Stigma (schandvlek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een stigma is een schandvlek of brandmerk dat aan een bepaald persoon, een groep personen of aan een zaak wordt gekoppeld. Een stigma kan ook een vooroordeel zijn dat leeft bij een bevolkingsgroep.

In het Nederlands kent men het afgeleide werkwoord "stigmatiseren". Synoniem hieraan is het "brandmerken". Deze woorden worden gebruikt in overdrachtelijke zin.

Als men een bepaalde groep brandmerkt/stigmatiseert, dicht men die groep als geheel een bepaald negatief kenmerk toe. Het is voor de gestigmatiseerde groep, zoals het voor een gebrandmerkte onmogelijk is van het merkteken af te komen, zeer moeilijk om een stigma kwijt te raken. Stigmatisering vindt vooral plaats op het vlak van conflicten tussen bevolkingsgroepen. "Nederlanders" hebben het stigma gierig te zijn, "Belgen" zouden dom zijn, "allochtonen" profiteurs. Aan genoemde voorbeelden is te zien, dat stigmata soms ironisch, dikwijls echter kwaadaardig zijn.

Stigmatiseren is in de regel altijd subjectief. Dit ongemak brengt met zich mee dat de meeste stigmatiserende opmerkingen generaliserende veronderstellingen over een groep of individu zijn. Het slachtoffer wordt immers altijd benadeeld als hij gebrandmerkt wordt door een ander; want het is moeilijk om invloed uit te oefenen tegen stigmatiserende opmerkingen. Brandmerken is altijd determinant en om die reden sociaal onverantwoordelijk gedrag. Het is een gevolg van twee andere sociale verschijnselen genaamd roddel en smaad. Stigmatiseren gaat gepaard met processen zoals discriminatie, het maken van onderscheid naargelang bepaalde kenmerken, stereotypering en statusverlies voor de gestigmatiseerde persoon of groep van personen. Belangrijk is ook dat het opleggen van een stigma gepaard gaat met macht: diegene die erin slaagt een stigma op te leggen aan een ander, heeft in de regel meer macht of aanzien en versterkt zijn of haar positie op die manier.

Lepra-patiënten lijden vaak onder een stigma dat lepra een straf is van God, of van de goden, of van fouten in een eerder leven. Ze worden vanwege dit stigma (in dit geval een combinatie van ongegronde vooroordelen en de angst voor besmetting) nog steeds vaak uitgesloten uit de maatschappij en moeten dan leven in lepradorpen of leprozerieën. Soms ontstaat dan ook 'zelfstigma': een op dezelfde vooroordelen gebaseerd minderwaardigheidscomplex.[1]


Logo Engelse Wiktionary (en) Zoek stigma (schandvlek) op in de (Engelstalige) Wiktionary.