Tuin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kasteeltuin in de Portugese stad Castelo Branco

Een tuin is een begrensd stuk grond waarop gewassen worden geplant of verbouwd. Een tuin kan utilitair van aard zijn, een groentetuin, wetenschappelijk, een botanische tuin of een decoratieve siertuin.

Iemand die beroepshalve een tuin aanlegt en onderhoudt heet een hovenier of tuinman. Een tuin- en landschapsarchitect kan de tuin in een bepaalde stijl ontwerpen, zoals een Engelse of een Franse tuin.

Geschiedenis[bewerken]

Escorial - Tuin

Met het ontstaan van de eerste vaste woonplaatsen, verschenen de eerste akkertjes. Om vernieling en vraat van dieren en gewassen te voorkomen, werd er een dichte, vaak stekelige beplanting, omheen geplaatst.

Bij de bouw van een klooster werd doorgaans een ommuurde tuin aangelegd voor medicinale kruiden.

Tegenwoordig is de tuin meestal een door schuttingen afgesloten stuk grond waar men recreëert. Ook zijn er tuinhuisjes en schuurtjes voor het opbergen van gereedschap en fietsen, en plantenkassen voor het kweken van planten. Veel mensen zien de tuin als het 'verlengde van de huiskamer'.

Etymologie[bewerken]

Omdat in Nederland de wilg, de hazelaar en de meidoorn van nature veel voorkomen, werden deze gebruikt als omheining. Het ging dan om de twee- of driejarige takken; ze zijn soepel en buigzaam om ermee te vlechten. Zo'n omheining noemde een tuun of een tuin. Later verschoof de betekenis hiervan van de omsluiting naar het omsloten terrein zelf.[1] Het verwante Duitse woord Zaun betekent nog altijd "omheining".

Een ouder Nederlands woord voor tuin is gaard, dat onder meer samenhangt met het Latijnse hortus.[2] In veel andere Indo-Europese talen is dit nog altijd het gebruikelijke woord voor tuin (Engels: garden, Frans: jardin, Duits: Garten enz.).

Zie ook[bewerken]

Algemeen[bewerken]

Plantentuinen[bewerken]

Gebouwen[bewerken]

Stijlvormen[bewerken]

Bekend[bewerken]