Werkhuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
't wandeld zo plaisierig in 't voorjaar, als de boomen zo lief gaan worden. . . . exept na 't werkhuis. Een vrouw wordt door twee beambten naar het werkhuis gebracht. Tekening door Christiaan Andriessen, 1806

Een werkhuis was in Nederland oorspronkelijk een instelling opgericht om armoede en bedelarij het hoofd te bieden door werkeloze mensen min of meer vrijwillig aan het werk te zetten. Andere - verplichte - vormen van werkhuizen bestonden vroeger ook, namelijk het rasphuis (voor criminelen van het mannelijke geslacht) en het spinhuis (voor criminelen van het vrouwelijk geslacht).[1] Dat waren voorlopers van de huidige gevangenissen. Daarnaast bestonden ook armenhuizen.

De inrichtingen werden door de plaatselijke overheid beheerd. Naast bedelaars, zwervers en criminelen werden er invaliden en weeskinderen in een werkhuis opgenomen.[2] De bewoners werden gedwongen om te werken, met als doel om hen in nuttige burgers veranderen. In de 18e eeuw was men van mening dat het verblijf in een werkhuis vooral onaangenaam moest zijn. Pas later, in de 19e eeuw, kregen de werkhuizen het karakter van een gevangenis. Bedelen en landlopen waren dan ook inmiddels strafbaar geworden.[2]

Opname in een werkhuis gebeurde ook wel op verzoek van verwanten, of in geval van wezen op verzoek van de voogd.

Engeland[bewerken | brontekst bewerken]

In Engeland ontstonden na de jaren 1830 werkhuizen, workhouse genoemd. In deze periode was er veel werkeloosheid en armoede. Er was vanuit de overheid een vangnet voor arme mensen, maar dat was op dat moment niet meer houdbaar. Op grond van nieuwe wetgeving hadden armen geen recht meer op liefdadigheid, tenzij dezen in een workhouse gingen werken. ZIj moesten daar onder andere stenen breken en botten fijnmaken om meststoffen te winnen. Het leven in deze workhouses was net als in Nederland hard. De bedoeling was dat er alleen maar mensen kwamen die echt hulpbehoevend waren. Niettemin was het leven in een workhouse soms beter dan erbuiten, vanwege de gratis medische hulp die verstrekt werd, en het gratis onderwijs voor kinderen.[3]

Voorbeelden[bewerken | brontekst bewerken]

  • Het huidige Dr. Sarphatihuis in Amsterdam werd in 1779-1782 opgericht als werkhuis. In 1875 werd de naam veranderd in armenhuis. Weer 100 jaar later werd het gebouw verbouwd tot verpleeghuis.
  • De Portugees joodse gemeente in Amsterdam besloot in 1642 om een werkhuis op te richten om arme Asjkenazische joden op te nemen, die uit Oost-Europa waren gevlucht.[4]
  • In Leeuwarden bestond tot 1755 - toen het afbrandde- het Landschaps- Tucht- en Werkhuis.[5]

Varia[bewerken | brontekst bewerken]

  • In Brugge bestaat een straat genoemd naar het werkhuis, de Werkhuisstraat