Vo solcando un mar crudele

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Vo solcando un mar crudele (Ik vaar op een wrede zee) is een aria uit de opera Artaserse (1730) van de Italiaanse componist Leonardo Vinci.

De aria wordt gezongen door Arbace (de zoon van de prefect Artabane) die onterecht is beschuldigd van moord op koning Serse en hierom is verlaten door zijn geliefde, prinses Mandane. De aria wordt ingeleid door het recitatief No! Che non ha la sorte... (Nee! Wie heeft geen geluk...) en wordt gezongen aan het einde van het eerste bedrijf in de 15e scène. De aria, een van de populairste uit de opera, is specifiek geschreven voor de Italiaanse castraat Giovanni Carestini die de rol van Arbace vertolkte tijdens de première van Artaserse op 4 februari 1730. In moderne opvoeringen van Artaserse neemt een altus de rol op zich.

Ariatekst[bewerken]

Italiaans
Nederlandse vertaling

Vo solcando un mar crudele
Senza vele,
E senza sarte
Freme l’onda, il ciel s’imbruna
Cresce il vento, e manca l’arte
E il voler della fortuna
Son costretto a seguitar.

Infelice! in questo stato
Son da tutti abbandonato
Meco sola e l’innocenza,
Chi mi porta a naufragar.

Ik vaar op een wrede zee
Zonder een zeil,
En zonder want
De golven zijn woest, de lucht wordt donker
De wind wordt sterker en ik kan niet navigeren
En de wil van het lot
Waaraan ik ben overgeleverd.

Ongelukkig! In deze situatie
Iedereen heeft mij verlaten
Alleen met mijzelf en de onschuld
Die mijn schipbreuk veroorzaakt.

[1]

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]