Stenografie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stenografie volgens het Groote-systeem

Stenografie, kortweg steno, of snelschrift is een methode om gesproken tekst op te schrijven in hetzelfde tempo waarin ze uitgesproken wordt.

Stenografie-achtige geschriften bestond al in de oudheid. Zo kenden de oude Egyptenaren al twee verkorte schrijfwijzes voor hiërogliefen: het hiëratisch schrift en het demotisch.

Ons Romeinse schrift is eigenlijk ontworpen om in stenen te bikken, waarvoor het uitermate geschikt is. Op papier gaat het echter niet zo snel, daarom was er in de Romeinse tijd ook al behoefte aan steno: de notae tironianae (notities van Tiro). De oudste voorbeelden die we hiervan hebben, dateren echter uit de zesde en zevende eeuw na christus, terwijl op de Tabletten van Vindolanda een vorm wordt gebruikt die weliswaar de oudst bekende is (1e eeuw na christus), maar tevens onontcijferd.

Moderne methoden van steno zijn bijvoorbeeld die van Sir Isaac Pitman, ideaal voor gebruik met een kroontjespen, of die van John Robert Gregg, ook geschikt voor de balpen.

Ook is er wel eens uit onvrede over het logge Latijnse alfabet een nieuw alfabet gemaakt dat de voordelen van de leesbaarheid, compactheid en drukbaarheid van het Romeinse alfabet en de snelheid van steno combineerde: Shavian (naar de Ierse schrijver George Bernard Shaw), of in de verbeterde versie Quickscript.

In Nederland waren/zijn drie stenografiesystemen in gebruik: het systeem Steger (zie Cornelis Anthonius Steger) uit de 19e eeuw; het systeem Pont uit de 20e eeuw, met nu nog slechts enkele beoefenaars; en het systeem Groote, thans nog steeds onderwezen en in gebruik.

Doorgaans gebruiken stenografen een eigen variant, gedurende de tijd zelf ontwikkeld, op het door hen gebruikte hoofdsysteem. Hierdoor zijn de stenonotities vaak slechts uit te werken door de stenograaf die ze zelf gemaakt heeft.

Gebruik van stenografie bij notuleren[bewerken]

Demonstratie met een stenotypemachine in 1928

Iemand die stenografeert tijdens een vergadering moet op dezelfde manier te werk gaan als iemand die niet stenografeert. Namelijk selectief luisteren en de aantekeningen in telegramstijl opschrijven. Stenograferen wordt een nadeel als de notulist automatisch alles opschrijft wat er wordt gezegd. Het eigenlijke werk, het samenvatten, moet dan na de vergadering nog gebeuren. Het genuanceerd vastleggen van een betoog is heel wat anders dan het opnemen van een dictaat. De notulist moet snel en ongeremd kunnen schrijven en de aandacht kunnen richten op het gesprokene. Wie zo stenografeert, kan alleen maar voordeel hebben door de behaalde tijdwinst en door de uitvoerigheid van de gegevens.

Externe links[bewerken]