442) 1e (1.456) 1e (1.691) 1e (1.605) 1e (1.617) 1e (1.611) 1e (1.564) 1e (1.606)
2013 1e (1.606) 1e (1.590) 1e (1.610) 1e (1.538) 1e (1.538) 1e (1.614) 1e (1.532) 1e (1.484) 1e (1.514) 1e (1.513) 1e (1.507) 1e (1.507)
2014 1e (1.507) 1e (1.506) 1e (1.510) 1e (1.460) 1e (1.460) 1e (1.485) 8e (1.229) 7e (1.241) 8e (1.228) 10e (1.119) 9e (1.142) 9e (1.142)
2015 9e (1.142) 10e (1.144) 11e (1.130) 10e (1.132) 10e (1.132) 10e (1.147) 12e (1.110) 11e (1.110) 11e (1.122) 6e (1.223) 6e (1.287) 3e (1.370)
2016 3e (1.370) 3e (1.370) 3e (1.374) 6e (1.277) 6e (1.277) 6e (1.267) 8e (1.165) 8e (1.165) 11e (1.141) 10e (1.168) 10e (1.166) 10e (1.166)
2017 10e (1.166) 10e (1.168) 10e (1.162) 10e (1.204) 10e (1.204) 10e (1.198) 11e (1.114) 11e (1.114) 11e (1.184) 8e (1.218) - -
Gemiddelde positie sinds de start van de FIFA-wereldranglijst: 4e
Bron: overzicht Spanje op fifa.com
Kleuren: goud = 1e, zilver = 2e, brons = 3e

Laatste tien gespeelde wedstrijden en toekomstige wedstrijden[bewerken]

De Spaanse selectie poseert op het vliegveld van Madrid voor aanvang van de vlucht naar de Poolse stad Gdańsk, waar het EK 2012 van start ging
Datum Tegenstander Resultaat Uitslag Plaats Competitie
Resultaten
12 november 2016 Vlag van Macedonië Macedonië W 4-0 Vlag van Spanje Granada, Spanje Kwalificatie WK 2018
15 november 2016 Vlag van Engeland Engeland G 2-2 Vlag van Engeland Wembley, Londen, Engeland Vriendschappelijk
24 maart 2017 Vlag van Israël Israel W 4-1 Vlag van Spanje El Molinón, Gijón, Spanje Kwalificatie WK 2018
28 maart 2017 Vlag van Frankrijk Frankrijk W 0-2 Vlag van Frankrijk Stade de France, Parijs, Frankrijk Vriendschappelijk
7 juni 2017 Vlag van Colombia Colombia G 2-2 Vlag van Spanje Estadio Nuevo Condomina, Murcia, Spanje Vriendschappelijk
11 juni 2017 Vlag van Macedonië Macedonië W 1-2 Vlag van Macedonië Phillip II Arena, Skopje, Macedonië Kwalificatie WK 2018
2 september 2017 Vlag van Italië Italië W 3-0 Vlag van Spanje Santiago Bernabeu, Madrid, Spanje Kwalificatie WK 2018
5 september 2017 Vlag van Liechtenstein Liechtenstein W 0-8 Vlag van Liechtenstein Rheinpark stadion, Vaduz, Liechtenstein Kwalificatie WK 2018
6 oktober 2017 Vlag van Albanië Albanië W 3-0 Vlag van Spanje Rico Perez, Alicante, Spanje Kwalificatie WK 2018
9 oktober 2017 Vlag van Israël Israël W 0-1 Vlag van Israël Teddy stadium, Jerusalem, Israël Kwalificatie WK 2018
Toekomstige wedstrijden
11 november 2017 Vlag van Costa Rica Costa Rica Vlag van Spanje La Rosaleda, Malaga, Spanje Vriendschappelijk

Grootste overwinningen[bewerken]

Scores vanaf 5-1

Beste Resultaten van Spanje
Datum Wedstrijd Ronde Resultaat Verschil
1 21 mei 1933 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Bulgarije Bulgarije Vriendschappelijk 13 – 0 +13
2 21 december 1983 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Malta Malta EK 1984 kwalificatie 12 – 1 +11
3 20 juni 2013 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Tahiti Tahiti Confederations Cup 2013 10 – 0 +10
4 11 maart 1934 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Portugal Portugal WK 1934 kwalificatie 9 – 0 +9
19 december 1990 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Albanië Albanië EK 1992 kwalificatie 9 – 0
27 maart 1999 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Oostenrijk Oostenrijk EK 2000 kwalificatie 9 – 0
5 juni 1999 Vlag van Spanje Spanje - Vlag van San Marino San Marino EK 2000 kwalificatie 9 – 0
8 8 september 1999 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Cyprus Cyprus EK 2000 kwalificatie 8 – 0 +8
5 september 2016 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Liechtenstein Liechtenstein WK 2018 kwalificatie 8 – 0
10 14 april 1929 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Frankrijk Frankrijk Vriendschappelijk 8 – 1 +7
24 november 1971 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Cyprus Cyprus EK 1972 kwalificatie 7 – 0
12 30 mei 1928 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Mexico Mexico Olympische spelen 1928 7 – 1 +6
1 juni 1952 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Ierland Ierland Vriendschappelijk 6 – 0
1 november 1952 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Roemenië Roemenië EK 1964 kwalificatie 6 – 0
15 oktober 1969 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Finland Finland WK 1970 kwalificatie 6 – 0
6 september 1995 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Cyprus Cyprus EK 1996 kwalificatie 6 – 0
31 maart 1999 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van San Marino San Marino EK 2000 kwalificatie 6 – 0
12 oktober 2005 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van San Marino San Marino WK 2006 kwalificatie 6 – 0
9 juni 2009 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Azerbeidzjan Azerbeidzjan Vriendschappelijk 6 – 0
8 juni 2010 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Polen Polen Vriendschappelijk 6 – 0
6 september 2011 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Liechtenstein Liechtenstein EK 2012 kwalificatie 6 – 0
22 5 september 2009 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van België België WK 2010 kwalificatie 5 – 0 +5
23 30 januari 1957 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Nederland Nederland Vriendschappelijk 5 – 1 +4

Grootste nederlagen[bewerken]

Scores vanaf 1-5

Slechtste resultaten van Spanje
Datum Wedstrijd Ronde Resultaat Verschil
1 4 juni 1928 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Italië Italië Kwartfinale Olympische Spelen 1928 1 – 7 –6
9 december 1931 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Engeland Engeland Vriendschappelijk
3 13 juli 1950 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Brazilië Brazilië WK 1950 Eindronde 1 – 6 −5
4 13 juni 1963 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Schotland Schotland Vriendschappelijk 2 – 6 −4
5 13 juni 2014 Vlag van Spanje Spanje – Vlag van Nederland Nederland WK 2014 Groepsfase 1 – 5 −4

Spelersrecords[bewerken]

  • Bijgewerkt tot en met de vriendschappelijke interland tegen Vlag van Rusland Rusland (3–3) op 14 november 2017.

Meeste interlands[bewerken]

Doelman en Captain Iker Casillas is de speler met de meeste interlands voor het Spaanse elftal.
Naam Carrière Interlands Doelpunten
1 Iker Casillas 2000–2016 167 0
2 Sergio Ramos 2005– 149 15
3 Xavi 2000–2014 133 12
4 Andoni Zubizarreta 1985–1998 126 0
5 Andrés Iniesta 2006– 123 14
6 David Silva 2006– 118 35
7 Xabi Alonso 2003–2014 114 16
8 Fernando Torres 2003–2014 110 38
Cesc Fàbregas 2006– 15
10 Raúl 1996–2006 102 44

Meeste doelpunten[bewerken]

Naam Carrière Doelpunten Interlands Doelpunt/wedstrijd
1 David Villa 2005–2014 59 98 0,60
2 Raúl 1996–2006 44 102 0,43
3 Fernando Torres 2003–2014 38 110 0,35
4 David Silva 2006– 35 118 0,30
5 Fernando Hierro 1989–2002 29 89 0,33
6 Fernando Morientes 1998–2007 27 47 0,57
7 Emilio Butragueño 1984–1992 26 69 0,38
8 Alfredo Di Stéfano 1957–1961 23 31 0,74
9 Julio Salinas 1986–1996 22 56 0,39
10 Míchel 1985–1992 21 66 0,32
11 Telmo Zarra 1945–1951 20 20 1,00

██ Nog actief

Andere records[bewerken]

1rightarrow blue.svg zie ook Lijst van records van het Spaans voetbalelftal

Huidige selectie[bewerken]

De volgende spelers werden opgenomen voor de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Vlag van Israël Israël op 24 maart 2017 en de vriendschappelijke interland tegen Vlag van Frankrijk Frankrijk op 28 maart 2017.

Interlands en doelpunten bijgewerkt tot en met de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Vlag van Israël Israël (4–1) op 24 maart 2017.

Het Spaanse basiselftal voor de met 4–0 van Italië gewonnen EK-finale van 2012
Andrés Iniesta is de sterspeler van het Spaanse elftal. De creatieve middenvelder werd op het EK 2012 verkozen tot speler van het toernooi. Ook werd hij in 2012 uitgeroepen tot beste speler van Europa door de UEFA. In 2010 maakte hij het winnende doelpunt in de WK-finale.
Naam Wed. Dlpnt. Club
Doel
1 David de Gea 19 0 Vlag van Engeland Manchester United
13 Sergio Rico 1 0 Vlag van Spanje Sevilla
23 Kepa Arrizabalaga Aanvoerder 0 0 Vlag van Spanje Athletic Bilbao
Verdediging
15 Sergio Ramos Aanvoerder 141 10 Vlag van Spanje Real Madrid
3 Gerard Piqué 86 5 Vlag van Spanje FC Barcelona
18 Jordi Alba 51 6 Vlag van Spanje FC Barcelona
2 César Azpilicueta 18 0 Vlag van Engeland Chelsea
4 Javi Martínez 18 0 Vlag van Duitsland Bayern München
Nacho Monreal 18 1 Vlag van Engeland Arsenal
20 Daniel Carvajal 10 0 Vlag van Spanje Real Madrid
14 Nacho 7 0 Vlag van Spanje Real Madrid
Middenveld
6 Andrés Iniesta 116 13 Vlag van Spanje FC Barcelona
21 David Silva 110 29 Vlag van Engeland Manchester City
5 Sergio Busquets 95 2 Vlag van Spanje FC Barcelona
8 Koke 31 0 Vlag van Spanje Atlético Madrid
10 Thiago Alcântara 19 0 Vlag van Duitsland Bayern München
22 Isco 18 3 Vlag van Spanje Real Madrid
10 Ander Herrera 1 0 Vlag van Engeland Manchester United
Asier Illarramendi 0 0 Vlag van Spanje Real Sociedad
Aanval
9 Pedro 60 17 Vlag van Engeland Chelsea
7 Álvaro Morata 18 8 Vlag van Spanje Real Madrid
19 Diego Costa 15 5 Vlag van Engeland Chelsea
11 Vitolo 10 4 Vlag van Spanje Sevilla
17 Iago Aspas 2 1 Vlag van Spanje Celta de Vigo
16 Gerard Deulofeu 1 0 Vlag van Italië AC Milan

Recent opgeroepen[bewerken]

De volgende spelers zijn het afgelopen jaar opgeroepen voor het elftal en zijn nog beschikbaar, maar zaten niet bij de laatste selectie of zijn afgevallen nadat ze geselecteerd zijn.

Naam Wed. Dlpnt. Huidige club Laatste oproep
Verdediging
Mario Gaspar 3 2 Vlag van Spanje Villarreal Vlag van Roemenië Roemenië, 27 maart 2016
Óscar de Marcos 0 0 Vlag van Spanje Athletic Bilbao Vlag van Engeland Engeland, 13 november 2015
Xabier Etxeita 1 0 Vlag van Spanje Athletic Bilbao Vlag van Oekraïne Oekraïne, 12 oktober 2015
Iñigo Martínez 1 0 Vlag van Spanje Real Sociedad Vlag van Luxemburg Luxemburg, 9 oktober 2015
Juan Bernat 7 1 Vlag van Duitsland Bayern München Vlag van Macedonië Macedonië, 8 september 2015
Middenveld
Juan Mata 41 10 Vlag van Engeland Manchester United Vlag van Roemenië Roemenië, 27 maart 2016
Sergi Roberto 1 0 Vlag van Spanje Barcelona Vlag van Roemenië Roemenië, 27 maart 2016
Santi Cazorla 78 14 Vlag van Engeland Arsenal Vlag van Engeland Engeland, 13 november 2015
Aleix Vidal 1 0 Vlag van Spanje Barcelona Vlag van Wit-Rusland Wit-Rusland, 14 juni 2015
Aanval
Paco Alcácer 13 6 Vlag van Spanje Valencia Vlag van Roemenië Roemenië, 27 maart 2016
Munir El Haddadi 1 0 Vlag van Spanje Barcelona Vlag van Costa Rica Costa Rica, 11 juni 2015

Bondscoaches[bewerken]

Huidige Staf[bewerken]

Sinds 2008 is Vicente del Bosque de bondscoach van het Spaanse elftal.
Naam Functie
Technische staf
Julen Lopetegui Bondscoach
Jose Antonio Grande Cereijo Assistent
Jose Manuel Ochotorena Santacruz Keeperstrainer
Paloma Antoranz Espinar Perschef
Medische staf
Juan Jose Garcia Cota Team dokter
Oscar Luis Celada Hoofd Medische staf
1rightarrow blue.svg Zie Lijst van coaches van het Spaans voetbalelftal voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Ciudad del Fútbol.jpg
Ciudad del Fútbol de Las Rozas

Thuisstadion[bewerken]

Het Spaanse elftal heeft geen vast thuisstadion, al worden tegenwoordig veel belangrijke kwalificatiewedstrijden in het Santiago Bernabéu Stadion in Madrid gespeeld. Dit is het stadion van Real Madrid, met een capaciteit van 85.454 zitplaatsen. Andere veel gebruikte stadions zijn: Vicente Calderón eveneens in Madrid. Mestalla in Valencia en Estadio Sánchez Pizjuán in Sevilla. Spanje is ongeslagen in het stadion Vicente Calderón. Vroeger werden bijna alle kwalificatiewedstrijden gespeeld in Sevilla. Vanaf 1996 is daar een einde aan gekomen.

De vriendschappelijke wedstrijden en kwalificatiewedstrijden tegen minder sterke ploegen worden door het hele land gespeeld. Er wordt geprobeerd om alle voetbalsteden in Spanje af te wisselen, zodat er uiteindelijk overal weleens wordt gespeeld. Zelfs op de Canarische eilanden en de Balearen zijn wedstrijden gespeeld. In de kwalificatie voor het WK van 2010 speelde Spanje in Murcia, Albacete, Madrid, A Coruña en Merida. In de kwalificatie voor het EK van 2012 werd gespeeld in Logroño, Salamanca, Granada en Alicante.

Ook in Camp Nou, het stadion van FC Barcelona, zijn wedstrijden gespeeld. Al worden de stadions in Catalonië minder gebruikt door de afkeer naar Spanje door een deel van de Catalaanse bevolking. In het verleden waren er bij een wedstrijd van het Spaanse elftal spandoeken te zien met de tekst: Catalonië is geen Spanje. Ook de stadions in het Baskenland en in Navarra worden weinig gebruikt. Camp Nou is het grootste stadion van Europa met 99.786 zitplaatsen. Ter vergelijking, er is in dit stadion plek voor evenveel mensen als er in de Nederlandse stad Delft wonen.

De Koninklijke Spaanse Voetbalbond de RFEF heeft in 2003 een voetbalcomplex van 12 hectare in de stad Las Rozas vlak bij de hoofdstad Madrid laten aanleggen. De naam is Ciudad del Fútbol de Las Rozas(Voetbalstad van Las Rozas). Het is een modern sportcomplex met alle faciliteiten die nodig zijn voor het Spaanse elftal en de jeugdelftallen. Ook is hier het hoofdkantoor van de Spaanse Voetbalbond. Naast kantoren zijn er 5 voetbalvelden van verschillende groottes en ondergronden, een overdekte arena voor verschillende doeleinden, een persruimte, een fitnessruimte, medische faciliteiten, een residentie voor de spelers met een zwembad, een opleidingsruimte, een sociale ruimte, het museum van het Spaanse elftal en nog vele andere faciliteiten.

De twee zuidelijke voetbalvelden, waarvan een van natuurlijk gras en een van kunstgras, hebben overdekte tribunes met elk een capaciteit van circa 1.400 toeschouwers. Hier worden regelmatig toernooien gehouden, waaronder kort geleden een jeugdtoernooi van de UEFA voor dames.

Bekende (oud-)spelers[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

RFEF · A-internationals · Selecties · Bondscoaches · Spaans vrouwenelftal · Olympisch elftal · Spanje U21 · Spanje U20 · Spanje U19 · Spanje U18 · Spanje U17 · Vrouwen U17

1920 – 1929 · 1930 – 1939 · 1940 – 1949 · 1950 – 1959 · 1960 – 1969 · 1970 – 1979 · 1980 – 1989 · 1990 – 1999 · 2000 – 2009 · 2010 – 2019

OS 1920 · OS 1924 · OS 1928 · WK 1934 · WK 1950 · WK 1962 · EK 1964 · WK 1966 · OS 1968 · OS 1976 · WK 1978 · EK 1980 · OS 1980 · WK 1982 · EK 1984 · WK 1986 · EK 1988 · WK 1990 · OS 1992 · WK 1994 · EK 1996 · OS 1996 · WK 1998 · EK 2000 · OS 2000 · WK 2002 · EK 2004 · WK 2006 · EK 2008 · WK 2010 · EK 2012 · OS 2012 · WK 2014 · EK 2016 · WK 2018

1920 · 1921 · 1922 · 1923 · 1924 · 1925 · 1926 · 1927 · 1928 · 1929 · 1930 · 1931 · 1932 · 1933 · 1934 · 1935 · 1936 · 1937 · 1939 · 1940 · 1941 · 1942 · 1943 · 1944 · 1945 · 1946 · 1947 · 1948 · 1949 · 1950 · 1952 · 1952 · 1953 · 1954 · 1955 · 1956 · 1957 · 1958 · 1959 · 1960 · 1961 · 1962 · 1963 · 1964 · 1965 · 1966 · 1967 · 1968 · 1969 · 1970 · 1971 · 1972 · 1973 · 1974 · 1975 · 1976 · 1977 · 1978 · 1979 · 1980 · 1981 · 1982 · 1983 · 1984 · 1985 · 1986 · 1987 · 1988 · 1989 · 1990 · 1991 · 1992 · 1993 · 1994 · 1995 · 1996 · 1997 · 1998 · 1999 · 2000 · 2001 · 2002 · 2003 · 2004 · 2005 · 2006 · 2007 · 2008 · 2009 · 2010 · 2011 · 2012 · 2013 · 2014 · 2015 · 2016 · 2017

Albanië · Algerije · Andorra · Argentinië · Armenië · Australië · Azerbeidzjan · België · Bolivia · Bosnië en Herzegovina · Brazilië · Bulgarije · Canada · Chili · China · Colombia · Costa Rica · Cyprus · DDR · Denemarken · Duitsland · Ecuador · Egypte · El Salvador · Engeland · Estland · Equatoriaal-Guinea · Faeröer · Finland · Frankrijk · GOS · Georgië · Griekenland · Haïti · Honduras · Hongarije · Ierland · IJsland · Irak · Iran · Israël · Italië · Ivoorkust · Japan · Joegoslavië · Kroatië · Letland · Liechtenstein · Litouwen · Luxemburg · Macedonië · Malta · Marokko · Mexico · Nederland · Nieuw-Zeeland · Nigeria · Noord-Ierland · Noorwegen · Oekraïne · Oostenrijk · Panama · Paraguay · Peru · Polen · Portugal · Puerto Rico · Roemenië · Rusland · San Marino · Saoedi-Arabië · Schotland · Servië · Servië en Montenegro · Slovenië · Slowakije · Sovjet-Unie · Tahiti · Tsjechië · Tsjecho-Slowakije · Tunesië · Turkije · Uruguay · Venezuela · Verenigde Staten · Wales · Wit-Rusland · Zuid-Afrika · Zuid-Korea · Zweden · Zwitserland

Australië (2014) · Chili (2010) · Chili (2014) · Duitsland (2008) · Engeland (1982) · Frankrijk (1984) · Frankrijk (2006) · Frankrijk (2012) · Griekenland (2008) · Ierland (2012) · Italië (2008) · Italië (2012, 1) · Italië (2012, 2) · Kroatië (2012) · Nederland (2010) · Nederland (2014) · Oekraïne (2006) · Paraguay (2002) · Portugal (2012) · Rusland (2008, 1) · Rusland (2008, 2) · Saoedi-Arabië (2006) · Slovenië (2002) · Sovjet-Unie (1964) · Tsjechië (2016) · Tunesië (2006) · Turkije (2016) · West-Duitsland (1982) · Zuid-Afrika (2002) · Zweden (2008) · Zwitserland (2010)