Tuinbroek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een tuinbroek van het Nederlandse merk Cars Jeans.

Een tuinbroek of salopette is een bijzondere vorm van de broek waarvan aan de voorzijde een borststuk is bevestigd, dat de borst en taille meestal volledig bedekt. De tuinbroek heeft verstelbare banden die over de schouders lopen en aan het borststuk zijn bevestigd. Op het borststuk zit meestal een zak. Meestal worden tuinbroeken vervaardigd in denim omwille van de duurzaamheid en het gemak in onderhoud.

Geschiedenis[bewerken]

Timmerman die een tuinbroek draagt.

Voor het eerst was er sprake van een tuinbroek rond 1750 om werkgerelateerde slijtage te voorkomen. Mensen die tuinbroeken droegen werden in het verleden vaak geassocieerd voor platteland werkers. Tuinbroeken worden tegenwoordig veel gedragen door werklieden als beschermende kleding zoals schilders, boeren, bepaalde fabrieksarbeiders, timmerlieden en andere arbeiders. Na de jaren 60 werden verschillende kleuren en patronen van tuinbroeken, door een toenemende aantal mannen als vrouwen gedragen in hun vrije tijd, soms met een van de banden langs de zij gedragen of niet vast. Vooral laat in de jaren 70 en opnieuw in de jaren 90 van de 20e eeuw was de tuinbroek een modetrend. De tuinbroek was in de jaren 80 van de 20e eeuw een populair kledingstuk van homoseksuele vrouwen. De tuinbroek werd door de "butch" als stoer ervaren en werd een stereotiep kledingstuk voor openlijk homoseksuele vrouwen.

Oorsprong[bewerken]

De oorsprong van de tuinbroek is moeilijk te achterhalen omdat het engelse woord voor tuinbroek "overalls" voor verschillende kledingstukken werd gebruikt, daarnaast zijn er illustraties hierover schaars. Ook is er een tekort aan commerciële materialen van begin 1800 met visuele of definitieve bewijs van de tuinbroek. Voor sommige aangelegenheden waren slobkousen rond 1750 een deel van de kledingscode, desondanks dat ze ontworpen waren voor een afdekkende functie. Rond die tijd kreeg men het idee om slobkousen helemaal te verlengen tot aan de taille waardoor het er uit zag als een broek. Het nieuwe kledingstuk was een algehele afdekking voor de bovenkant van de schoenen, kousen, broek, en zelfs de onderkant van het vest. Dit werd in die tijd het engelse woord voor tuinbroek "Overalls" genoemd. Deze transformatie vond plaats in Engeland of in een van haar dertien kolonies, en was strikt werk kleding.

Bekende dragers/draagsters[bewerken]

Zie ook[bewerken]