Wapen van Zeeland (provincie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Wapen van Zeeland)
Ga naar: navigatie, zoeken
Provinciewapen

Het Wapen van Zeeland werd (in traditionele vorm) op 4 december 1948 bij Koninklijk Besluit officieel vastgesteld. De spreuk onder het wapen luidt 'Luctor et Emergo': ik worstel en kom boven. Het wapen wekt de indruk dat die spreuk betrekking heeft op de strijd tegen het water (de afgebeelde leeuw lijkt immers uit het water op te rijzen). Die veronderstelling berust echter op een misverstand. In de oorspronkelijke versie van het wapen zijn de afbeeldingen van de leeuw en het water duidelijk gescheiden door een lijn.

Het wapen wordt voor het eerst afgebeeld op een miniatuur uit 1450 met het aanbiedingstafe­reel van de Roman de Girart de Rousillon, die werd vervaardigd voor hertog Filips de Goede. De leeuw wordt dan nog in zijn geheel afgebeeld. De halve {uitkomende) leeuw is te zien op een krijgsverordening van Karel de Stoute uit de periode 1473-1476.[1] De Engelsman Matthew Paris tekent rond 1250 een vergelijkbaar wapen (maar zonder herkenbare golven) naast het wapen van graaf Willem II van Holland. In de Kattendijke-kroniek van 1491 is een golvende scheidslijn te zien, getekend naar een ouder voorbeeld.[2]

De wapenspreuk stamt uit een latere tijd dan het wapen. In 1585, tijdens de strijd tegen de Spanjaarden, lieten de Zeeuwse staten een penning slaan die op de ene zijde de tekst 'Autore Deo, favente Regina' (door het gezag van God en de gunst der koningin) en aan de andere kant 'Luctor et Emergo' droeg. Op deze wijze wilde Zeeland het Verdrag van Nonsuch vieren, waarin de Britse koningin Elizabeth I verklaarde dat ze de opstand tegen de Spaanse koning Filips II beloofde te steunen. Het wapen werd tevens in gebruik genomen als basis voor het wapen van Terneuzen.

In een pamflet uit die tijd wordt aangegeven dat het de Zeeuwse leeuw moet voorstellen die na een worsteling uit het water weet te klimmen door het werk van God en de 'goedgunstigheid' van de koningin. De strijd tegen de Spanjaarden verliep op dat moment niet zo goed. Het worstelen heeft dus oorspronkelijk niet betrekking op de strijd tegen het water, maar op het 'worstelen' tegen Spanje.

Samen betekenden de spreuken: "Door het gezag van God en de gunst der koningin worstel ik en kom ik boven". Vanwege de lengte van de spreuk en omdat het eerste deel van de spreuk niet zelfstandig kan worden gelezen, is alleen het laatste deel ervan aan de onderzijde van het wapen geplaatst.

Bronnen, noten en/of referenties

Noten