Three Pieces (Waignein)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Three Pieces
Componist André Waignein
Gecomponeerd voor harmonieorkest, fanfareorkest
Compositiedatum 1979
Première 1979
Duur ± 6:40 minuten
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Three Pieces is een compositie voor harmonieorkest of fanfareorkest van de Belgische componist André Waignein.

Geschiedenis[bewerken]

Het werk werd in opdracht van de B.R.T. 1 - Amusement en kleinkunst geschreven.

Muziek[bewerken]

Inderdaad bevat dit werk van Waignein drie afzonderlijke delen. Ze zijn vlug geschetst. De aanhef van het eerste is breeds en plechtig om over te vloeien in enkele blije en montere motieven. Het tweede deel is de lyrische, dromende tegenhanger van deel 1, een hemelsbreed verschil dus tussen de twee eerste delen. Het laatste deel dan schijnt het stuk speels en geritmeerd te zullen afronden tot dit animo plots wordt onderbroken en het stuk met een overtuigd en pralerig einde wordt besloten. Drie deeltjes dus met elk hun eigen karakter.

Er is echter meer. Doorheen de verschillende deeltjes heeft de componist gezocht naar een eenheid die als rode draad door het stuk gelegd wordt. Dit komt frappant tot uitdrukking in het feit dat begin en einde van het stuk dezelfde grootsheid bieden, eenzelfde karakter dus bij begin en eind van het werk. Belangrijker is evenwel dat die grootse sfeer de beide keren verklankt wordt in een moderato-maestoso beweging, gebaseerd op één en hetzelfde motief.

Echter niet alleen dit basismotief wordt herhaald, ook andere thema's komen meermaals aan bod doorheen de deeltjes. Die herhaling van motieven doorheen het stuk wijst erop dat Waignein meer gewild heeft dan louter drie apart staande stukjes muziek te componeren. Doorheen de verscheidenheid heeft hij bewust gezocht het stuk een eenheidsatmosfeer te geven. In de nadere belichting van de verschillende deeltjes wordt in detail aangeduid hoe hij erin slaagt om die rode draad, die eenheid in de verscheidenheid tot stand te laten komen.

Deel 1: Moderato e grandioso - Allegro[bewerken]

De grandioze sfeer van de aanhef wordt ons aangekondigd door vier maten geroffel van achtereenvolgens pauken, kleine en grote trom. De gongslag die het eindpunt is van hun crescendo bevestigt het majestueus karakter dat gezocht wordt. Nu horen we voor de eerste keer het meerstemmig motief uit de opening. De bovenste stemmen spelen:

André Waignein Three-Pieces1.png

Dit motief wordt beantwoord door een stijgende lijn achtste noten bij de bassen, die een voorbereiding zijn tot een heropname van dit motief, nu wel een terts lager. Die twee dingen, namelijk het motief en het stijgend antwoord daarop vormen de basis van de inleiding. Ze worden wel wat gevarieerd en omgewerkt, maar het fundament blijft onveranderd: een grootse inleiding gebaseerd op dit motief met zijn antwoord, telkens voorafgegaan door een gongslag die de pralerigheid zeker kracht bijzet. Dit alles mondt uit in een dynamisch orgelpunt dat de overgang vormt naar het frisse karakter van deel 1 na de overtuigende inleiding.

In een fris allegro wordt ons de speelsheid dan gebracht, startend met enkele ritmebrengende slagwerkmaten. Het eerste thema wordt gebracht in de 5/4-maat, wat al op een dynamisch karakter wijst. Het thema (na een korte aanloop):

André Waignein Three-Pieces2.png

Helemaal geen sterk geritmeerd thema dus, wel een onbezorgd en levenslustig wijsje.

Diezelfde onbezorgde levenslust wordt bestendigd in het volgende thema, nu wel in 3/4-maat.

André Waignein Three-Pieces3.png

Dit thema wordt een secunde hoger nog eens herhaald. Via een overgang onder meer door een langer triller komen we dan opnieuw bij het eerst thema dat na een aanloop zoals de eerste keer nu in canon gebracht wordt. Daarna krijgen we nog eens dit thema, nu echter in een modulatie naar bes. Naast dit thema krijgen we nu echter nog een motief te horen, dat dit thema lustig omspeelt:

André Waignein Three-Pieces4.png

De herhaling daarvan brengt in de secunde dit levenslustig karakter tot stilstand via een ritardando die uitmondt in een sterk vertragende stijgende reeks achtsten noten bij de bassen, procedé waarmee ook in het begin van het stuk al werd gewerkt, een eerste aanwijzing dus in verband met de eenheid.

Deel 2: Andante cantabile[bewerken]

Een kort deeltje van een totaal ander karakter. Na enkele inleidende maten, die een sfeer van intieme rust schenken, wordt schoorvoetend een legato-melodie gebracht. Het rustbrengende element (gebonden achtste noten) van het begin horen we nagenoeg het hele deel door, voor de rest wordt melodie begeleid met volle noten. De schoorvoetende inzet van de melodie is zo belangrijk omdat het vertrekpunt niks anders dan de kop van het motief uit de inleiding van deel 1, wel in modulatie. Dat een heid nagestreefd wordt, kan niet duidelijker aangetoond worden. Het begin van de melodie:

André Waignein Three-Pieces5.png

Na de schoorvoetende aanhef met identiek hetzelfde vertrekpunt, dezelfde noten (wel in modulatie) als bij het begin van het stuk, wordt dit motief (=kop van het 1e thema uit deel 1) nu uitgebreid tot een vloeiend cantabilethema dat ons in een onbezorgde rust brengt. Dit thema wordt twee keer gespeeld en dan sterft het tweede deel uit, hoe kan het anders dan door enkele keren gewoon de aanhef van die melodie of met andere woorden de kop van het aanvangsmotief van deel 1 in een ritenuto en dan ook diminuendo te laten horen.

Deel 3: Allegro giocoso - Moderato - Maestoso[bewerken]

Het laatste deel een allegro giocoso aangevuld met een Moderato en tot slot met een Maestoso. Eveneens licht en speels zoals het eerste deel, maar nu ook heel wat meer geritmeerd en geaccentueerd. De begeleiding op het eerste thema waarmee dit deel start, zegt in dat verband genoeg:

André Waignein Three-Pieces6.png

Het thema dat dan volgt, bestaat eigenlijk uit een heel kort motiefje waarmee dan wat gespeeld wordt en dat door de verschillende instrumenten wat gevarieerd wordt, het springt, lichtjes gewijzigd van het ene naar het andere instrument:

André Waignein Three-Pieces7.png

Een stijgende reeks zestienden noten vormt de overgang tot een tweede - even ludiek - thema, nog korter en pittiger. De aanvang:

André Waignein Three-Pieces8.png

Via een overgang van triolen en geaccentueerde vierden noten komen we dan tot een belangrijk fragment uit het werk. Het eerste thema van het allegro giocoso wordt integraal hernomen maar daarnaast en tegelijkertijd horen we het 1e thema uit het allegro van deel 1. Weer wordt dus gewerkt met een thema uit een ander deel, wat nogmaals de continuïteit, de eenheid tussen de verschillende delen bevestigt en versterkt. We hebben een samen naar voren komen van de onbezorgdheid van deel 1 (langere noten), de ludieke en geritmeerde speelsheid (korte noten, ritme) van de aanvang van deel 3.

De synthese, het samenhoren van een pittig geritmeerd thema en een gedragen, onbezorgde melodie, berustend op langere noten wordt dan plots alleen door een overgang van zestienden noten onderbroken.

We krijgen weer de grondslag van bij het begin. Het grandioze moderato van het begin wordt hernomen (in modulatie), met ertussen af en toe nog een flits van het ludieke thema van het begin van deel 3. Dus nogmaals een teruggrijpen naar een thema uit een vroeger deel (hier: het begin van het stuk), in synthese met een motief uit het actueel deel.

Dit alles moet dan wijken voor een heel groots en plechtig maestoso startend met gedragen, geaccentueerde halve noten die, uitmondend in volle noten, het werk een groots, rotsvast en maestoso-einde geven.

Orkestratie[bewerken]

Harmonieorkest[bewerken]

Fanfareorkest[bewerken]

  • sopraansaxofoon I+II, altsaxofoons I+II, tenorsaxofoon, baritonsaxofoon;
  • flügelhorn in es, flügelhorn in bes solo,I+II+III, trompetten I+II+III hoorns I+II+III+IV, trombones I+II+III, bariton (vioolsleutel) I+II+III, eufonium, tuba in es, tuba in bes;
  • pauken, slagwerk I+II+III