Wespentaille

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie ook Petiolus voor de wespentaille bij ongewervelden
Het middenlijf (d) en achterlijf (a) zijn verbonden door de petiolus (c).

Een wespentaille of petiolus is de kenmerkende insnoering in het lichaam van veel vliesvleugeligen (Hymenoptera): de wespen, mieren, bijen en hommels (Apocrita).

Bij de meeste andere insecten zijn het achterlijf en het borststuk tegen elkaar gelegen of gefuseerd, zoals bij de wantsen. Sommige insecten die wespen imiteren (mimicry) hebben vlekjes op de voorzijde van het achterlijf die een wespentaille nabootsen, een voorbeeld is de hoornaarsvlinder.

Mode[bewerken]

Een wespentaille is ook een modisch ideaalbeeld, dat van tot 1920 heerste; met een veter- of rijgkorset, bustier of guêpière werd de taille ingesnoerd tot een extreem kleine omtrek. Tot aan de jaren twintig van de vorige eeuw was de wespentaille een modisch ideaalbeeld. Tijdens de roaring twenties raakte dit ideaalbeeld passé mede onder invloed van de diverse gezondheidsbewegingen, de suffragettes en de eerste feministische golf.

Herkomst woord[bewerken]

Wespentaile is waarschijnlijk een leenvertaling van het Franse taille en guêpe (voor het eerst aangetroffen in 1783) of taille de guêpe (1829, guêpe betekent 'wesp'). Het met een korset ingesnoerde middenlijf raakte in Frankrijk aan het eind van de 18e eeuw in de mode; de rest van Europa volgde in de 19e eeuw. Het woord zal met de mode zijn meegelift en komt in diverse Europese talen voor. De Duitsers spreken van die Wespentaille en de Engelsen van wasp-waist. In het Nederlands is wespentaille in 1838 voor het eerst aangetroffen, in een brief die Johannes Kneppelhout vanuit Parijs schreef aan een vriend: ,,Hoe gaat het met je reisgenoot? Laat hij, wat zijn insectenverzameling betreft, uitkijken voor de wespentailles van de dames van lichte zeden, het zijn vliesvleugeligen die voor weinigen onderdoen.” Het woord lijkt echter pas later, vanaf circa 1870, algemeen bekend te zijn geworden. In 1881 komen we het tegen in een ,,beurtzang voor een heer en dame’’, getiteld ‘Modetwist’. Daarin zingt de heer onder meer: ,,Zij rijgen en zij snoeren,/ Verrichten zware toeren,/ Nooit vinden zij haar taille smal genoeg;/ Begint het hard te waaien/ Dan ziet men alles zwaaien,/ Dra breekt haar wespentaille laat of vroeg.’’

Afbeeldingen[bewerken]